in , ,

Column: het is effe wennen… het Italiaanse verkeer

Toen ik jong was ging ik met mijn ouders op vakantie. We kregen pech onderweg en mijn vader en ik gingen liften om beneden in het dorpje hulp te halen. Situatie: een klein dorpje in de bergen. Wij hadden zelf langzaam en voorzichtig gereden, tot grote ergernis van circa vijftien automobilisten achter ons, die elke bocht kenden als hun broekzak en ons, stomme toeristen, vervloekten. Toen we gingen liften zagen we hoe Italianen door die bergweggetjes rijden, met piepende banden, 80 kilometer per uur een bocht doorrijden (omdat je toch wéét dat er niks aan komt). Mijn vader oefende zijn schietgebedjes en zag nogal bleek toen we beneden stonden.

Fietsen in Italië

Toen ik student was in Bologna kocht ik een fiets. Fietsen kwamen net in de mode in Italië en het leek me erg handig, Nederlands als ik ben, om met een fiets naar de andere kant van de stad te fietsen. Echter, het viel me al gauw op dat er geen fietspaden waren. Dat was toch enigszins lastig. Voor de kleinere steegjes waar weinig verkeer was maakte het niet zo veel uit, maar op de grote verkeersaders van de stad vreesde ik dikwijls voor mijn leven. Ik was een jonge roekeloze student die net deed alsof hij als een Nederlander overal tussendoor kon koersen, de Italiaanse automobilisten hadden echter geen idee wat te doen met een dergelijke coureur. De pas afsnijden, opgestoken handen en vingers, bijnadoodervaringen; het viel mij allemaal ten deel. En wellicht ook de Italiaanse automobilisten die mij tegenkwamen op de weg. Wat? Een fietser? Mai visto!

Door rood rijden

Allemaal de schuld van de Italianen natuurlijk. Die mij ook dwongen de dood in de ogen te zien toen ik een auto van een vriendin mocht lenen in de binnenstad van Bologna. Ik stopte netjes voor rood en de auto die achter mij stopte begon te toeteren. Hè? Ik deed toch niks verkeerds? De handrem was er toch vanaf? Rookte mijn auto? Deden de lichten het niet? Ik vroeg het mijn passagier. Ze willen dat je doorrijdt. Dat ik doorrijd? Door rood dus. Eh, sì. Daar paste ik voor. Ik vond de opdringerigheid om door rood te rijden ook enigszins ongepast. Alsof je alsjeblieft even een ongeluk wilt riskeren. Nou nee, bedankt.

LEES OOK:  Column: tijd, een betrekkelijk begrip....

Tegenover een vrachtwagen

Of die keer dat ik een auto gehuurd had en door de stromende stortregen een bergpas met haarspeldbochten moest doorkruisen tussen Lugano en het Comomeer. Ik waagde mijn leven (en dat van mijn medepassagier). Het was überhaupt de eerste keer dat ik als mobilist te maken had met haarspeldbochten. Kom ik een vrachtwagen tegen en staan we tegen over elkaar precies in de bocht. Oké, even achteruit en omhoog met dit geleende Fiatje. Eh, de handrem, hellingproef, hoe werkt dat allemaal ook alweer? Toen we beneden aan de pas van de berg stonden stuurde de TomTom mij met de gehuurde auto door een middeleeuws dorpje. Ik was al bang om per ongeluk een eenrichtingsweg in te slaan, maar onverhoopt kwam ik, op het einde van een weg die tien centimeter breder was dan de auto, uit op een doodlopend pleintje. Ook dat was niet prettig.

En dan het gebrek aan strepen op de weg, wat toch suggereert dat het verkeer een vrijbrief is om je Valentino Rossi-aspiraties op elke mogelijke manier te doen laten gelden. Zucht. Wat was jouw laatste bijnadoodervaring in het Italiaanse verkeer?


Geschreven door Lotje Lomme

Lotje Lomme

Lotje Lomme studeerde Italiaans in Utrecht en Geschiedenis in Bologna. Ze heeft twee kleine bambini en kookt Italiaans voor buurtgenoten. Ook geeft ze Italiaanse les en vertaalt ze nu en dan via Italiaans in Schoonhoven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…