in , ,

Column: Acquabona

Acquabona
Het beste drink je Acquabona (foto's: Stef Smulders)

Aan het eind van een van de straatjes in het pittoreske dorpje Marciana op Elba vinden we een pleintje met een boom, een bankje en een pomp. Een inwoonster is verwoed bezig de door haar meegebrachte plastic flessen met water te vullen.

Op het bankje zit een oudere man te wachten met naast zich een batterij lege jerrycans. We slaan het tafereel een tijdje met verbazing gade, tot Nico naar voren stapt en de vrouw bevraagt over haar eigenaardige bezigheid.

Ma perchè non usa l’acqua del rubinetto? Waarom gebruikt u het water uit de kraan niet?’

Ik geneer me over zijn directe, brutale vraag en hou me op de achtergrond. Met gespitste (schrijvers)oren, dat wel.

Enigszins verstoord kijkt de vrouw op en antwoordt op bitse toon: ‘De gemeente verkoopt het goede water en levert het slechte water aan haar inwoners.’

Aha, de bekende complottheorie, die voortkomt uit het wantrouwen van de gemiddelde Italiaan ten opzichte van alle overheidsinstanties. Hier valt niet tegenop te redeneren, weet ik, en ik hoop dan ook dat mijn echtgenoot het hierbij laat en zich schielijk terugtrekt. 

Maar nee.

E l’acqua in bottiglia? Di sicuro quella è buona? En het water in flessen is toch zeker wel goed?’

De vrouw kijkt nu niet eens meer op. Ze antwoordt kortaf dat er met het water in die flessen geknoeid is. Er gaat niets boven water direct uit de bron! Dat is het gezondste van allemaal.

Ach ja, de gebruikelijke (niet exclusief Italiaanse) afkeer van alles wat niet puur natuur maar industriale is. Soms (of vaak?) zal de redenering wel kloppen, maar in het geval van flessenwater menen we te weten dat dit grondig gecontroleerd wordt. 

LEES OOK:
Column: bijgelovige Italianen

De eerste keer dat we in Italië in een restaurant water bestelden zagen we behalve dat acqua frizzante in een fles met een blauw etiket zit en naturale een rood etiket heeft (Italië beschikt over haar eigen bronnen en lapt de algemene standaard van Spa aan zijn Italiaanse laars), op het etiket een uitgebreide chemische analyse, verricht door de universiteit van Pavia. Zelfs de naam van de professor stond erbij, zodat je verhaal kon gaan halen als de smaak je niet beviel of je er ziek van werd. Dat zag er toch echt betrouwbaar uit.

Gelukkig begon Nico hier niet over en wandelden we verder, glimlachend over het wantrouwen van de inwoonster. Maar was dat wel terecht? 

Thuisgekomen speurde ik wat op het Internet en moest concluderen dat de waterbedrijven (zelfs) in Italië tegenwoordig zo transparant zijn als… water. Ze controleren het leidingwater continu, publiceren de resultaten in detail, door iedere burger vrijelijk te raadplegen, op hun websites en zijn bezig met de uitvoering van een groot, Europees plan om de kwaliteit en veiligheid nog verder op te schroeven.

Toch is het kennelijk niet genoeg om de gebruikers te overtuigen. Het helpt ook niet wanneer zoals in 2018 in Brescia opeens een groot aantal inwoners besmet raakt door een bacterie die zich vooral in water bevindt.

‘Het leidingwater is besmet!’ roept iedereen dan in paniek en ziet zijn gelijk bevestigd als de gemeente puur uit voorzorg aanraadt om voorlopig geen kraanwater te drinken. Dat later blijkt dat de bacterie zich (uitgerekend) in het water van de vele openbare fonteinen bevond, hoort al bijna niemand meer.

Wat ook niet helpt is de deplorabele stand van het Italiaanse waterleidingnetwerk waardoor 40% van het water weglekt en dat Italië jaarlijks forse Europese boetes oplevert.

Wij maken dit bijna ‘aan den lijve’ mee door de vele (minstens twee per jaar) grote lekkages die in de waterleiding in de straat bij ons huis plaatsvinden. Het ene gat repareert men dan en daarna is het wachten op het volgende lek.

De leiding onder de hele straat in een keer vervangen? Nee, daar is geen budget voor. Pappen en nathouden (niet nodig bij een waterleiding) is de klassieke Italiaanse aanpak bij infrastructureel onderhoud.

LEES OOK:
Column: de olijvenoogst

Water heeft natuurlijk, als hét essentiële element dat leven mogelijk maakt, voor de meeste mensen iets magisch en is altijd met mystiek omgeven, ook al hebben de geleerden uitgedokterd dat het niets meer of minder is dan H2O.

Een slimme ondernemer heeft daar op Elba op ingespeeld door werkelijk overal winkels te openen waar hij ‘Acqua dell’Elba‘ verkoopt, ‘Il profumo del mare!‘ Vijftig euro voor een piepklein flesje. Trap er niet in, ik heb het geprobeerd, het ruikt lekker maar het is niet te zuipen.

Een paar dagen na de ontmoeting met het ‘watervrouwtje’ arriveren we bij ons verblijf aan de andere kant van Elba. De beheerster lijkt als twee druppels water op Sybil uit Fawlty Towers (Basil is er helaas niet) en legt ons met bijna Zwitserse precisie uit waar alles is en hoe alles werkt. Net als we willen opstaan om naar ons appartementje te gaan zegt ze: ‘O ja. Het is beter om het water uit de kraan niet te drinken.’

Daarna mompelt ze iets vaags over de erin aanwezige mineralen en zo. ‘Ma è potabile? Is het drinkbaar?’ roepen we allebei in koor (zelfs mij wordt het nu te gek).

Sì, sì, è potabile,‘ antwoordt Sybil en mompelt weer een vaag bezwaar over mineralen.

We besluiten haar advies te negeren en het kraanwater eerst te proeven. Er blijkt, qua smaak, niks mis mee. Geen spoor van chloor, bijvoorbeeld, wat voor ons de enige reden zou zijn om flessenwater te gebruiken.

LEES OOK:
Column: de juiste kerststemming of toch niet

Op internet vind ik de laatste analyse van alle mineralen en elementen die zich in het plaatselijke water bevinden. Alles ruim binnen de norm. Maar tutto a norma is een kreet waarin de Italianen allang niet meer geloven

Acquabona
Het beste drink je Acquabona (foto’s: Stef Smulders)

En, toegegeven, ik ook niet altijd want bij elke cena op Elba geef ik de voorkeur aan Acquabona uit de fles, verkrijgbaar in de kleuren wit, rosé en rood.

Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Stef Smulders

Geschreven door Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

De mooiste plekken rond het Trasimeense Meer

De 12 mooiste plekken rond het Lago Trasimeno

In de herfstvakantie naar Toscane

In de herfstvakantie naar Toscane