in ,

Column: boetedoening bij de carabinieri

Trajectcontrole met de Tutor (foto: Wikimedia)

‘Nu ga ik je iets vertellen wat jij leuk vindt, want ik weet dat jij dol bent op dit soort absurde verhalen.’

Ik kijk Roberto vol verwachting aan. Wat zou hem nu weer overkomen zijn? Minstens een keer per week komt hij wel met een rampverhaal, iets wat nou juist hem weer moest overkomen, een zoveelste voorbeeld van een typisch Italiaanse ‘toestand’. Hij kijkt niet vrolijk dus het wordt vast een krankjorum en (voor ons) leuk verhaal. Ik spits alvast mijn roddelzuchtige oren.

‘De postbode kwam gister toch met een multa, een boete?’ begint Roberto.

O ja, dat klopt. Het post-Pandaatje kwam langs, zag Roberto die bij ons wat aan klussen was en dacht: Hé, laat ik hem ook vast zijn post geven. Het was de gevreesde groene envelop. Nico zag het en riep bezorgd ‘Una multa?’ Maar gelukkig was hij dus niet voor ons.

De Italiaanse posterijen (foto: Wikimedia)

Roberto zuchtte: ‘È un anno così.’ Het is zo’n jaar waarin alles tegenzit. Verwarmingsketels die stuk gaan, koelkasten die beginnen te lekken, steentjes die autoruiten doen scheuren… het hield maar niet op.

De spreekwoordelijke ‘nuvola di Fantozzi’ hangt al het hele jaar boven zijn hoofd (De boekhouder Fantozzi is een Italiaanse komische figuur die altijd pech heeft. Zelfs als hij naar het zonnige zuiden op vakantie gaat, volgt een regenwolk hem als een trouwe hond).

La Nuvola di Fantozzi

‘Nou, het was dezelfde boete die ik een paar weken geleden ook al had gekregen. En meteen had betaald, want dan krijg je 30% korting. Toch nog 129 euro,’ zei Roberto.
‘Maar een boete voor wat dan?’ vroeg ik nieuwsgierig.

‘Te snel gereden op de Ponte della Becca,’ mopperde Roberto. ‘Ze hebben er een Tutor (trajectcontrole) geïnstalleerd. Eén dag voordat ik er te hard reed.’

Roberto stuurt me een onheilsblik die moet beduiden dat dat hem natuurlijk weer moet gebeuren, alsof ze die Tutor speciaal hebben geïnstalleerd om hem te pakken.
‘Een week lang hebben ze gewacht voordat ze het bekend hebben gemaakt. Snap je?’

Ik snap het.
‘Dat is nou typisch Italië,’ vervolgt hij. ‘Eerst flink incasseren en dan de automobilist pas waarschuwen.’

‘Maar waaraan worden die boetegelden eigenlijk besteed?’ vraagt Nico quasi-naïef.
‘Het vullen van de gaten in de wegen met die kwakjes teer,’ antwoord ik snel, waarop Roberto met een vinger strak naar mij wijst.
‘Precies.’

Was dat het? denk ik teleurgesteld. Ik hoopte op meer sensatie. Hoe moet ik anders ooit mijn vierde boek volkrijgen? Maar gelukkig, Roberto maakt al aanstalten om verder te gaan.

‘Een tweede boete voor dezelfde overtreding dus,’ zegt hij.
O ja, de dubbele boete.

‘Zelfde plaats en dag en tijd. Dus ik wil reclameren. En waar moet dat? Natuurlijk niet bij de politie van de gemeente waar de overtreding begaan is, nee, dat moet in Pavia. Begrijp je?’ Roberto werpt me een lepe blik toe.  Maar ik weet nog niet wat hij bedoelt, dus trek mijn wenkbrauwen op.

‘Door de lockdown mag ik niet naar Pavia, en als ik daar dus ga reclameren, bij de politie, zul je zien dat ze mij meteen een coronaboete geven.’

Hierop maakt Roberto het typisch Italiaanse gebaar alsof hij met zijn duim een verticale snee in zijn wang maakt. Betekenis: zo word je belazerd door die leperiken.
‘E hai già tutta Italia lì.’ En daarmee heb je Italië helemaal voor je, in optima forma. Zo gaat het hier, wil Roberto zeggen. Wat je ook doet, als burger word je door de overheid altijd genaaid.

Het gebaar met de duim en de wang (bron: italianopiccolipassi.com)

Roberto gaat verder:
‘Dus ik nog eens goed kijken op die boete, vier dubbelzijdige pagina’s vol met tekst, en ja, daar is een telefoonnummer. Mooi.’

Roberto belde meteen en zei heel beleefd dat hij een dubbele boete had ontvangen.
‘Maar ga toch weg, meneer, een dubbele boete, dat kan helemaal niet. U moet eerst eens goed leren lezen!’ antwoordde de dienstdoende diender.

‘Maar ik heb ze hier voor me, twee boetes, zelfde tijd, zelfde plek, zelfde nummer!’ Roberto begon zich nu op te winden.
‘Ja, ja, dat zeggen ze allemaal,’ antwoordde de boete-administrateur.

‘Maar kunt het dan niet even nakijken?’ riep Roberto, bijna wanhopig.
‘Nee, dat is niet mogelijk. Maar wacht, heeft u wel een kopie van uw rijbewijs opgestuurd?’ De ambtelijke ambtenaar klonk eindelijk iets bereidwilliger.
‘Kopie rijbewijs?’ vroeg Roberto aarzelend. ‘Nee, hoezo?’

‘Aha!’ zei de boetebromsnor nu gedecideerd. ‘Dat is de oorzaak. Op de eerste boete staat dat u altijd een kopie rijbewijs moet opsturen. Bisogna leggere bene! Goed leren lezen!’ klonk het tevreden. Hij had toch gelijk gekregen.

‘Maar dat staat toch nergens,’ aarzelde Roberto en begon voor de zekerheid de ellenlange tekst van de eerste boete nog eens te scannen. En verdomd, daar stond het warempel toch, in piepkleine letters, verborgen tussen een oceaan van allerlei overbodige formele mededelingen met verwijzingen naar normen en wetsartikelen. Roberto zuchtte diep.

‘Ja, nu zie ik het, maar u moet toch begrijpen dat je zulke kleine letters vanaf een bepaalde leeftijd niet meer kunt lezen?’ verdedigde Roberto zijn omissie.
‘Ja, dat hebben ook gemerkt. Daarom staat het er nu in grotere letters op vermeld.’
Huh? Roberto bekijkt de tweede boete en ziet dat het er nu inderdaad duidelijk leesbaar op staat.

‘En dan zegt die klojo dat IK beter moet leren lezen,’ briest Roberto tegen ons. ‘Terwijl ze ZELF weten dat het niet leesbaar is! La gente è matta, davvero. De mensen zijn gek, echt.’ Hij heft zijn handen ten hemel en schudt het moede hoofd terwijl hij naar ons plafond kijkt.

Maar het verhaal is nog steeds niet ten einde (gelukkig).
‘Goed, ik moet dus een kopie van mijn rijbewijs opsturen. Maar er zat ook een acceptgiro van 154 euro bij. Dus ik vraag waarom dat is.’

‘O, nee, die moet u niet gebruiken.’ zei de carabiniere. ‘Dat is alleen voor degenen die de eerste boete niet betaald hebben. Wij kunnen niet zien wie er wel en wie niet betaald heeft, dus sturen we de boete altijd opnieuw mee. Erachter zit nog een andere acceptgiro, van 24 euro. Die moet u betalen,’

‘O, die had ik nog niet gezien. Goed verstopt achter die hogere, eerste boete!’ reageerde Roberto met nauwverholen cynisme. ‘En waarvoor is die?’
‘Boete voor het niet meesturen van kopie rijbewijs.’

‘Zie je,’ zegt Roberto ter afsluiting tegen ons. ‘Zo gaat dat in Italië. Ze stoppen die hoge eerste boete er nog een keer bij in de hoop dat veel mensen niet zien of vergeten zijn dat ze deze al betaald hebben. Op die manier vangen ze weer wat extra geld.’

‘Om nog meer gaten in de weg dicht te smeren,’ antwoord ik vrolijk. Waarop Roberto zijn duim weer over zijn wang haalt.

Ci siamo capiti. Wij begrijpen elkaar. En Italië.

🇮🇹Leestip: Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Geschreven door Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Een diepe duik in de olijfolie

In Rome is een nieuwe kerstrel geboren