in ,

Column: te voet naar Rome – deel 18

Radicofani (met de klemtoon op ‘co’) is een stadje dat op negenhonderd meter hoogte ligt in het uiterste zuiden van Toscane. De laatste acht kilometer gaat de weg steil omhoog, dus je moet nog wel een beetje energie over hebben en het moet ook niet te warm zijn. Omdat ik er al achttien kilometer op had zitten, besloot ik te overnachten in een hotel aan de voet van de berg waar Radicofani op ligt. Het hotel lag naast een benzinepomp en verder was er niets anders dan het indrukwekkende Toscaanse landschap. Maar na al die sfeervolle plaatsen als Lucignano d’Arbia, Buonconvento en San Quirico d’Orcia vond ik zo’n zakelijke plek ook wel eens lekker.

En wat is zakelijk, de familie die het hotel sinds twee maanden had overgenomen, kletste me de oren van het hoofd. Vader, een vijftiger met een paardenstaart, moeder de kokkin in de keuken en een zoon die met de laptop achter de bar stond. Telkens kwamen ze vragen of ik het eten wel lekker had gevonden, in alles wilden ze me tegemoet komen, ik bofte weer.

Vannacht brak er een enorm onweer los, het lichtte en het donderde zoals dat alleen maar hier kan. Vanmorgen was het droog maar nog wel bewolkt. Ik voelde me er niet gerust op. Ik wist dat ik acht kilometer een berg op moest lopen en ik tot Radicofani niets tegen zou komen. Als het weer zou gaan onweren, had ik echt een probleem. Maar ja, wat moet je, je kunt moeilijk de hele dag naar de lucht gaan zitten kijken, dus om zeven uur stapte ik zenuwachtig het hotel uit. In noodtempo begon ik aan mijn traject.

LEES OOK:
Column: Il Maggio di San Giuliano in Accettura

radicofani - te voet naar rome 1

Honden en onweer

De lucht had alle kleuren, het waaide flink, met gespitste oren luisterde ik of ik geen gedonder hoorde. Er was ook nauwelijks verkeer op deze weg. Op tweederde afstand kwam ik een schaapskudde tegen, leuke beesten, alleen worden ze altijd vergezeld van honden en de herder was nergens te bekennen. De honden begonnen enorm te blaffen en eentje begon achter me aan te rennen. Telkens als hij me te dicht naderde, deed ik een stap naar hem toe en zette ik een boze stem op. Dat hielp, maar zodra ik weer twee stappen had gezet, kwam-ie weer. De hondenwegjager van Ellen Kostelijk zat ver weg in een zijvakje en ik zwaaide flink met mijn stokken om ze op een afstand te houden. Opeens kwam er een Fiat Panda aanrijden, die stopte en er stapte een man uit die op de honden begon te mopperen. De herder blijkbaar, al had ik die nou echt niet in een Fiat Panda verwacht.

Ik bereikte Radicofani zonder onweer, maar ik was nog geen vijf minuten in mijn hotel of het barstte in alle hevigheid los. ‘Nou, jij hebt geluk gehad,’ zei de hoteleigenaar. Het hotel ligt aan de rand van het stadje en mijn kamer met balkon kijkt ver uit over het landschap. Maar daar had ik tijdens het onweer niet veel aan. Enorme slagen, licht dat uitviel, ik had er niet aan moeten denken dat ik nog buiten was geweest.

LEES OOK:
7 bijzondere Italiaanse nationale parken die je moet bezoeken

Om een uur of elf toen alleen nog in de verte gerommel te horen was en de regen ook niet veel meer voorstelde, besloot ik toch maar even due passi te gaan doen. Radicofani is een heel mooi middeleeuws stadje, weer heel anders dan enig ander stadje in Toscane, en ziet er heel verzorgd uit. Overal bloemen, kleine terrasjes, een juweel. Na een rondje hoofdstraat en een bezoekje aan de kerk (met weer een lijkwade) kwam ik al gauw in een plaatselijk kroegje terecht, waar onder een laag plafond van zware balken wat dorpsbewoners en toeristen bijeen zaten. Er hing een goeie sfeer.

radicofani - te voet naar rome 3

Italiaanse kneuterigheid

Ik heb nu besloten hier nog een extra dag te blijven. Het hotel bevalt me, het is van een typische Italiaanse kneuterigheid, ouderwets, vol geborduurde kleedjes en kussentjes, grootmoeder die in de eetzaal troont en verder allemaal familieleden die in het bedrijf meewerken. Om een uur of elf verspreidde zich al een geur van knoflook door de eetzaal en zoals ik al een beetje verwachtte: de keuken is prima, traditioneel Italiaans en de mensen zijn lief. Toen ik na een copieuze lunch zei echt geen toetje meer te hoeven, kneep de eigenaar me vriendschappelijk in m’n arm en zei: ‘maar vanavond wel hè, vanavond moet je echt onze pannacotta proberen.’

LEES OOK:
Videocolumn: Andrea Berton, topkok in een 5-sterrenhotel

Hoewel ik regelmatig te veel eet en te veel drink (iedere keer een aperitief, twee maal per dag een kwart liter wijn bij je eten, enzovoorts) bekomt het me allemaal prima. Wel hebben zich twee vreemde bobbels op de wreef van allebei mijn voeten gevormd. Het zal wel van het lopen komen. Ik hoop niet dat ik nu de rest van mijn leven mijn schoenen moet laten maken omdat mijn voeten niet meer in een leuke pump passen. Verder leid ik een zeer gezond leven. Ik sta vroeg op, ga lopen, kom tussen de middag ergens aan, ga eten, slaap en lees ’s middags, ga weer eten en vroeg naar bed. Volgens mij leid ik een beetje het leven van een sportvrouw.

Dat moet natuurlijk niet te lang duren. Wordt vervolgd…

Column: te voet naar Rome – deel 18
Beoordeel dit artikel

Ineke Spoorenberg

Geschreven door Ineke Spoorenberg

Ineke Spoorenberg is journalist. Ze werkte 21 jaar als redacteur voor het NOS Journaal met als specialisme Italië. Na de dood van haar partner maakte ze in 2010 een voettocht naar Rome, het jaar daarop kwam een boekje over haar tocht uit, getiteld: Ineke loopt naar Rome. In 2012 kwam een einde aan haar carrière bij de NOS. Het jaar daarop lanceerde ze de website Met Ineke In Italië waarop ze schrijft over minder bekende maar zeker zo interessante plaatsen in Italië.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Dieven: ‘relikwieën uit Pompeï zijn vervloekt’

Italiaanse blabla