in ,

Column: bureaucratische rompslomp

Sinds april dit jaar ben ik officieel lerares na het afronden van de pabo in Nederland. Doordat ik flexibel online studeerde mocht ik stage lopen op een echte Italiaanse basisschool. Helemaal blij met mijn diploma begon ik daarna mijn zoektocht naar een baan.

In Italië zijn bijna geen praktijkstages en de invallers spreken amper algemeen beschaafd…, eh, netjes Italiaans. Je mag al invalwerk doen als je voor 1972 geboren bent en tot je 13de naar school bent geweest. Dat wordt voor mij een eitje, dacht ik. Maar toen kende ik de Italiaanse bureaucratie nog niet goed genoeg.

Italiaans op C1-niveau

Het eerste kantoor waar ik naar binnen ga zit om de hoek. Na wat gesnuffel op de computer (gelukkig hoefde ik geen uren te wachten tot ik naar binnen mocht) kwamen ze met de mededeling dat ik minimaal een C1-diploma Italiaans nodig had. Ook bleek er in toevallig dit jaar in juni een ‘lijst’ open te gaan waar je je als pas afgestudeerde kon inschrijven om invalwerk te doen. Dat was boffen, want zo’n intekenlijst is er maar eens in de drie jaar. Even dat examen regelen en klaar is Kees. Wat denk je, zijn die officiële examens drie keer per jaar en het eerstvolgende is in juli!

LEES OOK:
Column: rokjesdag in Italië

Eens in de drie jaar

Hoe kun je als overheid één maand per drie jaar afgestudeerden de mogelijkheid geven om zich in te schrijven voor invalwerk? En dan het Italiaanse examen na de sluitingsdatum plaatsen… En dan hebben we het hier over invalwerk, nog niet eens over een vaste baan in het onderwijs. Desondanks toch het examen afgelegd en met een 8,4 dik geslaagd! Of ik ook nog een verklaring van de Nederlandse Dienst Uitvoering Onderwijs wil aanvragen dat mijn diploma wel echt is? Ja, natuurlijk. Waarom niet? En dan is het alweer zomervakantie en is alles wat met school te maken heeft bijna drie maanden dicht. Zucht.

De equipollenza

Denk je alles voor elkaar te hebben, blijkt ook een zogeheten equipollenza nodig te zijn. Kort gezegd een bewijs van hoeveel mijn diploma waard is volgens de Italianen. Nou, meer dan dat van jullie! Het bureau in het dorp stuurt me naar een stadje een uur verderop en daar sturen ze me weer naar Turijn. Hallo, ik blijf niet bezig! Blijkt dat ik alle examenonderdelen inclusief onderwerpen en weet ik niet wat moet laten vertalen. Ja hoor, wie gaat die 5.000 pagina’s ooit lezen? Er is vast een andere weg.

LEES OOK:
Column: Italiaanse kinderen en school

Russische vertalers

Voor een oppepper ga ik langs mijn oude stageplek, waar ze me naar de vakbond sturen. ‘Nederlands? Nee, ik ken wel Russische vertalers.’ Bijna hetzelfde, nietwaar? Tijdens een volgende afspraak trof ik toevallig de directeur. Hij wist er gelukkig meer van en heeft me de juiste informatie gegeven. Als ik er niet uitkwam via internet kon ik hem altijd bellen. Nu ga ik volgende week maar weer eens langs, want ik begrijp nog steeds niet of ik letterlijk alles moet laten vertalen.

Mogelijk komt er volgend jaar een concorso voor een vaste aanstelling, maar of dat echt gebeurt weet niemand. Voorlopig kan ik niet anders dan me neerleggen bij de bureaucratische rompslomp. Was ik maar vóór 1972 geboren, dan kon ik op mijn 55ste met pensioen zonder ooit te hebben gestudeerd!

Beoordeel dit artikel

Femke van Twuijver

Geschreven door Femke van Twuijver

In 2010 maakte ik met een vriendin een rondreis door Italië. Aangezien we studeerden en niet veel te besteden hadden verbleven we in hostels, zo ook in Rimini. De kamer deelden we daar met twee Italianen die geen woord Engels spraken, wat de pret niet mocht drukken. ’s Avonds zouden ze uitgaan met vrienden en ze vroegen of we mee gingen. Een van die vrienden deed wel heel erg zijn best, superleuk maar ook spannend, het blijft tenslotte een Italiaan. We wisselden enkel e-mailadressen uit. Terug in Nederland besloot ik contact te zoeken. Uiteindelijk is hij op vakantie naar Nederland gekomen en daar bleek dat onze gevoelens toch heel sterk waren. Een jaar lang heen en weer reizen volgde tot ik de mogelijkheid vond om mijn studie online af te maken. Op dat moment besloot ik bij hem in Piëmont te gaan wonen. Inmiddels woon ik hier drie jaar. Eind september 2014 zijn we getrouwd. Op beide vlakken dus geen liefde op het eerste gezicht, maar ik zou voor geen goud terug willen naar Nederland, zo veel hou ik nu van mijn man en het land.

2 Pings & Trackbacks

  1. Pingback:

  2. Pingback:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Het voormalige spookdorp Bussana Vecchia

Claudia Romani

Claudia Romani: de knapste scheidsrechter ter wereld?