Italië is een bergachtig land, dat voor meer dan driekwart uit heuvels en bergen bestaat, waarvan er veel hoger zijn dan 700 meter. Het hoogste gebied is het Monte Rosa-massief op de Italiaans-Zwitserse grens in het noorden. De hoogste top is de Dufourspitze, maar liefst 4634 meter hoog. Net over de grens met Frankrijk ligt in het noordwesten de hoogste Europese berg, de Mont Blanc, 4807 meter hoog. Het landschap van Italië is divers en wonderschoon.

Landschap van Italië: de Alpen

De Alpen domineren het landschap van Italië in het noorden. Deze bergketen is ontstaan in het vroeg-tertiair, ongeveer 60 miljoen jaar geleden. Dit gebeurde doordat het continent Afrika tegen het vroegere Europa aanbotste. Wetenschappers beweren dat de naweeën van die botsing nog steeds voortduren en dat de Alpen als gevolg daarvan nog steeds in hoogte toenemen.

Landschap van Italië: de Alpen in Italië

Het Alpengebied omvat geheel Noord-Italië. De Alpen bestaan uit harde gesteenten als graniet, gneiss en leisteen. In het oostelijke deel van de Alpen, de Dolomieten, komt een veel zachter gesteente voor: magnesiumkalk, dat daarvóór bestond uit oude koraalriffen. Het hoogste punt van de Dolomieten is de Marmolada, 3342 meter hoog.

De vorm van de Alpen is vooral te danken aan verwering en erosie. In het pleistoceen breidden zich de gletsjers uit en zij schuurden diepe dalen uit. Aan de rand van de Alpen ontstonden hierdoor diepe bekkens die zich vulden met smeltwater en zo ontstonden onder andere de favorieten van de Nederlandse vakantiegangers: het Lago Maggiore, het Comomeer en het Gardameer.

De Povlakte

Als je als vakantieganger het noorden van Italië via Zwitserland binnenrijdt, valt de vlakheid van het land op. Het landschap van Italië wordt in dit gebied gekenmerkt door de Povlakte, genoemd naar de rivier de Po. Ooit was dit gebied zee, nu liggen er de rijkste steden en een aantal grote snelwegen. Deze Povlakte (in het Italiaans ‘la Pianura Padana’) is ongeveer 500 km lang en doordat ze door de Po en haar vele zijrivieren wordt geïrrigeerd, zeer vruchtbaar. In dit gebied treden herhaaldelijk overstromingen op als gevolg van de bezinking in de bedding van de rivier. Ten oosten van Venetië ligt het kleinere Adriatische Plateau.

Op de Povlakte lijkt het Italiaanse landschap een beetje op het Nederlandse
Op de Povlakte lijkt het Italiaanse landschap een beetje op het Nederlandse (photo credit)

Het Apennijns schiereiland, de beroemde ‘laars’ van Italië, heeft als ruggengraat het Apennijnengebergte, een zijtak van de Alpen met maar liefst een lengte van ongeveer 1000 kilometer door het landschap van Italië. Dit gebergte karakteriseert vrijwel de gehele laars van noord tot zuid. Aan beide kanten van het gebergte ligt heuvelland en langs de kust een smalle strook laagland. De Apennijnen vormen een waterscheiding; ten oosten van het gebergte snijden de rivieren door het heuvelland en ten westen liggen tussen de heuvels vele plateaus.

De Etna

Het landschap van Italië wordt ook gekenmerkt door vulkaniteit. In het zuiden komt nog actief vulkanisme voor en is er nog zo’n tiental vulkanen dat min of meer recent nog tot uitbarsting is gekomen. In de vorige eeuw zijn er uitbarstingen geweest op de Vesuvius (1185 meter), waarvan de laatste in het oorlogsjaar 1944. De Stromboli en de Etna op Sicilië zijn veel actiever (in 2007 was er op de Etna nog een grote uitbarsting, maar kleinere uitbarstingen zijn er het hele jaar door). Met een hoogte van 3263 meter rijst de vurige Etna boven alles uit. De vulkaan is onmiddellijk te herkennen aan de eeuwige rookpluim. Regelmatig zijn er  grote uitbarstingen, soms wel drie keer per jaar. Kleinere activiteit komt het hele jaar door voor op de Etna.

Actieve vulkanen in Italië
Actieve vulkanen in Italië


Beklimming van de Etna

Op dit kaartje zijn de diverse landschappen van Italië goed te zien
Op dit kaartje zijn de diverse landschappen van Italië goed te zien

Ondanks dit dreigende gevaar wonen veel mensen aan de voet van de vulkaan. De grond is daar namelijk zeer vruchtbaar. Tunesië ligt op maar 150 kilometer ten zuiden van Sicilië. Sicilië ligt op dezelfde hoogte als Zuid-Griekenland, Noord-Tunesië en Zuid-Spanje. Sicilië wordt van het Italiaanse vasteland gescheiden door de maar drie kilometer brede Straat van Messina. Er zijn al honderden jaren plannen voor een brug, maar die zijn nooit verder gekomen dan het planstadium.

Verder zijn er nog veel zwavel- (solfataren), gas- (fumarolen) en koolzuurbronnen (mofetten) en moddervulkanen. Op het eiland Vulcano bij Sicilië kun je baden in de warme modder. Wees er wel op bedacht dat de zwavel in je huid gaat zitten en dat je die naderhand nog weken kunt ruiken.

Gletsjer

De enige gletsjer van de Apennijnen, Calderone, ligt in het ruige Gran Sasso-gebied en is de meest zuidelijke gletsjer van Europa. De hoogste berg van de Apennijnen is de Gran Corno (2914 meter) in de regio Abruzzen (Abruzzo).

Italiaanse eilanden

Sicilië en Sardinië zijn de grootste van de Italiaanse eilanden. Het eerste eiland heeft ongeveer de omvang van België. Kleinere eilanden zijn onder meer Elba, de vulkanische Liparische eilanden (met de vulkaan Stromboli), Ischia, Procida en Capri. Het Apennijns schiereiland en Sicilië zijn gebieden met aardbevingen die veroorzaakt worden door de breukrand van grote dalingsgebieden in de Middellandse Zee en in het landschap van Italië. De gevolgen daarvan hebben we de laatste jaren helaas regelmatig gezien op nieuwsbeelden over Italië. Lees meer over de Italiaanse eilanden.