in ,

Column: italiani in Olanda

Italianen in Nederland - gezellig
Italianen in Nederland: 'gezellig' (foto's: Stef Smulders)

‘Guarda, quante oche! Kijk eens, wat een ganzen!’ zegt Roberto. Ganzen? Wat is daar bijzonder aan, denk ik in eerste instantie. Maar als ik dan om mij heen kijk zie ik dat er inderdaad wel veel in de weilanden van Noord-Holland rondlopen.

Dat was me nooit opgevallen maar onze Italiaanse vrienden zien zoiets natuurlijk meteen. Voor hen is alles in Nederland nieuw. Roberto is jaren geleden weleens een paar dagen in Leidschendam geweest maar voor Antonica is het de eerste keer, niet alleen in Nederland maar überhaupt in het buitenland.

Het idee voor deze reis kwam van Cora en Marco, de Nederlanders die vlak bij ons een huis kochten. Ieder jaar organiseren zij in Nederland een benefietdiner voor een ontwikkelingsproject in Ethiopië (zie Hands4Home) en nu ze de kookkunsten van Antonica en de wijn van de Oltrepò Pavese hebben leren kennen, leek het hun een geweldig idee als het benefietdiner dit jaar een echte Italiaanse cena zou kunnen worden.

Roberto en Antonica waren meteen enthousiast. En wij ook, want van hen moesten we absoluut mee. Alleen naar Nederland, zonder de taal of zelfs maar Engels te spreken? Geen denken aan. Uiteraard hadden we hier geen bezwaar tegen (we offeren ons graag op als het om Italiaans eten en drinken gaat) en binnen de kortste keren fantaseerden we een heel programma bij elkaar met niet een maar drie cene, diners: een voor de benefiet en twee voor familie en vrienden. Want om onze Italiaanse culinaire experts helemaal naar het Hoge Noorden te halen voor een enkele voorstelling, nee, dat zou zonde zijn.

Hoeveel uren er aan voorbereiding zijn besteed, daar heb ik geen idee meer van. De meeste tijd ging verloren met praten, het liefst door nog eens te bespreken wat we al 3 keer besproken hadden, een oud-Italiaans maar misschien ook wel universeel menselijk gebruik.

Hoeveel wijn, even kijken, 40 plus 20 plus 15 man, een fles elk, dat maakt…, en welke wijn, hoeveel wit, rood, spumante, van welk wijnbedrijf? Past het wel allemaal in de auto? En hoe krijgen we die voorraad veilig langs de Zwitserse douane? De maximum per persoon toegelaten hoeveelheid is 5 liter (6 flessen) en dat kwantum overschreden we ruimschoots. Omrijden via Oostenrijk? Een lading dozen langs officiële weg laten versturen? Twijfelen, dubben, denken, plannen. Weet je wat: laten we even overleggen.

Uiteindelijk hadden we het geluk dat een andere, vaste gast, die ons toevallig erg vroeg in het jaar bezocht, bereid was al een flink deel mee te nemen. Hij was de controles bij de grens ook gewend dus kneep ’m niet zo gauw als hij door een geüniformeerde diender uit de rij passerende auto’s geplukt werd.

Zijn ervaring was dat de douaniers voor een flesje (of een doosje) al snel bereid waren de overschrijding van de hoeveelheid drank door de vingers te zien. Gelukkig maar, want uiteindelijk bleek alles wat mee moest (inclusief toch nog eens 6 extra dozen wijn) maar net in de auto te passen. Vlees, worsten, kazen, rijst, een snijmachine, onze hond, bijna alles moest vanuit Italië mee. Want alleen echt Italiaanse producten voldoen aan de eisen die Antonica aan haar ingrediënten stelt (wees gerust, onze Joia werd niet geslacht). Het resultaat is ernaar dus we klagen niet.

Ondanks de volle auto had Roberto er weinig vertrouwen in dat we alles bij ons hadden. ‘Chi sa che troviamo lì! Wie weet wat we daar (in NL) aantreffen!’ zei hij tegen mij tijdens het drukke en chaotische overleg over de boodschappenlijst bij hen thuis. Nico, Antonica en Cora waren volop in discussie en Roberto en ik keken en luisterden gespannen toe. Op gegeven moment hoorden we in de kakofonie de zinsnede ‘Se lo trovi lì, lo compri là. Als je dat (ingrediënt) hier vindt, dan koop je het daar.’ Roberto keek mij vol afgrijzen aan. Dit kon nooit goed gaan. Tijdens het hele bezoek aan Nederland bleven we dit absurde aforisme lachend tegen elkaar herhalen.

Het kwam uiteraard allemaal goed. Natuurlijk ontbrak er iets, de Sardijnse pane carasau, ook wel muziekpapier genoemd, lag nog in Italië, maar die kon bij een naburige Italië-speciaalzaak aangeschaft worden. Voor een heel pittig bedrag, dat wel. Antonica schrok ervan en was ontstemd over de prijzen die ze hier () durfden te vragen voor producten die in Italië () veel goedkoper waren. Een eenvoudige salame voor 50 euro de kilo? Nooit! Meglio non spendere soldi lì, ma comprare là!

Pane Carasau

Natuurlijk hadden we ook een paar dagen vrijgehouden voor een tour langs enkele toeristische hoogtepunten van Nederland. De Zaanse Schans, Volendam, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Nico toonde onze Italiaanse vrienden trots het wevershuisje van zijn bet-(bet-?)overgrootvader terwijl ik even uitrustte in de bed…stee (se guardate lì, mi sdraio là – als jullie daar even kijken, ga ik hier even liggen).

Antonica herkende de antieke weefgetouwen als dezelfde die in sommige dorpjes op Sardinië nog steeds gebruikt worden om vloerkleden te weven. In Volendam duwden we Roberto en Antonica een fotozaak in waar ze zich met lichte tegenzin in oud-Hollandse kledij op de foto lieten vastleggen.

In Amsterdam waaiden de sigaretten uit Roberto’s mond (de storm Ciara trok over het land) en verbaasden we ons (ja, ook wij) over de enorme hoeveelheid gestalde fietsen bij het Centraal Station. En al die gru, hijskranen! Hier in Nederland werd tenminste nog flink gebouwd. Roberto maakte grote indruk op ons met zijn vakkennis: hij wist van elke kraan de hoogte, reikwijdte en de maximale belasting op te sommen. Hoe dat zo kwam? Nou, fluisterde Antonica ons toe, toen zij elkaar pas kenden sleepte hij haar naar elke mogelijke beurs waar bouwmachines getoond werden. Een heel ander idee van romantiek dan we van een Italiaan verwachten…

‘Hier in Nederland werd tenminste nog flink gebouwd!’

Terwijl Antonica zich tijdens de obligate rondvaart vergaapte aan de prachtige grachtenpanden, telde Roberto de vele Tesla’s die er langs het water stonden op te laden. De tijd was zoals altijd veel te kort en ook van Den Haag en Rotterdam zagen we maar een fractie.  Maar wie weet doen we het in de komende jaren nog eens over want het smaakte de Italianen naar meer.

Smaakte? Ja, zelfs de Nederlandse eetgewoonten konden de goedkeuring van de toch als culinair erg lastig, conservatief en chauvinistisch bekendstaande Italianen wegdragen. Roberto en Antonica waagden zich aan de boerenkool met worst, de Chinees (Roberto’s dochter wist niet wat ze hoorde toen we vertelden dat we Chinees zouden gaan eten. Roberto ook niet trouwens), de bitterballen en kroketten met patat, het saucijzenbroodje en zelfs… de zoute haring!

Bijna alles vonden ze lekker, al waren de rookworst en het saucijzenbroodje iets minder aan Roberto besteed (de slavinken daarentegen…). De wijn in de paar restaurants die we bezochten was daarentegen een totale afknapper. 30 euro of meer voor een rode Italiaanse wijn die niet beter is dan een supermarktwijntje van 2 euro? Roberto kon er niet over uit. Goed dat we zelf honderd flessen hadden geïmporteerd!

De trip naar Nederland was een doorslaand succes. De benefiet leverde een aardige smak geld op en de Italiaanse maaltijden vielen erg in de smaak: ‘nog een ronde lasagne!’, ‘meer risotto!’, ‘is er nog vlees?’ waren de kreten die ik als bordenwasser (wat een verschrikkelijk beroep) tijdens het benefietdiner achter mijn rug door de keuken hoorde schallen.

En dat Roberto en Antonica de Nederlandse eetgewoonten zo wisten te waarderen was voor ons een aangename verrassing, want een beetje zorgen hadden we ons hierover wel gemaakt. Nergens voor nodig.

Se mangi lì, mangi anche là. Als je hier eet, eet je daar ook.

🇮🇹 Leestip: Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Stef Smulders

Geschreven door Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Alberobello en de magie van de trulli

Alberobello: de magie van de trulli

Baptisterium Florence

Baptisterium Florence: de deuren blinken weer