in

Column: te voet naar Rome – deel 15

Ik nader de Middellandse Zee. Morgen kom ik aan in Marina di Massa waar ik twee nachten blijf omdat daar mijn beste Italiaanse vrienden wonen. Het Italiaanse journaal besteedt veel tijd aan de hitte. Vrijdag gaat de temperatuur nog verder stijgen, tot boven de veertig graden. Dat betekent dat ik per dag beslist niet meer dan twintig kilometer kan lopen zodat ik voor twaalven binnen ben. De afgelopen tijd heb ik ook een paar keer dertig kilometer op een dag gelopen maar dat is met dit weer echt te veel.

Het betekent ook dat ik geen goedkope kamers meer huur. Afgelopen nacht geen oog dichtgedaan in een kamer boven een restaurant. Lekker goedkoop, maar slechte ventilatie, een matras vol bubbels en gaten, vanmorgen geradbraakt op pad.

Lopen om zes uur ‘s morgens bevalt mij trouwens heel goed. Het is nog lekker fris en o wat is Italië dan mooi. Het is al zo’n mooi land met een speciale lichtval maar onder het goud-oranje licht van de zonsopgang krijgen alle kleuren nog meer warmte. Ik kan daar echt van genieten. Je zou hier overal wel willen wonen, het ene dorpje is nog schilderachtiger dan het andere.

Zondagochtend vroeg uit Bardi vertroken. Om zes uur ‘s ochtends zat het al bomvol bij bar Piccolo. Allemaal mannen in jagerskostuum. Achter hun auto’s hadden ze karretjes waarin jachthonden zaten. En dat terwijl je overal bordjes ‘verboden te jagen’ tegen de bomen ziet hangen. Ze zeiden dat ze ook niet echt met geweren gingen jagen maar alleen met de honden. Op weg naar Borgotaro hoorde ik nog urenlang het geblaf van de honden en doemde er af en toe zo’n jager in het kreupelhout op, op zoek naar zijn hond.

te voet naar rome 57

Moldavië

Het leukste van mijn tocht is dat je door zo’n land loopt en her en der neerstrijkt en zomaar met wat mensen praat. Op weg van Bardi naar Borgotaro moest ik weer een pas over, deze keer de Santa Donna, ook weer 1.000 meter hoog. Het was dus weer klimmen, klimmen, klimmen. Dus ook veel uitrusten. Op een gegeven moment kwam ik bij een bankje voor een groepje huizen, een frazione heet dat hier (buurtschap), waarop een man zat. Voor hem stond een auto met de zijraampjes open en daarin zat zijn zoontje van een jaar of negen. Ik streek ook even op de bank neer en praatte met de man en het jongetje.

LEES OOK:
Romeinse adel: van decadentie tot succes

Op een gegeven moment zei de jongen tegen mij dat hij eigenlijk uit Moldavië kwam. ‘O, is je moeder Moldavisch?’ vroeg ik. Ja, zei de man, hij was met een Moldavische getrouwd. ‘Una brava donna’. ‘Eén ding weet ik wel’, zei ik tegen de jongen. ‘Dat het hier in Italië heel wat beter is dan in Moldavië.’ Nou dat was hij helemaal niet met mij eens. Het had altijd zulke leuke vakanties in Moldavië. ‘Dan wordt je zeker vreselijk door je oma en je tantes verwend?’ vroeg ik. Het jongetje lachte, ja, dat was eigenlijk wel zo. Maar omdat zijn vader Italiaan was, zou hij uiteindelijk toch een echte Italiaan worden, al wilde een jongetje in de klas dat niet geloven. Na dit minigesprekje waarvan ik er dagelijks enkele heb, strekte ik mijn benen weer en pakte mijn stokken.

Ik kom sinds een paar dagen ook steeds een bakker tegen die mij op weg van Borgotaro naar Pontremoli een lift aanbood. We kletsten even, hij vertelde dat hij dagelijks tussen Aulla en Borgotaro op en neer rijdt om brood rond te brengen en dat hij me al een paar keer had zien lopen. Hij ging weer verder in zijn auto en ik op mijn wandelschoenen die trouwens langzaam uit elkaar beginnen te vallen. Vanmorgen zwaaide er iemand aan de overkant van de weg naar me. Het was mijn bakkertje weer, bezig met zijn dagelijkse ronde.

LEES OOK:
Column: waarom Italianen geen kinderen willen

Na Borgotaro kwam ik in Pontremoli aan. Een heel mooi plaatsje dat tien jaar geleden nog totaal niet door het toerisme was ontdekt maar nu rijden de (Duitse) terreinwagens er door de smalle straatjes. Ik wandelde er binnen bij het Bureau voor Toerisme. Ik had niet de indruk dat ze hier omkwamen in het werk. Een jonge vrouw zat achter een bureau en nam alle tijd voor me. Er waren eigenlijk maar twee hotels, dus zo ingewikkeld was het allemaal niet, maar ja we zijn in Italië, dus er moest van alles gefotokopieerd worden en niemand had haast. Toen ik begreep dat mijn kamer was gereserveerd, had ik het ook niet meer. Een collega kwam binnen met een blaadje met glazen ijsthee en het werd een gezellige babbel tussen drie vrouwen over mijn wandeltocht natuurlijk, maar ook over Pontremoli, het dure leven, de toeristen, enzovoorts.

ineke loopt naar romeKaars aansteken

Op een zeker moment vroeg de vrouw achter het bureau me of ik, als ik in Rome was aangekomen, daar speciaal voor haar een kaars wilde aansteken. ‘Ik en mijn kinderen kunnen op het ogenblik wel wat extra steun gebruiken’, zei ze zonder verder uit te wijden. Ze is niet de eerste die me dit vraagt. Op diverse plaatsen hier in Italië gebeurde het dat iemand schoorvoetend naar mij toekwam en me vroeg speciaal voor haar een kaars in Rome aan te steken. Ik vind het allemaal best. Als ik eenmaal in Rome ben, wil ik wel een heel voetbalveld vol kaarsen aansteken.

Inmiddels ben ik aangekomen in Sarzana, een stadje vlak voor Carrara. Jarenlang ben ik over de autostrada langs deze plaats gereden op weg naar de kust. Vandaag liep ik er te voet binnen en dat was een aangename verrassing. Het is een oud stadje dat nog niets van zijn oorspronkelijke karakter heeft verloren. Dit in tegenstelling tot plaatsen als Forte dei Marmi en Marina di Massa hier verderop. Doordat de meeste toeristen, net als ik, dit stadje waarschijnlijk ook voorbijrijden, is het nog niet bedorven.

LEES OOK:
Italië vecht terug tegen monument-vandalen

Ook hier vanmiddag in de trattoria weer volop aanspraak. Twee zakenlieden zaten te eten. Ik kom binnen, ga zitten, ze zitten meteen achterstevoren op hun stoel.  ‘Sola?’ Ja, sola. Er ontstond meteen een leuk gesprek. Eerst over mijn wandeltocht, maar vervolgens ook over de Italiaanse politiek en dan kom je natuurlijk snel bij Berlusconi. Tot mijn verrassing hadden ze ook geen goed woord voor hem over. Hij heeft, volgens mij, enorme schade opgelopen door de actie van de inwoners van L’Aquila, afgelopen week, die in Rome kwamen demonstreren en met een pak slaag naar huis zijn gestuurd. Een schande.

Verdriet en rouw

En zo praat ik wat af. Eén van de meest waardevolle ontmoetingen had ik zaterdagavond met een stel uit Milaan. Hij was acteur en speelt in een gezelschap dat met een toneelstuk het gebruik van psychopharma door kinderen aan de kaak stelt. Zijn vrouw had een cateringbedrijf dat de catering voor de grote modehuizen op de modeshows en de verkoopdagen daarna verzorgt. Ze vertelden dat ze boeddhist waren. We raakten in gesprek over verdriet en rouw en hoe je daarmee om kunt gaan. Toen ik het op een zeker moment toch niet droog hield, zat de vrouw, Laura, ook te huilen.

Laat op de avond, toen ze weggingen, vroeg ik hen of ze zich niet wat anders van hun etentje voor twee hadden voorgesteld. Maar volgens Marco was het een geval van verschillende karma’s die elkaar opzoeken en had hij het juist heel mooi gevonden dat we zo’n diep gesprek hadden gehad. Ik was het helemaal met hem eens en heb ik de hele volgende dag nog aan het gesprek teruggedacht. Wordt vervolgd…

Ineke Spoorenberg

Geschreven door Ineke Spoorenberg

Ineke Spoorenberg is journalist. Ze werkte 21 jaar als redacteur voor het NOS Journaal met als specialisme Italië. Na de dood van haar partner maakte ze in 2010 een voettocht naar Rome, het jaar daarop kwam een boekje over haar tocht uit, getiteld: Ineke loopt naar Rome. In 2012 kwam een einde aan haar carrière bij de NOS. Het jaar daarop lanceerde ze de website Met Ineke In Italië waarop ze schrijft over minder bekende maar zeker zo interessante plaatsen in Italië.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Column: Il Maggio di San Giuliano in Accettura

Italiaans recept: pastasalade met tomaat, mozzarella en basilicum