in ,

Italiaanse toestanden: een vakantiehuis zoeken op internet – deel 2

statale
Je loopt altijd het risico een 'statale' tegen het lijf te lopen (foto: Pxhere)


‘Ik begrijp al wat voor iemand het is.’ Roberto keek ons met een serieuze blik aan alsof hij verwachtte dat wij iets gingen zeggen. Maar wij zwegen natuurlijk want we wisten allang dat er nu iets interessants ging komen, iets typisch Italiaans. Iets waarover we ons nog lang konden gaan verkneukelen, een anekdote die we zouden kunnen toevoegen aan de lange reeks die we in bijna 15 jaar Italië hebben opgebouwd en die we met smaak doorvertellen aan onze gasten.

We zwegen want we wisten dat Roberto alleen maar even pauzeerde om de spanning te verhogen. Ook hij weet dat niet-Italianen van dit soort dingen, van dat wat hij gaat vertellen, smullen.

‘Het is een statale,’ zei hij en trok de blik van iemand die door ervaring gepokt en gemazeld is. ‘Ik ken de mentaliteit van dat type door en door. Ze werkt vast bij de INPS of de INAIL of zoiets. Die hebben zelf nooit haast maar verwachten wel dat jij altijd en direct voor hen klaarstaat.’

Ach ja, de statale, de rijksambtenaar, is in Italië een geliefde zondebok waar je al je frustraties over belastingen, boetes, te laag inkomen, bureaucratie, pensioen enzovoorts op kunt afreageren. De statali hebben het immers goed voor elkaar: vaste baan, gegarandeerd pensioen, geen werkstress, kortom een luizenleventje. En wat doen ze als dank voor al die heerlijkheid? De rest van de bevolking het leven zo zuur mogelijk maken! De statali zijn de pest van het land. Aldus… de niet-statali.

In zijn onvolprezen hilarische boek Italiaanse buren (nu voor maar € 6,90 bij bol.com) verwoordt Tim Parks het zo:

Afgezien van de drastische noord-zuid verdeling, is een van de scherpst voelbare onderscheidingen in Italië die tussen de statali en de non-statali: het overheidspersoneel en de rest. Het komt er in feite op neer, zo vindt de rest, dat de statali van een netwerk van privileges kunnen profiteren dat zo uitgebreid en vergaand is, dat ze als een klasse apart worden beschouwd, en een aanzien genieten dat dicht in de buurt komt van de ‘partijstatus’ zoals die tot voor kort in het Oostblok gold.

En nu had Roberto dus met zo iemand te maken, dacht hij. Wat was er gebeurd? Onze Nederlandse vriend en aspirant-huizenkoper Richard was na de eerste ronde huizenzoeken (zie deel 1) blijven speuren op internet en had toch weer iets gevonden dat interessant leek.

Een huis dat groot genoeg was, binnen zijn budget en met een op het oog prachtige ligging. En hoewel Roberto via zijn mond-tot-mondnetwerk zelf al 4 huizen had gevonden (en bekeken en beoordeeld en goed bevonden), was hij niet te beroerd om ook de vondsten van Richard te gaan bekijken, in voorbereiding op diens tweede bezoek.

Zelf had Richard al geprobeerd contact met de verkoper genaamd Anna te zoeken (‘Chat nu direct met Anna!’ juichte de huizenwebsite) maar op zijn berichtje was nooit enige reactie gekomen.

Chat met Anna! (beeld: idealista.it)

Roberto kon aan de slag. Hij belde het nummer dat bij de advertentie stond en kreeg een (zo te horen) oudere dame aan de lijn. Anna!? Of hij met zijn Nederlandse klant het huis in de eerste week van juni kon komen bekijken was de vraag. Het antwoord was niet zo enthousiast als je zou mogen verwachten van iemand die toch zelf de advertentie geplaatst heeft en een ton of wat verdienen kan. Na een zucht sprak Anna op lijzige toon de volgende woorden:

‘Ach weet u, we wilden net die week naar zee gaan. Dus ik weet niet of het lukt.’

Roberto was zo verbaasd dat hij wat druk op de ketel zette: ‘Maar mevrouw, het gaat om een Nederlander die speciaal naar Italië komt, 1.000 km aflegt om een aantal huizen te bekijken. Hij is echt geïnteresseerd, ook in uw huis.’

‘Ja, ja, dat begrijp maar, we willen zo graag naar zee dus eh, kan die meneer niet daarna komen kijken?’ Weer die lijzige toon.

‘Mevrouw, ik heb u net gezegd dat hij speciaal die week voor een paar huizen naar Italië komt! Hij kan toch niet alleen voor uw huis nog een keer heen en weer reizen!’

‘Ah, ja, nou ja, dan weet ik het niet.’ Erg besluitvaardig bleek ‘chatty’ Anna niet.

Op dat moment dacht Roberto dus te begrijpen met wie hij van doen had (een statale!) en dat het geen zin had aan te dringen. Hij onderdrukte zijn opkomende ergernis en antwoordde heel zakelijk:

‘Mevrouw, het is aan u: of we maken afspraak voor een bezichtiging in de eerste week van juni, of het gaat over.’

‘O, ja, nou, weet u wat, ik bel u over een paar dagen terug. Dan weten we beter of we wel of niet naar zee gaan.’

Uiteraard belde Anna niet terug en was het aan Roberto om een hele reeks pogingen te doen om contact te leggen. Uiteindelijk reageerde de mevrouw op zijn telefonades door zelf terug te bellen en het gesprek te openen met de verrassende woorden:

‘O ja, mijnheer Roberto, zegt u het eens.’

Zegt u het eens, zegt u het eens? dacht Roberto. U moet het toch zeggen! ‘Maar mevrouw, u zou toch laten weten of de bezichtiging door kan gaan of niet?’

‘Eh ja, de eerste week van juni, maar dan willen we eigenlijk naar zee,’ antwoordde de vrouw doodleuk. Roberto ontplofte bijkans.

‘Maar u zou beslissen wat u ging doen! Kan ik de geïnteresseerde man laten weten of hij het huis kan zien of niet?’

‘Dat is het probleem weet u, we willen zo graag naar zee. En die man kan echt niet een paar dagen later…?’

‘Mevrouw, ik heb u toch al uitgelegd dat hij speciaal voor die bezichtigingen uit Nederland komt…’

Vakantiehuis te koop (bron: idealista.it)

‘Weet u wat, ik bel u begin van die week terug, dan weten we zeker of we er zijn of niet.’

‘Een statale, ik weet het zeker,’ zuchtte Roberto toen hij ons dit alles vertelde. Wij lachten maar waren minder overtuigd. Dit was onze zoveelste ervaring met een Italiaan die iets wil en het uiteindelijk toch niet echt wil. Iemand die (bijvoorbeeld) een huis te koop zet en bij nader inzien toch niet wil verkopen, waarschijnlijk, misschien, want weet u…

Neem nou dat huis hierboven bij ons aan de weg dat na jaren van verwaarlozing opeens te koop stond. Of leek te staan… Was dat soms ook van een statale?

(wordt vervolgd…)

🇮🇹Leestip: Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Written by Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Orecchiette met bimi

Recept: orecchiette met bimi

Zomervakantie in Italië - deze 5 dingen moet je zeker proeven

Zomervakantie in Italië: deze 5 dingen moet je zeker proeven