in ,

Column: fesserie

Stef Smulders maakt zich op voor een bezoek aan de Italiaanse huisarts
Stef Smulders maakt zich op voor een bezoek aan de Italiaanse huisarts (foto: Wikimedia)

Mijn huisarts en ik, we kennen elkaar na 10 jaar door en door. Onze steeds frequentere ontmoetingen (de voortschrijdende ouderdom gaat met gebreken gepaard) beginnen op komische sketches te lijken. We zijn helemaal op elkaar ingespeeld. Snip & Snap in de behandelkamer. Zo valt er bij elk bezoek aan mijn medico di famiglia, naast het onvermijdelijke gezeur over mijn PHPD-klachten (Pijntje Hier, Pijntje Daar), gelukkig ook altijd wel iets te lachen.

De lol begint echter, voor mij als niet-Italiaan, al eerder, nog voordat ik het heiligdom van dokter Dezza betreedt: in de wachtkamer. Vooral in het winterseizoen zit deze troosteloze ruimte meestal behoorlijk vol met zeer stevig ingepakte ouderen die somber en zwijgzaam voor zich uit staren alsof het Laatste Oordeel aanstaande is. En dat is het ook, want Dezza’s diagnoses zijn onverbiddelijk.

De stemming in het voorportaal verandert echter bij toverslag als iemand een bekende binnen ziet komen. Het opgewekte ‘ciao ciao ciao’ en ‘come stai?’ zijn dan niet van de lucht om pas na een paar minuten weer tot bedaren te komen. Daarna begint het gefluister en moet ik mijn oren spitsen om het hoogtepunt niet te missen. Het duurt nooit lang of de bekenden beginnen hun kleine klachten en ongemakken uit te wisselen en die litanieën volgen een vast, door generaties zeurende Italianen diep uitgesleten patroon.

LEES OOK:
Column: een duizelingwekkende liefdesgeschiedenis in Florence

Zodra ik het begrip colpo d’aria uit het besmuikte gefluister meen te hebben opgevangen zet ik mij schrap. Daar komt-ie, daar komt-ie, denk ik dan. Ja, ja… jaaaaaa! ‘Mi fa male il cervicale,’ bekent een van de gesprekspartners tot mijn grote genoegen, alsof het een zeldzame ongeneeslijke aandoening betreft. Epidemisch is de cervicale zeker, want alle Italianen lijden eraan. Ik niet, want ik ben geen Italiaan en buitenlanders weten niet wat een cervicale is. En aan een lichaamsdeel waarvan je niet weet dat je het hebt, kun je ook geen pijn hebben, zoals Dezza me het eens haarfijn uitlegde.

Geheel opgevrolijkt door het vaste wachtkamertafereel betreed ik uiteindelijk Dezza’s kamer. Zoals altijd zit de medico naar het scherm van zijn laptop te turen. Mijn ’buonasera’ (ik bezoek meestal het middagspreekuur) begroet hij met een minzaam glimlachje. ’Stephanus,’ zegt hij dan en typt mijn naam alvast in, om mijn omvangrijke klachtendossier te voorschijn te halen. Over mijn tweede, voor hem zo geheimzinnige naam Aloysius begint hij de laatste tijd niet meer, nadat ik hem heb uitgelegd dat het gewoon Luigi betekent. ‘Mi dica,’ vervolgt hij. Twee scherpzinnige twinkeloogjes kijken mij vanachter zijn verfijnde montuur priemend aan.

Ik leg uit dat ik al weken last heb van een pijnlijke knie, maar voor ik hierover heb kunnen uitweiden lig ik al met een afgezakte broek op de behandeltafel. Dezza kneedt afwisselend mijn beide knieën. De rechter is inderdaad wat dikker. Dezza wil weten of ik hem gestoten heb of iets ander doms heb gedaan: het moment van de waarheid! Ik weet al wat hij gaat zeggen als ik hem beken hoe de pijn is ontstaan. Hij zal me op ironische toon de les gaan lezen.

LEES OOK:
Column: thuis in Nederland of thuis in Italië?

Ik twijfel even maar vertel dan toch maar de waarheid. ‘Pilates. Ik heb hem bij een oefening een beetje overstrekt, denk ik.’ Dezza richt zijn ogen ten hemel, laat zijn armen langs zijn lichaam vallen en keert verslagen terug naar zijn bureau. Zijn schouders laat hij met opzet hangen. Nog terwijl ik met mijn broekspijpen zit te worstelen, begint hij: ‘Ik begrijp werkelijk niet waarom iedereen van die domme dingen doet. Boven de vijftig is zwemmen de enige veilige sport. De rest leidt alleen maar tot ellende. Fitness, hardlopen, gymnastiek.. pilates: allemaal levensgevaarlijk.’

Na deze tirade trekt hij zijn mond in een brede lach. ‘Maar dat pilates heeft me wel van mijn rugpijn afgeholpen,’ breng ik in. Dat zou een afdoende argument moeten zijn want over mijn rugklachten kan Dezza na een decennium wel dromen. Maar nee: ‘En in plaats van een zere rug heeft u nu een dikke knie!’  Hij lacht en geeft de omvang van een knie aan die zo groot is dat zelfs een olifant ermee naar de dokter zou zijn gegaan. Ik barst in lachen uit. ‘Maar zonder die stommelingen die al die sportblessures oplopen zat u zonder werk!’ zeg ik. Nu lacht Dezza weer. ‘Nee, nee, nee. Ik heb genoeg werk. Ook zonder al deze fesserie, stommiteiten.’

Genoeg voor vandaag. Ik krijg een recept voor pijnstillers en stap de wachtkamer weer in. Daar valt nog steeds weinig te lachen, hoewel ze Dezza en mij toch gehoord moeten hebben. Bij de farmacia sta ik in de rij. Op een gegeven moment gaat de deur open en komt er een volgende klant binnen. Ik herken hem van de wachtkamer. Maar wat voel ik? Tocht! Een colpo d’aria! O nee, toch? Nu kan de cervicale ook niet meer ver weg zijn. Zou de apotheker er een middeltje tegen hebben misschien? Iets homeopathisch? Een drankje zonder werkende bestanddelen tegen een niet bestaande kwaal: dat moet wel effectief zijn.

LEES OOK:
Column: rollend Italië door

Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Column: fesserie
5 (2 stemmen)

Stef Smulders

Geschreven door Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Reinout haat Milaan

Column: de rillingen van Milaan

Daniel Craig in Venetië

Opnamen nieuwe James Bond-film in Matera