in , ,

Column: bij de Mille Miglia

Milla Miglia 2022
Voor het eerst kwam de Milla Miglia hierlangs (foto's: Stef Smulders)


Ik nam een slok en schrok. Toen ik me naar Roberto keerde zag ik dat hij moeite deed om zijn gevoelens te verbergen. We keken elkaar aan en begrepen dat we hetzelfde dachten: bocht!

We stonden op een strook gras naast de provinciale weg waar voor het eerst in alle eeuwigheid de befaamde Mille Miglia – de Duizend Mijl – langs zou komen. Vermoedelijke reden van deze onverwachte ontwikkeling: de goede staat van het wegdek op het parcours dat de Giro d’Italia hier vorig jaar reed.

De Mille Miglia is een ’race’ die honderden oldtimers ieder jaar aangaan op een route die vanuit Brescia via Rome terug naar Brescia voert en waaraan ook veel buitenlandse liefhebbers van oude auto’s meedoen. Op de deelnemerslijst telde ik maar liefst 65 Nederlandse auto’s, waaronder die van prins Bernhard jr en prins Pieter van Vollenhove jr.

Op de gewone, slecht onderhouden wegen van de Oltrepò zouden de onderdelen waarschijnlijk van deze kwetsbare voertuigen springen (hierbij heb ik altijd een tekenfilmachtige komische fantasie), maar op het nieuwe asfalt zou het veilig moeten kunnen.

Het was dus nu, in 2022, of nooit. En omdat deze optocht dit jaar vlak bij onze Villa (en nog veel dichter bij ons nieuwe huis) langskwam, moesten we natuurlijk gaan kijken.

Toen we aan kwamen lopen (onze auto mocht het parcours uiteraard niet op, een tegenvaller voor Roberto die hoopte de wegafsluiting voor te zijn), waren de 3 bankjes langs de kant van weg nog leeg. Mooi!

De bankjes langs het parcours van de Mille Miglia

Niet dat we op deze door de gemeente jaren geleden lukraak neergestrooide zitgelegenheden ooit iemand hadden zien zitten… Je zat er, toegegeven, heerlijk in de schaduw van een paar lindebomen, maar wel met je rug naar het panoramische uitzicht. Je keek daarentegen op de provinciale weg (dat kwam nu wel goed uit) en naar een, toegegeven, mooie tuin en dito huis aan de overkant.

Waarom uitgerekend hier bankjes geplaatst, en 3 nog wel? Hetzelfde gold voor de vrijwel nieuwe oversteekplaats (de strepen nog hagelwit en niet weggesleten) met waarschuwingsborden en knipperlichten iets verderop. Het was een zebrapad van niets naar nergens. Hoewel?

We waren er nog maar kort neergestreken of vanuit de tuin aan de overkant kwam een vriendelijk ogende oudere man op ons toe. Hij droeg het in Italië zeer gebruikelijke felgekleurde brilletje (rood in dit geval) en begon een praatje over het aanstaande evenement, hoe laat de eerste auto’s langs zouden komen, dat het de eerste keer was (maar niet de laatste, beweerde hij), enzovoorts.

De man leek verrassend veel te weten en later, toen er meer buurtgenoten toegestroomd waren, riep iemand hem aan als vice-sindaco. Aha! De viceburgemeester. Het hoe en waarom van de bankjes en het moderne zebrapad waren ons in een klap duidelijk. Zo werkt dat nu eenmaal in deze streken.

Het zebrapad van de vice-sindaco

Uit de gesprekken die zich tussen de toeschouwers later ontvouwden leerden we dat hij ook verantwoordelijk was voor de bankjes die recent op de helling tegenover de grote kerk van Castana verschenen waren. Ook daarvan begrepen we de zin niet helemaal, maar deze stonden tenminste richting de vallei: voortschrijdend in- en uitzicht?

De vice-sindaco had in ieder geval duidelijk en stevig de portefeuille ’zitgelegenheden’ van de gemeente in beheer.

Naarmate de tijd vorderde en er meer mensen toestroomden, werd het onder de groene linden steeds gezelliger en luidruchtiger. Het sein voor de vice-sindaco om maar eens een paar flesjes wijn tevoorschijn te gaan halen.

Hij kwam terug met een muskaatwijn en een riesling, allebei van het iets verderop gelegen wijnbedrijf. ’We gaan wat reclame maken voor de plaatselijke bedrijven,’ riep hij optimistisch. Roberto en ik kozen voor een bekertje riesling want zoete wijn op dit uur, nee. Verkeerde keus, zo bleek nu.

Na wat geaarzel zag ik Roberto een omtrekkende beweging maken die eindigde achter een op de iets hoger gelegen zijweg geparkeerde auto. Ik kon onder de wagen doorkijken en zag hoe Roberto stilhield om even later een plons witte wijn op het wegdek te laten neerkletteren.

Toen hij weer terugkwam had hij de opgeluchte uitdrukking van iemand die zich net van zijn hoge nood had verlost. ’De slechtste riesling die ik ooit geproefd heb,’ fluisterde hij mij toe. Ik was dapperder en goot het bekertje in een keer leeg in mijn keel. Even slikken, zei de dokter, en weg.

De eerste auto’s kwamen voorbij: luid ronkende Ferrari’s die speciaal voor ons nog eens extra gas gaven, niet wetende dat er iets verderop toch nog een oneffenheid in de weg zat. Het schuren van hun bodemplaten deed ons het ergste vrezen maar gelukkig kwam niemand vast te zitten.

Daar komen de klassiekers

Terwijl we wachtten op de echte oldtimers uit de jaren 20 en 30 raakten we aan de praat met de overige toeschouwers. Al snel begreep men dat wij de Olandesi waren die beneden de bar in Cassinassa een nieuw huis bouwden.

’Meno male!’ riep iedereen. ’Goed dat er hier Nederlanders komen! Beter dan Italianen.’ Zelfs de vice-sindaco juichte mee. Aan de oudere vrouw die naast mij op een van de bankjes had plaatsgenomen, legde ik uit dat als ze meer wilde weten over ons nieuwe huis ze bij de bar moesten gaan informeren. Deden wij ook, schertste ik, want zij weten daar meer dan wijzelf.

Tot mijn verrassing hief de dame haar handen ten hemel en zei met een geschokte uitdrukking op haar gezicht dat ze daar vreselijk zijn. Ze roddelen bij het leven en weten alles van iedereen! ’Een tijd geleden,’ vertelde ze, ’had ik een kennis uitgenodigd om langs te komen. Maar op weg naar mij toe raakte hij de weg kwijt en besloot in de bar te vragen of iemand wist waar ik woonde. Na wat heen en weer gepraat en gegis tussen alle aanwezigen, zo vertelde hij mij later, riep iemand opeens O ja, dat is ’de weduwe’ en die woont daar en daar.’

De dame, weduwe zo wist ook ik nu, keek me verontwaardigd aan.
’Ik sta daar dus bekend als “de weduwe”. Terwijl ik nooit in die bar geweest ben. Verschrikkelijk.’ Ze schudde mismoedig het oude hoofd.

De oldtimers puften en pruttelden onder luid enthousiasme van de toeschouwers voorbij. Ik keek vooral naar de geleidelijk oplopende nummers. Auto 332 moest ik hebben, de Bristol Bolide van prins Bernhard jr. Terwijl ik ongeduldig op de uitkijk stond, smartphone in de aanslag, legde Roberto mij uit dat bolide in het Italiaans raceauto betekent.

Het accent, zo hoorde ik, ligt daarbij op de o, dus bòlide en niet bolìde. Weer wat geleerd. Ja, daar was-ie, klik klik klik en hebbes. Helaas was het vierkante zwarte tv-montuur van de koninklijke huisjesmelker niet echt herkenbaar.

Daar zal je ‘m hebben, prins Bernhard junior

’Kom even mee,’ sprak de weduwe tegen mij en Roberto toen wij net als iedereen aanstalten maakten om te vertrekken. ’Ik heb nog een paar flessen riesling staan. Veel beter dan die van de vice-sindaco.’ Ze trok er een vies gezicht bij.

We volgden haar uit beleefdheid. Haar huis lag eenzaam achter veel struiken- en bomengroei verborgen. Op het terras lag een kat. ’Mijn laatste,’ zuchtte ze, ’15 jaar oud. Vorige week is mijn op een na laatste gestorven. Nu heb ik alleen deze nog.’

Bij het huis van de weduwe

Ze schuifelde haar huis in en kwam terug met twee flessen witte wijn zonder etiket.
’Alstublieft,’ zei ze. ’Veel beter dan die andere.’

Thuis bleek deze wijn inderdaad aangenaam fris en fruitig. De weduwe mocht de bar dan mijden, verstand van wat er geschonken werd had ze wel.

🇮🇹Leestip: Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Written by Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

mediterrane speltsalade

Recept: mediterrane speltsalade

de bekende blauwe deur in de witte muur in Ostuni

Ostuni, het witte stadje in Puglia – tips voor je bezoek