in ,

Van Rome naar Anatolië: Göblekli Tepe, Karahan Tepe en Arslan Tepe

de tempel van Göbleki Tepe in Anatolië
De tempel van Göbleki Tepe in Anatolië (foto's: AMS/Archeo en Aart Heering)

Een tentoonstelling van 3 jaar geleden in de Musei Capitolini gaf een mooi beeld van het allereerste, prehistorische begin van de stad Rome. (Een deel van de geëxposeerde voorwerpen kun je nu nog zien in het Museo Nazionale Romano in de Thermen van Diocletianus vlak bij het Stazione Termini.)

Rond het jaar 1000 v.Chr., dus zo’n tweeëneenhalve eeuw vóór de officiële stichtingsdatum van Rome – 21 april 753 v.Chr. – bestond op de Capitolijnse heuvel al een dorp van primitieve hutten, dat in 2020 mooi werd verbeeld in de Italiaanse dramaserie Romulus.

Het is altijd interessant om de origine van politieke, militaire en culturele grootmachten als Rome te bestuderen. Maar zeker zo fascinerend is het om terug te gaan naar het begin van alles, naar de dageraad van de menselijke beschaving.

Daarom nam ik afgelopen maand graag een uitnodiging aan voor een bezoek met Italiaanse collega-journalisten aan archeologische opgravingen in Zuid-Oost-Anatolië, het toneel van de eerste stenen bouwwerken en de eerste permanente bewoning. En dan niet 1.000 maar 10.000 jaar voor Christus.

Urfa

De reis ging via Istanbul naar Sanliurfa, het antieke Urfa, de miljoenenstad vlak bij de grens met Syrië die ooit werd gebouwd rond de grot waar de profeet Abraham zou zijn geboren. Hier bezochten we de sites van Göblekli Tepe en Karahan Tepe.

De eerste is al sinds een jaar of 60 bekend en beroemd door de T-vormige, door steentijdmensen met vuurstenen beitels uitgehakte, pilaren waarmee de oudst bekende tempel werd gebouwd.

In de tot 6 meter hoge en tot tien ton zware monolieten zijn figuren gekerfd van tientallen diersoorten en menselijk aandoende armen en handen met 8 vingers.

Dat gebeurde rond 9400 v.Chr., kort na het einde van de jongste IJstijd, toen dit nu nogal desolaat ogende gebied rijk was aan bos, wild en eetbare gewassen, zodat sommige Bijbelkundigen hier de Hof van Eden, het Oudtestamentische Paradijs, plaatsen. (Volgens anderen lag dat meer naar het zuiden, bij het Irakese Basra, maar dat is weer een ander verhaal.)

Karahan Tepe

Uit diezelfde tijd en zeker zo interessant is Karahan Tepe, dat pas sinds 2019 wordt opgegraven. Op een kristalheldere en ijzig koude decemberochtend, met een schitterend uitzicht op de kale vlakte van Harran, toonde het hoofd van de opgravingen, prof. Necmi Karul, ons de ook hier weer T-vormige steunpilaren.

Deze zijn uitgehakt in een steengroeve in de heuvel zelf en geplaatst in een complex van één grote ronde ruimte, naast een kleinere met een tiental nog altijd recht opstaande pilaren en een in de rots uitgehakt menselijk gezicht dat elke binnenkomer recht aankijkt.

Zicht op de vlakte van Harran vanaf Karahan Tepe (foto: AMS/Archeo)

Bij gebrek aan andere bronnen is het gissen, maar het kan gaan om een soort initiatieruimte. In de wanden zijn verder tekeningen gekerfd van dieren als wolf en slang en er omheen liggen kleinere ruimten, die vermoedelijk voor bewoning waren bestemd.

Vandaar dat Karahan Tepe nu wordt aangeprezen als the world’s first village ever.

Het interessante is, dat de bewoners nog niet aan landbouw en veeteelt deden, maar wel volop jaagden: in de omgeving zijn valkuilen aangetroffen en fuiken waar het wild in werd gedreven.

Dat betekent volgens de prof dat het ontstaan van dorpen en steden niet het gevolg is van de zogeheten ‘agrarische revolutie’, zoals altijd is gedacht, maar juist andersom.

Falluscultus

Niet ver daar vandaan, in het dorp Sayburc, kregen we een absolute primeur te zien. Afgelopen zomer zijn hier in de kelder van een woonhuis uit diezelfde periode stammende, in de wand gekerfde dierenfiguren aangetroffen, naast een reliëf van een zittende god of koning met zijn piemel in de hand, hetgeen doet vermoeden dat het hier gaat om een falluscultus.

Het museum van Sanliurfa tenslotte, is een juweel in zijn soort, dat naast een enorme collectie van beelden en afbeeldingen van dieren en mensen en neolithische werktuigen ook zalen volle zalen telt met erfgoed uit de latere perioden van Hittieten, Assiriërs, Grieken en Romeinen.

Arslan Tepe

De Atatürk Dam over de Eufraat (foto: AMS/Archeo)

De volgende dag reden we 300 kilometer noordwaarts, langs de enorme Atatürk-dam waarmee water van de rivier de Eufraat wordt afgetapt, tot leedwezen van het aan de benedenloop liggende Syrië en Irak, naar de stad Malatya.

Daar gingen we naar de sinds het 5de millennium v.Chr. bewoonde Arslan Tepe, de ‘heuvel van de leeuwen’, genoemd naar indrukwekkende beelden die hier zijn opgegraven, dat sinds afgelopen oktober op de UNESCO-lijst van cultureel werelderfgoed staat.

Bovendien werden we onthaald door de burgemeester, een oud-minister en een hele batterij camera’s om het bezoek van de buitenlandse journalisten vast te leggen.

Als meest Europees uitziende (want blond) deelnemer was aan mij de (matige) eer om het relatiegeschenk van de burgervader, een gipsen replica van de leeuw die nu al uit elkaar valt, voor de bühne in ontvangst te nemen.

De belangstelling van de lokale politiek is begrijpelijk, want dit soort journalistenreizen wordt uiteraard georganiseerd om publiciteit te scheppen en het toerisme te bevorderen.

Als je wat interessants te bieden hebt, kan dat ook. Italiaanse steden en regio’s doen het ook en vaak met succes. Een succes waar de Anatolische attracties nog niet aan kunnen tippen.

Schaars bezocht

Met in het achterhoofd de hordes toeristen die zelfs in coronatijd Pompeï en het Forum Romanum overstromen, zien de schaars bezochte Anatolische opgravingen en musea er maar triest uit.

Daar zijn natuurlijk redenen voor. Het gebied is vrij onbekend en ligt ook relatief ver weg. De informatiecampagne loopt nog niet lang en het kan nu eenmaal jaren duren voor een toeristisch product aanslaat.

Daarbij is de pandemie fnuikend: ook wij moesten snel terug naar Rome om de quarantaine te vermijden. Tenslotte kun je in Urfa wel goed eten, al kun je een wijntje wel vergeten.

Maar duur is het niet, integendeel. Het verblijf in Turkije deed mij herinneren aan de jaren 70 en 80 in Italië, die van de ‘inflatie van de dubbele cijfers’ en de voor Noord-Europeanen lekker lage prijzen.

In de 4 dagen dat wij in Turkije waren daalde de wisselkoers van 14 naar 15 Turkse lire voor een euro en inmiddels zitten we op 19. Leuk voor toeristen, maar niet voor de bevolking.

Written by Aart Heering

Aart Heering, historicus en journalist. Woont 30 jaar in Italië en werkt momenteel voor de Nederlandse ambassade in Rome.

Comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Procida Culturele Hoofdstad van Italië 2022

Procida: verrassende culturele hoofdstad van Italië 2022

mooiste stranden van Italië

Che bella! Dit zijn de 7 mooiste stranden van Italië