in , , ,

Op zoek naar een nieuw huis in Italië – deel 3

Stef Smulders in Piacenza (foto's: Stef Smulders)

Een zelf te bouwen huis op een mooi stuk grond hier in de buurt, oké, dat is nu het plan. Maar hoe gaan we dat betalen? Nou, door onze huidige villa te verkopen natuurlijk. Maar… waar gaan we wonen als we de villa verkocht hebben en het nieuwe huis nog gebouwd moet worden?

Een tijdelijk onderkomen huren? Liever niet. Een jaar lang ergens opgehokt zitten, dat klinkt niet aantrekkelijk. Wat we nodig hebben is een hypotheek op onze villa, ter overbrugging van de periode tot het gereedkomen van het nieuwe huis en af te lossen zodra de villa verkocht is. Kunnen we zoiets hier wel krijgen als niet-Italianen? En bij welke van de honderden filialen van de 40 banken die in Italië actief zijn?

We weten al uit de ervaringen van bevriende Nederlanders hoe moeilijk het verkrijgen van een hypotheek op een Italiaans huis is en hebben geen zin in een ellenlange bureaucratische tocht langs alle denkbare Italiaanse geldverstrekkers. Nederlandse banken vallen sowieso af, want die weigeren collectief geld te lenen aan Nederlanders die in het buitenland wonen, zelfs de internationaal opererende ING, ook al zijn we daar opgeteld met zijn tweeën al een eeuw klant. Meer dan 250 euro rood kunnen staan is de Oranje Leeuw al te veel gevraagd. Grrrr.

Oranje Leeuwen, maar dan niet uit Nederland

Ik besloot een Vlaamse collega B&B-eigenaar in Italië die ook aan makelaardij doet te contacteren.

‘Nee, financiële bemiddeling doen we niet meer. Daarvoor zijn de Italiaanse banken veel te bureaucratisch en klantonvriendelijk. Tegenwoordig besteden we het uit aan een Italiaanse broker, die veel ervaring heeft met die lastige lieden. Ik stuur je zijn gegevens wel even,’ was het ontmoedigende antwoord dat mijn vrees bevestigde. Zelf doen was geen optie.

De Italiaanse bemiddelaar waarnaar onze collega verwees wilde ons wel helpen, maar bekende meteen dat het hem geen eenvoudige klus leek. De leeftijd van de oudste padrone en het feit dat het merendeel van ons inkomen uit het buitenland kwam vormden de bottlenecks, EU of geen EU. Gelukkig werken brokers volgens het principe van ‘no cure, no pay’ dus het zoekproces zou geen zwart gat worden waar al ons spaargeld in ging verdwijnen. Geheel spontaan meldde zich telefonisch ook nog een andere broker, een wild-enthousiaste jongeman die het helemaal zag zitten. No cure, no pay? Prima jongen, doe je best maar. We stuurden de bemiddelaars een berg documenten toe en wachtten af. En af. En af.

Na twee maanden was er nog geen witte rook. De serieuze eerste bemiddelaar liet weten nog maar weinig mogelijkheden te zien en ook het aanvankelijke optimisme van de jongeling was al aardig verdampt. Na nog wat weken gaf de eerste het op. Van de jongeling hebben we niets meer vernomen. O mijn hemel, wat nu? Ging ons project nu al stranden? Zouden we onze villa echt eerst moeten verkopen voordat we een nieuw onderkomen konden gaan bouwen? Ophokken in een huurhuis? Nee, nee, nee!

We riepen ons oliemannetje Roberto maar weer te hulp. Toen hij van onze broker-avonturen hoorde, had hij al geopperd een van zijn di fiducia contactpersonen te polsen en nu bleek dat onze enige overgebleven optie. Zou het hem werkelijk lukken? Forza Roberto!

Nico in gesprek met consigliere Roberto

‘Chiamo Tagliaferri!’ riep hij meteen enthousiast toen we hem bekenden dat we vastgelopen waren.
Taglia ferri? dacht ik verontrust. Een ijzerknipper? Was Roberto van plan een bankrover met een grote knipschaar in te schakelen die voor ons de kluis van een rijke bank zou openen?  Was een tagliaferri soms een erkend beroep in maffialand en kon je de beoefenaren gewoon in de Pagine Gialle, de Gouden Gids, vinden, onder de T?

Nee, gelukkig was het (nog) niet de bedoeling dat we onze toevlucht gingen nemen tot (on)orthodoxe middelen. Tagliaferri was de naam van een oude contactpersoon van Roberto die de financiële afwikkeling van veel door hem gerealiseerde projecten had geregeld. Hij bleek een soort rondreizende senior-adviseur/accountmanager die alle filialen van de bank van Piacenza, want daarvoor werkte hij, bediende. Roberto belde hem meteen op en hoewel wij maar een kant van het gesprek hoorden, klonk het toch meteen al positief.

‘Piacenza?’ zei ik tegen Roberto toen hij opgehangen had. ‘Lo sapevo! Ik wist het!’
Hij keek me verbaasd aan, niet begrijpend waar ik op doelde.
‘Che cosa?’ vroeg hij.
‘Als je wat wil bereiken moet je altijd langs Piacenza,’ grapte ik.
‘Aaahhh, nu begrijp ik het,’ lachte Roberto. ‘Certo, zeker, altijd Piacenza.’

Groezelig visitekaartje van de Banca di Piacenza

Het onderwerp Piacenza was een vast onderdeel van onze onderlinge plaagstootjes geworden sinds Roberto erachter gekomen was dat ik afgelopen februari met Antonica op weg naar het vliegveld Linate de route via de autosnelweg gekozen had en niet de kortere provinciale gruwelweg vol kuilen, rotondes en truttenschuddende Panda’s.
‘Kijk, hier ben ik met Stef langsgekomen toen we naar Nederland gingen,’ zei Antonica in alle onschuld een keer tegen Roberto toen ze op weg waren naar zijn geboorteplaats Brescia.
‘Wat?’ had Roberto geroepen. ‘Ben je gek? Je vergist je. Wie rijdt er nu naar Linate via deze omweg? Het is wel twee keer zo lang als de normale route!’
‘Toch zijn we zo gereden,’ hield Antonica stug vol.
Roberto mopperde daarop nog wat door (‘bestaat niet’, ‘je hebt het vast verkeerd begrepen’, ‘kan niet’, ‘idioot’, ‘impossible’) en vertelde ons bij zijn eerstvolgende bezoek over het knettergekke verhaal dat Antonica hem opgedist had.

‘Het klopt,’ antwoordde ik droog, waarop Roberto van verbazing niet meer wist hoe hij het had.
‘Ik heb een pesthekel aan die andere route’ probeerde ik nog ter verdediging, maar er was geen kruid tegen Roberto’s verbijstering gewassen. En sindsdien krijg ik bij elke keer dat ik ergens heen moet, al is het maar de dichtstbijzijnde supermarkt, de pestvraag of ik soms via Piacenza ga, een vraag die ik natuurlijk heel naturel en nonchalant beantwoord met ‘Sì, certo, sempre Piacenza.’

En nu bleek onze financiële redder in nood uit Piacenza te komen. Zie je wel, Roberto? Ik had gelijk. Wat er ook gebeurt, altijd eerst langs Piacenza. En, a proposito, klonk Piacenza niet precies als pazienza, de karaktereigenschap die we nu al heel erg nodig bleken te hebben in ons nieuwe Italiaanse avontuur? Dat kon geen toeval zijn. Toch?

Een paar dagen zaten we al met de iron man uit Piacenza om de tafel. Hij had meteen maar de kersverse directeur van het filiaal in Stradella meegenomen, want daar wilde hij de hypotheek onderbrengen. Dé hypotheek? Onderbrengen? Hoorden we dat goed? Was de zaak al in kannen en kruiken voordat er ook maar een woord gesproken was?

Dat bleek niet helemaal het geval maar de instelling was positief. Als er geen gekke dingen zouden opduiken, dan zou een hypotheek van 200.000 euro wel mogelijk zijn. We moesten eerst maar eens de nodige documenten opsturen zodat de bankdirecteur kon controleren of er geen obstakels waren.

Documenti

Dezelfde middag nog surften de gescande kadastergegevens, bouwtekeningen, de koopakte, onze identiteitspapieren en nog meer via het razendsnelle internet (en misschien zelfs via een knooppunt in Piacenza) richting het kantoor van de bankdirecteur in Stradella.

Ten kantore van de bankdirecteur

We waren verbluft. Na het langdurige mislukte proces met de brokers leek alles nu in een vloek en een zucht geregeld! Dat kon toch niet waar zijn? En inderdaad, dat was het ook niet want er doken nog wat ‘probleempjes’ op (onze schuld) en er ontstond ‘een beetje’ vertraging (schuld van de directeur, de gemeente, de taxateur). Een beetje veel vertraging.

Daarover de volgende keer, en de daaropvolgende keer, en de keer daardaarop…

🇮🇹Leestip: Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Stef Smulders

Geschreven door Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Geef een reactie

Avatar

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Je bent wat je eet in de futuristische keuken

Calcata en het dal van de Treja