• in

    Italiaanse toneelstukjes

    in het Italiaanse ziekenhuis

    Het is zover. We gaan van zomer naar herfst en straks zelfs naar de winter. Een routine waar ons koude kikkerlandje elk jaar punctueel aan voldoet. Soms is de zomer iets te kort of de herfst net wat te vroeg, maar al met al: vier seizoenen met hun eigen voor- en nadelen. De zomer is heerlijk inclusief een zonnesteekje hier en daar. De herfst is gezellig maar af en toe een griepje of andere algehele malaise. Zelfs in het land van la dolce vita.

    Italië bleef mij maar verrassen, elke dag weer. Was het geen nieuwe buurjongen dan was het wel een nieuw medicijn. Want ik heb in Italië een heel nieuwe vorm van aanstellen gezien. Of aanstellen… Laten we het een cultuurverschil noemen. Waar het in Nederland al gauw bij een verkoudheidje ‘niet zo aanstellen’ is, is dat in Italië iets waarvoor je naar een arts zou gaan.

    Blonde krullen op de fiets

    Op dat gebied was het toch aardig wennen in Italië. In Nederland was het voor mij, als nuchtere Fries, niet meer dan normaal om ’s ochtends met mijn natte haren op de fiets te stappen en naar school te gaan. In Italië was dit niet oké. Dat ik het in mijn hoofd durfde te halen was al uit den boze. ’s Ochtends moest mijn haar eerst aan een kappers-waardig ritueel hebben voldaan voor ik mocht gaan fietsen. Föhnen, drogen met een handdoek, nog meer föhnen en als er ook nog maar één haartje vochtig was had mijn Mamíta altijd wel een verschrikkelijk leuke hoed of muts in de aanbieding.

    De eerste maand ging dit er bij mij nog in. Ik onderging vol discipline mijn nieuwe moeders’ ochtend-ritueel. Dat ik daar minstens veertig minuten langer mee bezig was, was natuurlijk bijzaak. Op den duur werd het me te veel. Van Mantua naar Bologna is toch nog wel een stukje, zeker in de ochtend, en ik wilde dan ook alle kostbare minuutjes sparen.

    Je begrijpt: ik viel terug in mijn oude patroon. Ik ging met natte haren en soms zelfs zonder ontbijt (ook een groots en meeslepend drama) op de fiets naar het station. Dat ik stom toevallig een paar weken later een griepje te pakken had kwam natuurlijk door, je raadt het al: mijn natte haren!

    Mysterieus virus

    Maar niet alleen die natte haren stonden mijn gezondheid in de weg, ook een mysterieus virus bij mijn gal heeft mij aan het eind van mijn Italiaanse avontuur genekt. Ik kreeg weer een soort griep en mijn Mamíta en Papíto stonden alweer in mijn kamertje te vertellen wat ik niet goed had gedaan. Uiteraard mijn natte haren, maar ook het feit dat ik vaak met mijn raam open sliep, geen sokken aan had en niet zes vitaminepilletjes in de ochtend nam verklaarden waarom ik op dat moment met een goede veertig graden koorts in bed lag. Ziek is ziek.

    Prikkie geven

    Natuurlijk heeft elk mens zijn eigen pijngrens, maar toen Mamíta mijn kamer in kwam en zei dat ze me zelf een injectie in mijn onderrug ging geven, ‘want dat medicijn kwam gewoon vanuit de supermarkt’, trok ik aan de bel. Een échte arts. Het bleek een galblaasontsteking te zijn. De arts stelde zijn diagnose op basis van mijn blonde haren. Zulke dingen kwamen vaak voor bij blonde meisjes. Ik dacht dat het een grapje was en we gingen, inclusief vijf verschillende medicijnen, terug naar huis. Het was geen grapje. Een dag later bevond ik me in een Italiaans ziekenhuis.

    In het ziekenhuis
    In het ziekenhuis

    Toneelstukje

    Mijn Italiaans had zich op dat moment toch wel naar hogere sferen getild en gelukkig kon ik mijzelf aardig redden. Ik wist hoe ik om een extra kussen moest vragen. Redde het om te zeggen dat ik graag aardappelpuree wilde eten en kon luid en duidelijk vragen wat er nou precies met mij aan de hand was. Gelukkig maar, want er waren weinig tot geen Engels-sprekende artsen.

    Na een dikke week in het ziekenhuis te hebben doorgebracht, spelletjes te hebben gedaan met de artsen en zelfs een rolstoel-race, werd het voor mij tijd om weer terug naar mijn tweede thuis te gaan. Mijn moeder en mijn zus waren in die week overgekomen vanuit Nederland dus mijn toneelstukje was voorbij. Een toneelstukje leek het later echt, want tot op de dag van vandaag blijft het een mysterie wat er nou daadwerkelijk aan de hand was.

    Mama op bezoek
    Mama op bezoek

    Terug naar huis

    Een paar dagen later was het vrijdag. De dag dat mijn nieuwe familie en ik, zoals elke week, naar het buitenhuis aan het Gardameer gingen. In de auto merkte ik al dat ik me ziek voelde worden, maar: na een dikke week Italiaans ziekenhuis in plaats van een Italiaanse villa en Italiaans ziekenhuis-eten in plaats van de Italiaanse pizza’s en pasta’s was ik daar toch wel goed klaar mee.

    Ik deed alsof er niks was. Mijn Mamíta, natúúrlijk niet dom, wist wel beter. De veertig graden koorts was terug en het besluit was snel gemaakt. Terug. Naar Nederland. Binnen 24 uur ging ik van Bardolino naar Mantua. Van Mantua naar Verona. En van Verona helemaal terug naar Amsterdam, waar, je verwacht het niet, de arts geen enkel virus in mijn bloed kon vinden.

    Terug naar huis
    Terug naar huis

    De Italiaanse ziekte? Ik weet het niet, maar lieve mensen: ga nooit met natte haren fietsen!

  • in

    Waarom ik Italiaans leerde

    waarom ik Italiaans leerde

    Zelf heb ik zeven jaar geleden besloten om de Italiaanse taal te gaan leren. Het begon met een talencursus op de universiteit, maar ik vond het zo leuk dat ik het roer omgooide en begon met de studie Italiaanse taal en cultuur. Italiaans behoort tot de vier meest bestudeerde talen ter wereld. Niet voor niets zijn er zo veel mensen die Italiaans leren, daarvoor zijn allerlei redenen te bedenken. Dit zijn mijn tien redenen om Italiaans te leren!

    1. Prachtige taal

    De allereerste reden om Italiaans te gaan leren is natuurlijk omdat het een prachtige taal is: de mooie, open klanken, de zangerige toon en het temperament waarmee woorden worden uitgesproken zijn uniek. Italiaans is een expressieve taal en mede daardoor zo geschikt voor muziek en opera in het bijzonder.

    2. Eten en drinken bestellen

    Als je je even geen toerist wilt voelen in Italië, bestel je je cappuccino, spaghetti, pizza, limoncello enzovoorts in het Italiaans. Al vinden Italianen het vaak allang leuk als je iets in het Italiaans probeert te zeggen, het is natuurlijk fijn als je indruk kunt maken en de woorden op de juiste manier uitspreekt. Dus bestel voortaan geen ‘broesjetta’ meer, maar ‘broesketta’.

    3. Communiceren met de locals

    Veel meer dan in Nederland maken Italianen een praatje met elkaar: in de supermarkt, in de trein of gewoon op straat. Om je heel even een van de locals te voelen, knoop je een praatje met een Italiaanse nonna aan. Leerzaam en nog gezellig ook!

    4. Italiaanse liedjes meezingen

    Eindelijk kun je Eros Ramazzotti en Laura Pausini goed meezingen en begrijpen waarover ze zingen. En misschien kom je erachter dat je al jaren ‘una bella calzone’ zingt in plaats van ‘una bella canzone’.

    5. Italiaanse boeken lezen

    Gelukkig zijn er veel goede Nederlandse en Vlaamse literair vertalers die een roman haarfijn naar het Nederlands omzetten, maar hoe leuk is het om Italiaanse boeken in de oorspronkelijke taal te lezen? Het dialect dat bijvoorbeeld door personen in het boek wordt gebruikt, komt dan extra goed naar voren.

    6. Werk

    Als je voor je werk vaak naar Italië moet (che fortuna!) of als je vaak in contact komt met Italiaanse bedrijven, kan het een groot voordeel zijn om de taal van je klant of partner te spreken. Het is zakelijk handig om goede en duidelijke afspraken te kunnen maken.

    7. Praten met vrienden of kennissen

    Wellicht heb je in de jaren dat je in Italië op vakantie bent geweest een band opgebouwd met Italianen daar. Of misschien heeft iemand in je familie een Italiaanse man of vrouw ontmoet. In die gevallen is het leuk als je met hen ook eens in hun taal kunt spreken in plaats van in het Engels. Wie weet kun jij ze daarna ook nog een woordje Nederlands leren!

    8. Wonen in Italië

    Als je het besluit hebt genomen om naar Italië te verhuizen, is het natuurlijk een must om Italiaans te spreken. Niet alleen om zaken te regelen met betrekking tot de verhuizing, maar ook om je leven daar op te bouwen is het fijn als je jezelf verstaanbaar kunt maken.

    9. Italiaanse recepten lezen en koken

    Tegenwoordig kun je veel recepten op internet vinden, keurig in het Nederlands vertaald. Toch is het leuk om recepten in het Italiaans te lezen en op traditionele wijze te bereiden, voor net dat beetje extra Italiaanse gevoel!

    10. La lingua dei gesti begrijpen

    Als je de Italiaanse taal leert, horen daar natuurlijk ook de gesti, de handgebaren bij. Wanneer je deze onder de knie hebt, is je Italiaanse taalbeheersing compleet!

    Dat waren ze, mijn belangrijkste redenen om Italiaans te leren. Wat zijn die van jou?

  • in ,

    Dit is officieel het lekkerste Italiaanse ijs ter wereld

    Het name drie jaar tijd in beslag, maar nu weet de Carpigiani Gelato University (ja, in Italië is er een heuse Università di Gelato) precies waar je het allerlekkerste Italiaanse ijs van de wereld kunt vinden. Weinig verrassend: dat blijkt gewoon in Italië te zijn.

    Het lekkerste ijs ter wereld

    De Carpigiani Gelato World Tour leidde van Dubai tot Valencia en van Tokyo tot Chicago, van Shenzen tot Rome naar Melbourne en weer terug. Overal zochten de ijswetenschappers naar het allerlekkerste ijs ter wereld.

    Uiteindelijk werden er 36 finalisten uitgenodigd om hun ijs te tentoonstellen in het Italiaanse Rimini. 50.000 bofkonten mochten vervolgens het Italiaanse ijs van de finalisten proeven en hun mening geven.

    Nou, waar moet je heen?

    We laten je niet langer in spanning. De winnaar is het pistache-ijs van Alessandro Crispini van Gelateria Crispini in Spoleto, Umbrië.

    De unieke smaak van de winnaar komt uit een mix van drie pistachenoten. Twee uit een dorpje aan de voet van de vulkaan Etna op Sicilië en eentje uit de eeuwenoude tempelstad Agrigento.

    Kom je binnenkort in Umbrië? Sla dan dus Spoleto zeker niet over, al was het alleen maar vanwege het lekkerste Italiaanse ijs ter wereld!

    Kom je dit jaar niet meer in Italië, dan is een ritje naar Denekamp een prima alternatief. Erik Kuiper van de IJskuip maakt namelijk het beste ijs van Europa. Zijn honing-yoghurt-frambozenijs is echt bellissimo!

    Bron: Zoover

  • in

    Column: Luciano

    Dat Italianen een trots volk zijn, weten we inmiddels wel. En die trotsheid komt terug in alle facetten van het land. Of het nou gaat om de geweldige keuken van Emilia-Romagna, de kunstschatten van Toscane of het design van Lombardije. Italianen zijn trots.

    En dan is er nog dat andere fenomeen: de Italiaanse ster. Filmsterren, schrijvers, dichters, schilders en… zangers.

    En over deze laatste categorie wil ik het vandaag hebben: de zanger. Niet zomaar een zanger, maar vandaag schrijf ik over de beste tenorzanger die deze wereld ooit gekend heeft. En hij werd geëerd. Op 6 september 2017 in de Arena van Verona. De man die het Nessun Dorma onsterfelijk maakte en megaconcerten organiseerde waar soms meer dan een half miljoen mensen op af kwamen.

    De man die werd erkend om zijn genereuze karakter, wiens missie was om de opera terug te geven aan de mensen en door middel van enorme cross-overconcerten miljoenen euro’s op te halen voor kinderen en vluchtelingen in nood.

    6 september 2007

    Luciano Pavarotti, over wie kan ik het anders hebben, overleed op 6 september 2007 in zijn geboorteplaats Modena. Een uitvaart volgde, die bijna op een staatsbegrafenis leek. Wereldwijd live uitgezonden en met menig brok in de keel becommentarieerd. Een evenement waar menig ster acte de présence gaf en zelfs de President van de Republiek kwam om hem een laatste eer bewijzen.

    Terwijl het Nessun Dorma uit de boxen schalde over het plein voor de Duomo van Modena, vlogen de Frecce Tricolori over en kleurde de hemel het Italiaanse groen, wit en rood. Een Italiaanse held was niet meer.

    Het erfgoed van Luciano Pavarotti

    Inmiddels wordt er door zijn team hard aan gewerkt om het Pavarotti Erfgoed te eren en hoog te houden: een eigen foundation, zijn huis omgetoverd tot een museum waar de Pavarotti-energie nog voelbaar is en jaarlijks verschillende activiteiten en concours.

    Tien jaar sinds Pavarotti kon dan ook niet onopgemerkt voorbijgaan. De familie Pavarotti pakte groots uit met een immens eerbetoon waarin zijn collega’s samen met hem de Arena van Verona in vuur en vlam zetten.

    Je begrijpt dat ondergetekende, als fan van het eerste uur, daarbij moest zijn. Alvorens naar Verona af te reizen voor het concert, werd eerst Pavarotti’s bedevaartsplek in Modena aangedaan, namelijk: zijn huis.

    Casa Museo Luciano Pavarotti

    Tegenwoordig wordt zijn huis niet meer bewoond door de familie en is het omgetoverd tot een museum waar je al wandelend door de verschillende vertrekken zijn gehele erfgoed kan bekijken.

    Of het nou zijn rokkostuum is dat in de woonkamer staat of zijn imposante collectie aan prijzen op de eerste verdieping: Luciano is nog altijd aanwezig. En niet alleen hijzelf, maar ook zijn familie. Nicoletta Mantovani, dochter Alice en kleindochter Roberta liepen voor de gelegenheid ook rond in het huis.

    Un’emozione senza fine

    Terug naar de trots en het eren van Luciano. De Arena van Verona was het decor voor de aftrap van verschillende Tribute Concerts aan Luciano Pavarotti. En het waren dan ook niet de minsten die kwamen optreden.

    Placido Domingo en José Carreras brachten een imposant eerbetoon aan de maestro door de voorstelling te openen met Sinatra’s My Way. Na een staande ovatie van een aantal minuten konden ze eindelijk beginnen en werden zij ondersteund door het imposante stemgeluid van Pavarotti himself.

    Het eerste zakdoekenmoment was na welgeteld twee minuten toen de stem der stemmen Yes there were times inzette en er een siddering door het publiek ging. Die stem: zo vol, zo rond. Kippenvel tot en met.

    Così celeste

    Natuurlijk konden Zucchero en Bocelli niet wegblijven op een avond als deze. Zucchero, hartsvriend van de tenor; Bocelli ontdekt door Pavarotti. Er werden herinneringen opgehaald over de beginjaren van de Pavarotti and Friends-concerten, de innige vriendschappen die Pavarotti onderhield met al zijn collega’s en zijn onuitputtelijke energie om de opera naar de mensen te brengen en klaar te staan voor mensen (voornamelijk kinderen) in nood.

    Così Celeste, Miserere, Caruso, Granada, het door hemzelf geschreven Ave Maria, dolce Maria, en vele andere classics zorgden voor een kleurrijke en wervelende avond. Bijzonder was Eros Ramazzotti’s Se bastasse una canzone dat de zanger live zong met Pavarotti achter hem. In een van de eerste edities van de & Friends-concerten was dat de klapper. En ook deze keer was het weer overweldigend.

    Podium voor de nieuwe generatie

    Luciano’s erfgoed zou zijn erfgoed niet zijn als hij geen podium zou bieden aan de nieuwe generatie operazangers en -zangeressen. Wat zaten er weer mooie talenten tussen. Een geruststelling in absolute vorm: het erfgoed blijft voortbestaan.

    Bijzonder was het speciaal voor de avond geschreven Luciano een muzikaal eerbetoon aan Pavarotti dat bij menig Italiaan een kleine traan over de wang deed rollen. En begrijpelijk. Toen ik in een van de pauzes met mijn Italiaanse ‘tribuneburen’ zat te praten, konden zij niet anders dan zeer geëmotioneerd en gepassioneerd vertellen over hún Luciano.

    ‘Weet u meneer’, sprak de mevrouw schuin achter me, ‘Luciano is een legende omdat hij Italië nooit uit het oog is verloren. Hij was een trotse Italiaan en wist dat aan de hele wereld over te brengen op zijn eigen charismatische en hartelijke manier. Hij was onze ambassadeur maar vooral het toonbeeld van een Italiaan die wat kan betekenen voor de hele wereld.’

    Non ti scordar di me (vergeet me niet)

    Tsja, wat kan ik daar zelf nog aan toevoegen? Ik geloof dat ik een hele dag in het epicentrum van een zeer belangrijk stuk Italiaanse geschiedenis heb gezeten en me heb mogen laven aan bijzondere artistieke en culturele bronnen.

    Daarin ben ik niet de enige: Italianen zijn ontzettend trots op ‘hun’ sterren die Italië wereldwijd op de kaart hebben gezet. Of dat nou Pavarotti is of Bellucci, Fellini of ‘La Loren’, ze worden als helden onthaald. Ook al zijn sommigen al jaren uit beeld, als ze even hun gezicht laten zien tijdens een première, zijn ze gewoon weer terug waar ze altijd waren.

    Opdat we niet vergeten

    Ik denk dat dat de kracht is van het Italiaanse erfgoed. Het blijven eren en aanbidden van tijden die geweest zijn om die tijden als inspiratiebron te gebruiken voor de toekomst. Of zoals mijn achterbuurvrouw in de Arena treffend zei: ‘Opdat we niet vergeten, dat we een groots land zijn.’

    Beeld: YouTube

  • in

    Column: onder de vleugels van la mamma

    Onder de vleugels van la mamma

    Pisa, zondagavond halfacht. Moe en hongerig na een lange reisdag heb ik me geïnstalleerd in een restaurantje om nog even wat te eten.  Als ik al zo ongeveer aan de espresso zit, komt er een Italiaans gezin binnen met twee kinderen van in de basisschoolleeftijd. Rustig wordt er voor ieder wat wils uitgekozen van de menukaart en gezellig keuvelend wacht het gezin op wat er komen gaat. Geen geschreeuw, geouwehoer of geschop en geduw onder dan wel boven tafel. Integendeel, het ziet eruit als een gezellig avondje uit. Die kinderen zijn alleen wel érg braaf, constateer ik enigszins bezorgd.

    Vredig tafereeltje

    Ook ik heb twee kinderen in de basisschoolleeftijd, maar dit vredige tafereeltje zou mij niet gegund zijn. Sowieso zijn mijn jongens om halfacht meestal al lang en breed in dromenland, maar daarnaast zou er aan ons tafeltje nooit zo’n serene rust heersen, zo mijmerde ik boven m’n kopje koffie. Bij ons is er altijd leven in de brouwerij, ook in een restaurant.

    Ik vroeg me af waar dat verschil dan in zit; hebben mijn kinderen zoveel bravoure,  zijn ze energievoller en (te veel?) aanwezig (immers altijd op ontdekkingstocht) of worden Italiaanse kinderen gewoon veel korter gehouden qua opvoeding? En in hoeverre is dat positief? Hoog tijd voor wat onderzoek, zo nam ik me voor.

    Radicale verschillen

    Pauline Valkenet schreef een aantal jaren geleden in dagblad Trouw heel treffend over de radicale verschillen in opvoeding. In het artikel ‘Verstikkend toezicht’ (28 juli 2010) stelt ze dat Italiaanse ouders hun kinderen geen seconde alleen laten en ze nogal beschermd opvoeden. Gevaren loeren immers overal.

    Aha, dacht ik, dus wij Nederlanders zijn wat opvoeding betreft gewoon een stuk vrijer. Toch ligt daar nog iets anders aan ten grondslag. In Italië ligt het geboortecijfer lager dan in Nederland, waardoor de aandacht al snel naar het vaak enigst kind gaat. Ikzelf ben genoodzaakt om de aandacht tussen beide ‘heerschappen’ te verdelen met als gevolg dat ze op jonge leeftijd al zelf hun boterham moeten snijden of hun kleren moeten aantrekken (niet altijd met positieve gevolgen trouwens). Die zelfstandigheid vind ik overigens waardevol en is ze tot steun op alle vlakken. 

    Moederkloek

    Er is nog een ander belangrijk cultuurverschil dat het onderscheid in opvoeding mede bepaalt, namelijk de positie van de vrouw. In Italië werken vrouwen nog altijd minder dan in andere Europese landen. En als ze buitenshuis werken, wordt negen van de tien keer la nonna (de oma) als oppas ingeschakeld met als consequentie dat zij als ware het een moederkloek numero due over haar kleinkind waakt. Verstikkend.

    Veel contact met leeftijdsgenootjes is er eenvoudigweg niet en dus geen kans om te leren hoe om te gaan met confrontaties of speelgoed te delen. Hoe zuidelijker ik op reis ben in Italië, hoe meer Italianen ervan opkijken dat de kinderen gedurende zo’n week onder de veilige hoede van hun vader zijn en dat er niet eens een nonna aan te pas komt. En ik kom thuis boordevol verhalen met twee kinderen hangend aan m’n lippen.

    Hapklare brokjes

    Eerlijk is eerlijk, ook ik vraag me af en toe weleens af of de kinderen misschien beter af zouden zijn met een huismoeder die na schooltijd al gereed zou staan met een handdoek als het regent of die ’s ochtends de ontbijtboterham al in hapklare brokjes op een bord heeft gedrapeerd voor haar koters. Doe ik ze niet tekort?

    In datzelfde artikel citeert Valkenet pedagoog Francesco Tonucci, die stelt dat die superbescherming wordt vermomd als liefde en dus moeilijk uit te roeien is. Maar dat is toch juist wat we allemaal voor onze kinderen voelen? Het Italiaanse gezin geeft daar over het algemeen alleen anders uiting aan dan het Nederlandse gezin, maar is er wel een goed en fout? 

    In gedachten keer ik terug naar het Italiaanse gezin aan dat tafeltje in Pisa en  hoop ik van harte dat die o zo brave kinderen later lekker hun vleugels uitslaan en, met niet altijd hun ouders in hun kielzog, op ontdekkingstocht gaan naar zichzelf én de wereld om zich heen.

    Foto Italiaanse kinderen boven: Pixabay

  • in ,

    De Tien Geboden van de Truffel

    de tien geboden van de truffel

    Bij het betreden van de conferentiezaal van de Associazione della Stampa Estera, de buitenlandse persvereniging in Rome, komt de geur je al tegemoet. De ruimte is doordesemd van het aroma van de tuber magnatum pico, ofwel de truffel. In een glazen schaal bij de ingang liggen zeventien schitterende exemplaren van de witte truffel van Alba en de stolp hoeft maar even te worden opgetild om je te wanen in een restaurant waar de truffel koning is.

    Alba in Piemonte in de provincie Cuneo is een van de twee Italiaanse truffelcentra bij uitstek. (Het andere is Aqualagna in De Marken, het domein van de zwarte truffel.) Van 21 september tot 31 januari struinen ruim 4.000 truffelzoekers met hun honden de bossen af in de heuvels rond dit middeleeuwse stadje.

    Witte truffels uit Alba
    Witte truffels uit Alba

    Dure truffels

    De concurrentie is heftig want er staat veel op het spel. Vorig jaar kostte de witte truffel drie euro of meer per gram en nu kan de prijs nog hoger uitvallen doordat de droge en hete zomer de groei niet heeft bevorderd. Gelukkig heeft het de afgelopen weken wel geregend in Piemonte, zodat het seizoen altijd nog goed kan worden.

    Fiera Internazionale del Tartufo Bianco d’Alba

    We zullen het zien op de 47e Fiera Internazionale del Tartufo Bianco d’Alba die van 7 oktober tot 26 november in Alba wordt houden en die afgelopen week feestelijk aan de buitenlandse pers werd gepresenteerd.

    De burgemeester, een gewestelijke gedeputeerde en de voorzitster van de truffelbeurs maakten van de gelegenheid gebruik om ook andere regionale voortreffelijkheden aan te prijzen zoals de nebbiolo- en dolcetto-wijnen, de hazelnoten waarvan de zachte en zoete gianduia wordt gemaakt en de brokkelkaas Castelmagno.

    Risotto al tartufo vor de buitenlandse pers
    Risotto al tartufo vor de buitenlandse pers

    Gekookte truffel

    Bijzondere gast is dit jaar paus Franciscus die op 22 oktober een mooie truffel aangeboden krijgt. In Alba hopen ze dat het ditmaal beter gaat dan bij zijn voorganger Johannes Paulus II. Die kreeg ooit ook een prachtexemplaar, maar zijn Poolse kokkin wist niet wat ze er mee aan moest en kookte hem dus maar.

    De 10 geboden van de truffel

    Het was ook een gelegenheid om nog eens de Decalogo del Tartufo, de Tien Geboden van de Truffel, te recapituleren:

    1. De truffel is een onderaards groeiende zwam.
    2. Hij kan uitsluitend met een hond worden gevonden.
    3. Hij kan niet worden gekweekt. (Er zijn experimenten gaande met gekweekte zwarte truffels, maar erg hard loopt het nog niet.)
    4. Hij groeit op de wortels van bepaalde bomen, zoals eik, wilg, linde en populier.
    5. Zijn typerende geur is het resultaat van 120 volatiele moleculen.
    6. Hij wordt geoogst tussen 21 september en 31 januari, tenzij eerder de vorst invalt.
    7. Hij moet vers geconsumeerd worden en is hoogstens een week houdbaar.
    8. Voordien moet hij met een borsteltje onder een stromende kraan gereinigd worden, afgedroogd en 10 minuten te ruste gelegd.
    9. Hij kan in de koelkast bewaard worden, in keukenpapier verpakt in een gesloten jampot.
    10. De truffel wordt altijd rauw gegeten, uiterst fijn gesneden met een speciale truffelsnijder.

    Truffelprijsvraag

    Ik bewaar goede herinneringen aan de persconferentie die werd opgeleukt met een prijsvraag, waarmee je een mooie, 30 tot 40 gram zware, truffel kon winnen. Plus een door de Nederlandse designer Ben van Berkel voor Alessi ontworpen supersnel ogende truffelsnijder: DeTruffle.

    De vraag luidde, hoeveel lamelle, zoals de schijfjes worden genoemd, er uit een door de presentator getoonde truffel konden gaan. Tot mijn blijde verrassing bleek mijn tamelijk lukrake schatting – 87 – de juiste, zodat ik meteen een paar medegourmets kon uitnodigen voor een truffelpasta zoals die hoort te zijn.

    De gewonnen witte truffel en de truffelsnijder
    De gewonnen witte truffel en de truffelsnijder

    Recept truffelpasta

    Smullen: tagliatelle al tartufo
    Smullen: tagliatelle al tartufo

    De bereiding daarvan is eigenlijk heel simpel. Het komt aan op de kwaliteit van de ingrediënten.

    • Verse pasta: tagliatelle all’uovo;
    • daaroverheen zacht gesmolten Zuid-Tiroler Alpenboter met twee mee gesmoorde ongepelde knoflooktenen;
    • fijngewreven zoutvlokken (Maldon fleur de sel);
    • en dan uiteraard de over de borden uitgesnipperde truffel, voor iedere commensaal de voorgeschreven zeven gram p.p. en zelfs nog iets meer.

    (En niet de drie of vier schijfjes waar ze je in sommige restaurants mee afschepen en waarvoor je dan ook nog eens zo’n twintig euro moet neerleggen.)

    Wat mij betreft geen olie, en zeker geen Parmezaan of andere kaas. Want niets moet de tere truffelharmonie verbreken. En wijn? Jazeker! Maar dan niet gelijk met de truffel maar pas bij de tweede gang, om de goede afloop te vieren. Tenslotte blijven bij het snijden van de truffel onherroepelijk wat restjes en kruimels over, en daarmee wordt de volgende ochtend een zacht gebakken ei met volle dooier een heerlijk luxeontbijtje.

    Heerlijk ontbijtje: gebakken ei met truffel
    Heerlijk ontbijtje: gebakken ei met truffel

    Foto’s: Aart Heering

  • in ,

    Kleine Italiaanse dorpen van de ondergang gered

    italiaanse dorpen van de ondergang gered

    Italië leeft van het toerisme. Het is niet voor niets de op vier na populairste vakantiebestemming ter wereld. Jaarlijks trekken ruim 35 miljoen toeristen naar Italië, waarvan de helft in Noord-Italië blijft hangen. Maar terwijl steden als Rome, Florence en Venetië wereldberoemd zijn, dreigen de kleine dorpen ten onder te gaan. Wie redt deze meer dan 2.000 Italiaanse dorpen en maakt er een toeristische trekpleister van?

    Het probleem speelt al sinds de late 19de eeuw. Steeds meer dorpen krijgen te maken met een leegloop, in andere dorpjes is het al spookachtig stil. Een samenloop van omstandigheden waaronder immigratie, armoede en natuurrampen hebben gezorgd voor de neergang.

    Verlaten dorpen in het zuiden van Italië

    Wie in het noorden of noordoosten van Italië op vakantie gaat zal niet veel merken van deze spookdorpen. Met name vanaf het midden tot in het zuiden van Italië liggen de meeste verlaten dorpjes.

    Tot het midden van de jaren 70 trokken veel Italianen door een veranderende economie en vernieuwende technologie van plattelandsgebieden naar de grotere steden. Ook natuurrampen zoals aardbevingen, die veel in Zuid- en Midden-Italië plaatsvinden, hebben geleid tot vertrek van de lokale bevolking. Dorpen bleven achter met verlaten woningen, lege scholen en winkels die niet langer konden blijven bestaan.

    In andere gebieden gooiden natuurrampen roet in het eten. Sommigen dorpen boven op een heuvel brokkelden letterlijk af. In andere plaatsen hebben aardbevingen complete woongebieden verwoest.

    Nieuw leven

    Maar het is niet alleen kommer er kwel. Op sommige plekken is het actieve ondernemers gelukt om de ten dode opgeschreven dorpen nieuw leven in te blazen en ze opnieuw onder de aandacht van toeristen te brengen. Hier volgen een paar mooie voorbeelden.

    Santo Stefano

    The New York Times beschrijft in een artikel hoe er creatieve oplossingen werden bedacht voor het redden van deze kleine dorpen. Santo Stefano di Sessanio in de Abruzzen is hier een bekend voorbeeld van. Een zakenman kocht een kwart van de huizen en bouwde deze om tot een hotel. Voor de restauratie huurde hij lokale bouwvakkers en vakmensen in, waardoor de economie in Santo Stefano tot bloei kwam. Inmiddels is het dorp op de toeristische kaart gezet en zijn er zowel hotelkamers als appartementen te boeken.

    Italiaanse dorpen - Santo Stefano di Sessanio
    Santo Stefano di Sessanio is van de ondergang gered (foto: Wikimedia)

    Civita di Bagnoregio

    Een ander bijzonder verhaal is dat van het dorp Civita di Bagnoregio, gelegen in de regio Lazio. Met een architectuur die honderden jaren teruggaat was dit in het verleden een bekende trekpleister. Civita di Bagnoregio staat bekend om zijn positie bovenop een plateau van een vulkanische rots. Het dorp is bereikbaar via een loopbrug. Door erosie begon het dorp aan de zijkant af te brokkelen en inwoners vertrokken massaal.

    Met succes opnieuw op de kaart gezet: Civita di Bagnoregio
    Met succes opnieuw op de kaart gezet: Civita di Bagnoregio (foto: Pixabay)

    Het heeft even geduurd, maar inmiddels is het dorp herontdekt als vakantiebestemming. Vermogende Italianen en Amerikanen hebben zich hier gevestigd en hebben de economie weer laten bloeien. Sinds 2010 is het toerisme toegenomen van 40.000 naar een duizelingwekkende 500.000 mensen. Twee jaar terug werd besloten om een entree van ongeveer € 1,70 per persoon te gaan heffen.

    Civita staat sinds 2006 op een lijst met meest bedreigde wereldmonumenten. Sinds die tijd zijn er plannen om het plateau waarop het dorp gebouwd is, te verstevigen. Een mooie serie foto’s van Civita kun je hier bekijken.

    Pratariccia

    Als alles mislukt kun je ook nog proberen het complete dorp te verpatsen. In Toscane ligt het middeleeuwse dorpje Pratariccia, dat zichzelf op eBay verkocht voor een bedrag van 2,5 miljoen euro. Het dorp had in 2012 slechts 25 huizen en was al vijftig jaar niet meer bewoond. Hoewel er volgens de makelaar wel belangstellenden waren, is het voor zover wij weten niet tot een verkoop gekomen.

    Prataraccia op eBay
    Het hele dorp Prataraccia op eBay (bron: Huffington Post)

    Bormida

    En dit voorjaar hoorden we van Bormida, waar de burgemeester € 1.500 aan iedereen bood die in zijn dorp kwam wonen. Er was zoveel belangstelling voor dit aanbod dat de burgemeester erop terug moest komen.

    Meer werk te verrichten

    Met nog meer dan 2.000 verlaten Italiaanse dorpen is er nog veel werk aan de winkel. Tot die tijd is het zeker interessant om een of meer van deze dorpjes te bezoeken, al is het alleen maar om de sfeer van een echt Italiaans spookdorp op te snuiven. Wie weet moet je je het jaar erop alweer door hordes toeristen wurmen?

    Bron: New York Times, foto boven: Bussana Vecchia (Wikimedia)

  • in , ,

    Giardino Olandese: een stukje Nederland in Livorno

    Een stukje Nederland in Livorno

    “Onder deese steen rust TEEKE CLAESSEN TROMP gevoerd hebbende als capteyn het Deense koopvaardy schip De Vreede. Hy was gebooren te Ameland den 9 september 1713 en is hier te Livorno overleeden den 26 january 1761 in den ouderdom van 47 jaaren 4 maanden & 17 daagen.”

    De zerk van Teeke Claessen in de Giardino Olandesi
    De zerk van Teeke Claessen in de Giardino Olandesi

    Kapitein Tromp ligt begraven in Livorno in de Giardino Olandese, de Nederlandse Tuin. Vlak naast hem ligt de van Terschelling afkomstige, in 1740 in Livorno gestorven Pieter Bluys, bevelvoerder over ‘het hollandsch coopvaardyschip De S Pieter van Amsterdam’.

    Even verderop hebben twee Rotterdamse kapiteins hun laatste rustplaats gevonden. En in de muur rond de dodenakker is de zerk ingemetseld van de in 1709 op 39-jarige leeftijd gesneefde kapitein Jan Boogerman ‘Die Beenen ende Leven / Heeft Moeten Vergeven / Als een Goet Zee en Oorlogsman’.

    De Nederlandse Tuin

    De Nederlandse Tuin, voluit I Giardini della Nazione Olandese Alemanna di Livorno,was tientallen jaren een compleet verwilderde jungle, maar is sinds kort grondig opgeknapt en weer toegankelijk voor het publiek, dat zo een indruk kan krijgen van het Nederlands verleden in deze Toscaanse havenstad.

    De Nederlandse 'Tuin'
    De Nederlandse ‘Tuin’

    Vrijhaven Livorno

    Livorno was in de zeventiende en achttiende eeuw een vrijhaven, waar joden en buitenlanders hun eigen nationes (gemeenschappen) konden vormen en waar ook andere confessies dan de katholieke gedoogd werden. Voor de Nederlanders vormde Livorno vooral een goede uitvalsbasis voor de handel met Italië en de Levant.

    Zo werd in 1622 door twee Vlamingen en zes Hamburgers de Congregazione Olandese-Alemanna opgericht, die in de Livornese Chiesa della Madonna een eigen altaar kreeg met een in marmermozaiek uitgevoerde fiere Nederlandse leeuw.

    De Nederlandse leeuw in de Chiesa della Madonna
    De Nederlandse leeuw in de Chiesa della Madonna

    Begraafplaats vermomd als tuin

    Maar al gauw telde de 150 tot 200 man sterke Nederlandse gemeenschap vooral protestanten van wie er onvermijdelijk af en toe iemand overleed. Daarom volgde in 1642 de stichting van een protestantse begraafplaats die echter vermomd werd als tuin, om de Inquisitie om diezelfde tuin te leiden.

    In 1840, toen Livorno een fikse groei doormaakte, werd de Giardino Olandese verplaatst naar zijn huidige locatie in de Via Mastacchi. Met medeneming van de meest prominente grafstenen, die nu weer goed zichtbaar zijn als getuigenis van de eeuwenoude band tussen de Nederlanden en Livorno, waar ook nu nog een Nederlands honorair consulaat is gevestigd.

    De Hollanderskerk

    In de 19e eeuw, toen Livorno zijn vrijhandelsstatus verloor en de Nederlandse handelsvloot heel wat minder prominent was geworden, liep de Nederlandse gemeenschap geleidelijk aan leeg, om plaats te maken voor Duitsers en Zwitsers. Maar in 1864 werd door de congregatie nog wel een protestantse kerk gesticht aan de Scali degli Olandesi, de Hollanderskade.

    La Chiesa degli Olandesi
    La Chiesa degli Olandesi

    De kerk, die deels gefinancierd werd door een collecte in Nederland en een forse gift van prinses Marianne, de dochter van koning Willem I, staat in de volksmond nog altijd bekend als de Chiesa degli Olandesi, ook al heeft er nooit een Nederlandse dominee gepreekt.

    Het neogotische gebouw, dat de afgelopen halve eeuw heeft leeggestaan, verkeert nu in een erbarmelijke staat. Het verlaagde plafond is ingestort nadat in de zestiger jaren een flatgebouw er praktisch tegenaan werd geplempt. Vele generaties duiven hebben een zware laag guano achtergelaten en de pinakels voor de façade zijn deels afgebroken.

    Het interieur van de kerk
    Het interieur van de kerk

    Maar sinds kort is een restauratie in gang, die ook dit stukje Nederland in Livorno moet behouden.

    De Giardino Olandese is op afspraak te bezichtigen. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen:

    Meer hierover vind je op www.congregazioneolandesealemanna.com.

    Foto’s: Aart Heering, foto boven: de Hollanderskade in Livorno

  • in

    Column: dof geplof en vrolijke kleurtjes

    dof geplof zwijnenjacht italie

    Pof. Pofpof. Pofpofpof… pof… pof… Ik schrik wakker op de vroege zondagochtend. Geweerschoten. Het lukt mijn slaperige hoofd niet om mijn gedachten te ordenen. ‘Shit, toch oorlog’ en ‘had ik gister maar meer boodschappen gehaald’ schiet snel door mijn hoofd. Heel in de verte klinkt nog steeds dof geplof.

    Ik denk aan de man die ons huis bouwde. Hij vertelde ooit met een niet al te vrolijke grijns dat dof geplof in zijn Siciliaanse dorp niks te maken had met schieten op konijnen. Konijnen. Natuurlijk. Het is september. De jagers gaan weer los. Ik kruip dieper onder de dekens om verder te slapen. De kerkklok slaat zeven uur. ‘Ik moet binnenkort de felgekleurde jasjes zoeken’ is het laatste wat ik denk voordat ik weer wegzak.

    Sprookjes en ‘echte jagers’

    Voordat we hier kwamen wonen, waren jagers en de jacht een ver-van-mijn-bed-show. Iets uit sprookjes en lang vervlogen tijden. In ieder geval niet iets van nu. Die eerste keer dat ik een troep jagers in het wild zag, was dan ook een bijzondere ervaring. Allemaal strak in jagerspak met groene pet. Hun jachtgeweren nonchalant over de schouder. En omringd door een roedel snuffelende honden. Wat me het meest verbijsterde was de plek waar we elkaar tegenkwamen. Niet in een bos of langs de rand van een grasland waar je ze zou verwachten. Het was in de olijfboomgaard bij het huis van vrienden. Wilde zwijnen zijn namelijk gek op olijven.

    ‘Niet in mijn achtertuin’

    Onze doorgaans toch zeer gastvrije vriend kon dit onaangekondigde bezoek niet waarderen. Met ingehouden woede en ogen die vuur schoten verzocht hij de mannen dringend zijn privéterrein te verlaten. En niet te vergeten dat wij er waren. En dat er kinderen rondliepen die verstoppertje speelden. Dat eerste klonk best dreigend en ik was ervan overtuigd dat hij wist wat te doen tegen gewapende mannen. Die tweede opmerking kon ik niet helemaal plaatsen.

    ‘Dat ze maar ergens anders zogenaamd van de natuur gaan genieten en hun stoere mannendingen doen. Geen gedonder in mijn achtertuin,’ mompelde vriend terwijl hij naar binnen liep. En vlak daarna weer naar buiten kwam met felgekleurde jassen, mutsen en sjaals. ‘Levensredders’ noemde hij de kledingstukken en verplichtte ons de rest van de dag als een bont gekleurd gezelschap hard pratend en vrolijk zingend olijven te plukken. Geholpen door de kinderen; verstoppertje spelen in een knalrood jackje met een gele muts op is nou eenmaal niet het summum.

    Veel kleur en lawaai

    Het lijkt een beetje overdreven misschien, maar onze vriend had wel gelijk. Het afgeschoten wild niet meegeteld, vallen er jaarlijks tientallen doden tijdens de jacht. Geweren die per ongeluk afgaan, de niet meer zo scherpe blik na het zoveelste slokje uit de zakfles. De kans bestaat dat je als wandelaar, paddestoelenzoeker, olijvenplukker en zelfs collega-jager voor een everzwijn wordt aangezien.

    Spelende kinderen kunnen trouwens verdacht veel lijken op een fazant, zo verscholen in het struikgewas. Zorgen dat je opvalt verkleint die kans op een inschattingsfoutje. Die vrolijk gekleurde uitdossing, het verhalen vertellen en het zingen tijdens het plukken vergroten tegelijkertijd de lol. De doffe knallen verdwijnen dan vanzelf naar de achtergrond.

    Zoek, zoek, zoek

    Onze vriend is er helaas niet meer. Zijn olijvenboomgaard wel. En natuurlijk ook de felgekleurde bescherming die hij ons meegaf. De enige vraag is waar ik die bewaard heb. Gelukkig heb ik nog even om de kasten uit te spitten. Eind oktober, begin november harken wij pas de nieuwe oogst uit de bomen. Hard zingend en pratend zoals hij ons dat leerde, of er nu in de buurt geschoten wordt of niet.

    Beeld jagers: YouTube

     

  • in ,

    Italianen leven langer maar hebben meer te lijden

    Italianen leven langer maar hebben meer te lijden

    In Italië ligt de levensverwachting op bijna 84 jaar, ruim een jaar langer dan de levensverwachting in andere westerse landen. In september 2017 stierf de oudste man van Italië, die op dat moment maar liefst 111 jaar was. Vooral op het Italiaanse eiland Sardinië leven relatief 1.000 maal zoveel honderdjarigen als in Amerika. Levenshouding en voeding spelen een belangrijke rol bij de hoge levensverwachting in Italië.

    Dat klinkt natuurlijk allemaal geweldig, toch moeten we hier meteen een kanttekening bij plaatsen. Italianen ouder dan 75 jaar kwakkelen meer met hun gezondheid dan ouderen elders in de wereld. Binnen alle EU-landen heeft de bejaarde Italiaan de slechtste vooruitzichten op het gebied van gezondheid.

    Gezond leven tot je 75ste

    Het omslagpunt van goede naar slechte gezondheid lijkt rond het 75e jaar te liggen. Hoe komt het dat Italianen zo lang in goede gezondheid leven? Door het warme klimaat, dat zich kenmerkt met droge zomers en zachte winters, leven Italianen in rust. Ze genieten urenlang in de schaduw voor hun woning of onder een boom. Werkzaamheden worden alleen verricht wanneer het hier niet te warm voor is. Staat de zon te hoog aan de hemel, dan neemt de Italiaan enkele uren rust.

    Familie is belangrijk voor de Italianen, ze onderhouden veel contact en doen gezamenlijk activiteiten. Ze staan positief tegenover alle familieleden en vrienden. Er heerst een ongedwongen participatiesamenleving, waarbij vrienden en familie voor elkaar zorgen.

    Italianen wandelen ook vrij veel. Op Sardinië wandelen de inwoners gemiddeld zes tot acht kilometer per dag, in het binnenland wordt er ook aardig wat afgelopen. Nederlanders bewegen soms nog geen halfuur per dag, wat overeenkomt met een te lopen afstand van minder dan drie kilometer.

    Voedselgewoonten in Italië

    Nederlanders kunnen met betrekking tot gezonde voeding nog heel wat leren van de Italianen. In Italië wordt gebruikgemaakt van producten van eigen land, bereid met natuurlijke oliën. Tijdens de maaltijd drinken ze een goed glas rode wijn, wat een positieve invloed heeft op hart- en bloedvaten. Vlees nemen ze met mate, groente in ruime hoeveelheden.

    Langer leven in Italië

    Het Italiaanse leven vanaf 75 jaar

    Hoewel Italianen dus jarenlang in goede gezondheid leven, neemt het tij een ommekeer vanaf 75 jaar. Stiekem begint het al wanneer de Italiaan met pensioen gaat. Door een verandering in levensstijl ontstaan er sneller problemen met persoonlijke verzorging en dagelijkse activiteiten. Van alle Italianen ouder dan 75 jaar heeft de helft te maken met minstens één chronische ziekte. De ziekte zelf is niet altijd het probleem, wel (het gebrek aan) de hulp die hier tegenover staat.

    Door een dalend geboortecijfer en een hoge levensverwachting heeft Italië veel gepensioneerden tegenover werkenden. Hierdoor is het moeilijk om alle hulpvragen op te vangen. Een groot aantal ouderen moet het zonder professionele hulp of begeleiding doen. Hierdoor ervaren ze problemen met de persoonlijke verzorging of het doen van activiteiten.

    Wil je zelf meer van het gezonde Italiaanse leven overnemen? Breng dan regelmatig een bezoek aan een sfeervolle Italiaanse stad of beleef het plattelandsleven in een pittoresk dorpje. Laat je culinair verrassen en geniet van de cultuur en het klimaat. Wie met een Italiaanse mentaliteit leeft, is bewuster bezig met gezond leven.

    Bron: thelocal.it, foto’s: pxhere, Pixabay

  • in

    Italiaanse film: Perfetti sconosciuti

    De smartphone. Je staat ermee op en je gaat ermee naar bed. Zo is het voor velen van ons. Een klein apparaatje dat ons hele leven documenteert en domineert. Massaal zijn we verslaafd aan het geluid van de binnenkomende whatsappjes en facebookreacties. Maar wat als iemand anders die berichten opent? Als je beste vrienden en je echtgenoot alles te zien zouden krijgen van jouw virtuele leven? Dat is de vraag waar de film Perfetti sconosciuti over gaat.

    Een dag als alle andere

    Drie bevriende stellen en een single man (wiens vriendin vanwege ziekte had afgezegd) spreken met elkaar af voor een dinertje. Iemand neemt tiramisu mee, een stel ruziet met hun puberende dochter een ander stel maakt nog snel een afspraak met de oppasoma over hoe laat de kinderen naar bed moeten. En dan gaan ze aan tafel.

    Experiment

    Een van hen vertelt over een vriendin die haar vriend had betrapt op vreemdgaan toen zij door zijn telefoon scrolde en intieme berichten van een ander vond. Voor de grap stelt de psychologe Eva voor een experiment te doen. Hebben wij echt geen geheimen voor elkaar? Dan leggen we al onze telefoons op tafel en openen we publiek onze inkomende gesprekken en whatsappjes met elkaarDat gaat op het begin natuurlijk wel even goed, maar al snel blijken er een paar in de piepzak te zitten. Ze hebben wel degelijk iets te verbergen, maar niemand durft natuurlijk ‘nee’ te zeggen tegen het voorstel. Daaruit zou bij voorbaat al schuld blijken.

    Herrie in de tent

    Welke geheimen precies allemaal boven tafel komen, daarvoor moet je deze soap-achtige film zelf maar even bekijken. Regisseur Paolo Genovese raadt wel af om dat samen met je partner te doen, die zou zomaar op een idee kunnen komen. Natuurlijk speelt ook seks een rol: wie doet het met wie. Maar ook andere, iets interessantere geheimen die wellicht voor de brave kijker meer herkenbaar zijn, komen aan bod. En dat geeft de film nét iets meer diepte. Wat vind je nu echt van je schoonmoeder? Mag die puberende dochter al overnachten bij haar vriendje?

    Acteurs en setting

    De Italiaanse topcast zorgt ervoor dat het verhaal, dat zich grotendeels in één kamer afspeelt, heel natuurlijk overkomt. De dialogen zijn vanzelfsprekend en de personages ongedwongen en geloofwaardig.

    Het voordeel van een Italiaanse film boven een Amerikaanse film over dit thema, is dat het allemaal veel natuurlijker en minder hysterisch is. Als het gaat over alledaagse geheimen, zou een Amerikaanse film wellicht veel meer het leven van Kim Kardashian of het leven in The Hills willen portretteren. In deze film kun je je beter identificeren met de personages, gewone hardwerkende mensen met tekortkomingen net als iedereen. Die zich soms schamen voor hun opvattingen. En daarom niks vertellen. Of de ander willen beschermen en daarmee een leugen in stand houden.

    Of heb jij geen geheimen?

    italiaanse film perfetti sconosciutiPerfetti sconosciuti
    regisseur: Paolo Genovese
    cast: Giuseppe Battiston Marco Giallini Kasia Smutniak Alba Rohrwacher, Valerio Mastandrea, Anna Foglietta
    97 min.
    € 16,99
    Arti Film, april 2017

    Koop bij bol.com

  • in

    Italiaanse wijn van 2017: weinig en zwaar

    Italiaanse wijn van 2017: weinig en zwaar

    Het bizarre weer van dit jaar – late nachtvorst en zeven hittegolven met temperaturen tot 40 graden Celsius – heeft fikse gevolgen gehad voor de Italiaanse wijnoogst van 2017. De totale opbrengst komt dit jaar uit op 40 miljoen hectoliter, maar liefst 26% minder dan vorig jaar. Italië blijft daarmee wel ’s werelds grootste wijnproducent, omdat ook de nummers 2 en 3, Frankrijk (37,2 miljoen hl) en Spanje (35 miljoen hl), te lijden hebben gehad onder de extreme weersomstandigheden, zij het minder dan Italië.

    Binnen Italië zijn er trouwens grote regionale verschillen. In het noorden bedraagt de daling zo’n 13% en dat betekent dat er ook dit jaar wel weer voldoende prosecco, traminer en barbera zal worden geproduceerd. Ernstiger is de situatie in het centrum en zuiden. In Toscane, Lazio, Apulië en Sicilië leveren de wijnstokken dit jaar 30-40% minder dan in 2016, en dat betekent minder chianti, frascati, negoramaro en nero d’avola. De winkelprijzen zullen naar verwachting gemiddeld 10-20% hoger komen te liggen.

    Minder maar beter?

    Maar hoe zit het met de kwaliteit? Een lagere opbrengst hoeft niet te betekenen dat de wijn ook minder goed zou zijn. Integendeel, in Italië is al sinds de jaren 80 een ontwikkeling gaande naar ‘minder maar beter’. Overal in het land zijn oenologen druk doende om oude, op bulkproductie gerichte, wijnstokken te vervangen door nieuwe aanplant met geringere oogst maar meer smaak, en om vergeten varianten weer in ere te herstellen. Dat proces heeft de Italiaanse wijnsector, die goed is voor 1,3 miljoen banen, geen windeieren gelegd. Meer dan de helft van de Italiaanse wijn gaat naar het buitenland en vorig jaar nam de export nog eens toe met ruim 6%, zowel qua volume als prijs.

    Zware wijn met veel alcohol

    Een bruuske daling door hitte en droogte zoals dit jaar, waardoor de druiven kleiner en zoeter dan normaal blijven, hoeft echter niet garant te staan voor hoge kwaliteit. Dat betoogt Riccardo Cottarella, de voorzitter van Assoenologi, de Italiaanse vereniging van wijnkundigen: ‘Dit wijnjaar stemt mij droevig. Niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit ligt laag.’ Zijn collega Samuel Cogliati spreekt van ‘onevenwichtige druiven, met te veel suikers en een lage zuurgraad waardoor je zware, weinig verfrissende wijnen met een hoog alcoholpercentage krijgt.’

    Standsorganisatie Coldiretti roemt 2017 daarentegen als een ‘uitstekend wijnjaar’, maar die verenigt dan ook de meeste Italiaanse wijnboeren in zich zodat we gevoeglijk kunnen spreken van een oratio pro domo. Tegelijk drukt de Coldiretti haar leden op het hart om zich te wapenen tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Door droogteresistente onderstokken aan te planten en drones te gebruiken om tijdig te kunnen zien waar bevloeiing nodig is.

    De beste Italiaanse wijnen van 2017

    Te midden van de sombere berichten valt er op wijngebied ook nog wel wat vrolijks te melden. Zo heeft een internationale jury van deskundigen onlangs de jaarlijkse lijst van de vijftig beste Italiaanse wijnen opgesteld.

    Winnaar is dit jaar de Oreno, een Toscaanse blend van merlot, cabernet sauvignon en petit verdot. Piëmont en Toscane zijn als vanouds de best vertegenwoordigde regio’s, met respectievelijk dertien en tien nominaties. Dat als wijnstok de Piemontese Barolo met tien en de Toscaanse Brunello met zes vermeldingen het hoogst scoren, is ook weinig verrassend.

    Maar Italië kent honderden wijnrassen en daarom komen we, nog afgezien van de blends, in de eredivisie van de wijn ook minder beroemde namen tegen als caberlot, taurasi (de trots van Campania!), morellino di scanzano, nerello mascalese (in de Etna Rosso) en de Friulaanse vitovska.

    Italiaanse wijn: de top 10 van 2017

    • Oreno 2015 – Tenuta Sette Ponti – Toscana
    • Terlaner Rarity 1991 – Cantina Terlano – Alto Adige
    • Giulio Ferrari Riserva del Fondatore Trentodoc 2006 – Ferrari F.lli Lunelli – Trentino
    • Barolo Ravera 2013 – Elvio Cogno – Piemonte
    • Brunello di Montalcino Tenuta Nuova 2012 – Casanova di Neri – Toscana
    • Valtellina Superiore Rocce Rosse Sassella Riserva 2007 – AR.PE.PE. – Lombardia
    • Bolgheri Sassicaia 2014 – Tenuta San Guido – Toscana
    • Gewürztraminer Epokale Spätlese 2009 – Tramin – Alto Adige
    • Trebbiano d’Abruzzo 2013 – Valentini – Abruzzo
    • Barolo Monprivato 2012 – Giuseppe Mascarello e figlio – Piemonte

    De volledige lijst vind je op de site van de Corriere della Sera.

    Foto: YouTube

Laad meer
Congratulations. You've reached the end of the internet.