in

Uitzonderingen in Italiaanse grammatica, wat moet je ermee?

Wat moet je met de uitzonderingen in de Italiaanse grammatica?

Als je houdt van logica en duidelijkheid, dan is taal misschien niet echt jouw ding. Natuurlijk, er zijn regels, de grammatica, die ervoor zorgen dat een taal zich volgens een bepaalde manier gedraagt en waardoor je een taal foutloos kunt schrijven. Dit zijn de macroregels, de grote lijnen. Maar bij elke taal (het Esperanto, de kunstmatige taal, daargelaten) zijn er uitzonderingen, de microregels. Zo ook bij de Italiaanse grammatica.

👉 De hoofdregels van de Italiaanse grammatica op A1-niveau vind je hier.

Hier volgt een lijst met enkele regels die de uitzondering zijn. Denk maar niet dat ik ze allemaal uit mijn hoofd ken. En dan heb je ook nog de uitzonderingen op de microregels. Afzonderlijke gevallen die anders zijn.

Er zullen altijd uitzonderingen in de Italiaanse grammatica zijn

Wees je er bewust van dat welke regel je ook leert, er altijd microregels en uitzonderingen zullen zijn. Het probleem is, volgens mij, dat veel methodes al na twee weken inzomen op microregels. En dan is grammatica teveel van het goede.

Wil je meteen doorscrollen naar de oplossingen voor het probleem van de uitzonderingen, scroll dan naar de conclusie aan de onderkant van dit blog.

Lidwoorden

Er is het mannelijk, het vrouwelijk. Klinkers en medeklinkers. Maar dan heb je mannelijke woorden die beginnen met een dubbele medeklinker. De uitzondering die het lidwoord lo nodig heeft. Lo psicologo, Lo zoo, Lo spumante. Moet je weer die éne regel onthouden voor die paar rare gevalletjes.

Van de andere kant: het is wel handig om te weten dat lo een lidwoord kan zijn en dat je het dus voor een zelfstandig naamwoord kunt zien. Lo kan namelijk ook een voornaamwoord zijn en dan zie je het voor een werkwoord. Zo heb je de grammatica dus ook nodig voor het achterhalen van de betekenis van een zin.

Ook heb je bepaalde lichaamsdelen die een o hebben als laatste letter van het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud terwijl ze vrouwelijk zijn, bijvoorbeeld la mano. De hand. Hoe moet je daar dan meervoud van maken? Le mani.

De zelfstandig naamwoorden

Meestal eindigen zelfstandige naamwoorden op een a of een o in het enkelvoud en op een e of een i in het meervoud. Maar weer zijn er weer een paar van die schuinsmarcheerders die op een e eindigen en geen vrouwelijk meervoud zijn. Zoals il bicchiere. De beker. Is het belangrijk om te weten voor je communicatie? Dat valt mee.

De werkwoorden

De meeste werkwoorden gedragen zich volgens de regels van regelmatige werkwoorden op – ARE – ERE – IRE, maar dan zijn er een paar en die vervoegen zich op een onregelmatige manier en die zul je dus gewoon uit je hoofd moeten leren. Bijvoorbeeld dare (geven), potere (kunnen) volere (willen). En zie voor de andere onregelmatige werkwoorden de lijst die ongetwijfeld in je boek staat of waarvan je hier een compacte versie kunt vinden.

Of cominciare in de condizionale, ook onregelmatig. Is het nu comincierò of comincerò? Moet ik zelf elke keer opnieuw opzoeken. Eerlijk is eerlijk, vele onregelmatige werkwoorden zul je echt wel moeten verwerven. Maar goed, als je het niet hoort en alleen maar schrijft is het natuurlijk dubbel moeilijk.

Vervoegen met hebben of vervoegen met zijn in de voltooid tegenwoordige tijd? De meeste Italiaanse werkwoorden hebben hetzelfde hulpwerkwoord als het Nederlandse equivalent. Soms echter gebruik je in Italië ‘zijn’ waar je in Nederland ‘hebben’ gebruikt, en andersom. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kwijtraken, naderen, tegenkomen, beginnen, duren en kosten. Lastig.

De bijvoeglijk naamwoorden

Bello, buono, grande en santo gedragen zich afwijkend in de Italiaanse grammatica. Niet normaal.

De bezittelijk voornaamwoorden

Waarom gebruik je voor directe familie niet het lidwoord en alleen het bezittelijk voornaamwoord? Het is mio padre maar il mio cane. Als het dan weer meervoud is bij de familie is het lidwoord er tóch weer wel. I miei genitori. Bij loro moet ook het lidwoord en ook als er een aggettivo bijstaat. Ga er maar aan staan.

Persoonlijk voornaamwoorden

De pronomi diretti. Jullie kennen het rijtje. En mijn YouTube-filmpje met uitleg over de pronomi diretti in het Nederlands. Maar hoe kan het nou dat je wel krijgt l’ho visto maar le ho viste? Waarom wordt bij het enkelvoud de klinker wel vervangen door een apostrof, en bij het meervoud niet? Weer iets om uit je hoofd te leren dus.

De aanvoegende wijs

De congiuntivo is voor het uitdrukken van een mening, maar, zo zegt de Accademia della Crusca, bij een oordeel of een perceptie van de spreker mag ook de indicativo presente worden gebruikt. Soms mag met eenzelfde woord ook een congiuntivo of een indicativo worden gebruikt maar dan verandert de betekenis van de zin. Rood is dus voor hartjes, maar als je roze mooier vindt dan mag dat dus ook. Soms.

Voorzetsels en dictie

Een bron van mijn eigen frustratie. Een onuitputtelijke lijst van uitzonderingen. Ik kreeg op de universiteit een document met zo’n 10 pagina’s met allerlei microregels en uitzonderingen.

Is dat leuk? Nee, dat is niet leuk.

En dan zijn er natuurlijk nog veel meer uitzonderingen die ik in dit blog allemaal niet heb genoemd. Wat doe je daarmee? Leer jij ze uit je hoofd?

Oplossingen voor uitzonderingen in de Italiaanse grammatica

  1. Je leert alle onregelmatigheden op microregels uit je hoofd en haalt een tien voor je proefwerk.
  2. Je stelt je flexibel op en zeilt er een beetje omheen. Je haalt een zeven op je proefwerk met je kennis van de macroregels.

Wees pragmatisch. Grammaticale regels zijn er voor de communicatie. Zo weet ik soms ook in het Nederlands niet of iets nou met een tussenstreepje moet. Dan herformuleer ik de zin en is het probleem ook opgelost. Zo weet ik ook niet of ‘er mee’ in de titel van dit blog niet misschien ‘ermee’ moet zijn (dat laatste dus, red.)

Wees creatief. Ondertussen let je goed op bij het lezen en luister je, pik je op hoe het wel moet. Je zult geen 10 halen voor je ouderwetse proefwerken waarbij leraren alle microregels en uitzonderingen testen. Maar mettertijd komt het vanzelf goed. Mocht je ooit op niveau C2 aankomen, dan kun je altijd nog eens terugkomen op dat tussenstreepje of op die microregel over het Italiaanse voorzetsel.

Ten slotte nog een passend liedje erbij van Carmen Consoli. L’eccezione is Italiaans voor ‘de uitzondering’.

Geschreven door Lotje Lomme

Lotje Lomme studeerde Italiaans in Utrecht en Geschiedenis in Bologna. Ze haalde in 2017 haar C2-certificaat bij de Universiteit van Siena en heeft 8 jaar Italiaanse les aan Nederlanders gegeven. Ze is gecertificeerd DITALS docente, wat betekent dat ze ook in Italie les mag geven aan buitenlanders.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reinout haat Milaan

Column: de rillingen van Milaan

Stef Smulders maakt zich op voor een bezoek aan de Italiaanse huisarts

Column: fesserie