in , ,

Column: te voet naar Rome – deel 19

Sinds een paar dagen ben ik in de regio Lazio (Latium). Zondagmiddag ging ik de grens tussen Toscane en Lazio over en meteen werd het wegdek een stuk slechter. Ook zien de stadjes er hier een stuk minder gelikt uit dan in Toscane. Veel geld van de regio stroomt naar hoofdstad Rome, mopperen de inwoners hier.

Maar wat ziet alles er tegelijkertijd veel authentieker uit, veel Italiaanser, want veel minder aangetast door het toerisme. Ik sprak een Nederlander aan het meer van Bolsena. ‘Wat een wereldplek hier,’ zei ik tegen hem. ‘Ja, hè’, zei hij. ‘Dit is het best bewaarde geheim van Italië. Wil je het alsjeblieft aan niemand verder vertellen?’

Zondagmiddag maakte ik dus mijn eerste kilometers in Lazio. Na de afdaling van 900 meter uit Radicofani liep ik in de campagna, het was bloedheet, er was nauwelijks bebouwing en ik was het op een gegeven moment spuugzat. Ik schoot een restaurantje binnen dat opeens opdook aan de kant van de weg. Daar vroeg ik of er geen hotel in de buurt was. De familie die de zaak runde, was zeer behulpzaam. Een telefoontje en ik kon me een paar honderd meter terug melden bij een landhuis.

Daar werd ik opgewacht door een echtpaar dat meer van dit soort huizen had en die aan toeristen verhuurde. Voor 25 euro had ik het hele huis voor me alleen. Het was aardig ingericht en ik probeerde me voor te stellen hoe het is als je echt in zo’n huis zou wonen. Die avond haastte ik me naar het restaurant, want dat was de enige plek waar iets te beleven viel. Ik at er, kletste wat, bewonderde de jongste spruit van de familie, een baby’tje van 2 weken waar de dochter de hele tijd mee rondsjouwde, en tegen de tijd dat het donker werd, trok ik me terug in mijn landhuis.

Slapeloze nachten

Ik voelde me toch niet helemaal senang. Deed alle lichten aan, zodat het er heel bewoond uitzag. De voordeur kon wel op slot, mijn slaapkamerdeur niet. Ik sliep nog wel in, maar midden in de nacht werd ik wakker van een geluid. Het leek alsof de poort open ging. Ik kleedde me aan. Ging kijken, niets te zien. Weer terug in bed, het huis zat vol geluiden, telkens meende ik dat er iemand aan de voordeur zat te morrelen.

Toch niet zo’n goed idee, een nachtje alleen op het platteland. Ik moest er echt niet aan denken dat ik hier zou moeten wonen. Om 5 uur stond ik op. Ik deed geen oog dicht. Een half uur later liep ik weer bepakt en bezakt met mijn stokken langs de weg. Het was nog lekker fris, de opkomende zon gaf het land een gouden gloed, het was nog stil maar ik vond dat nu niet erg. Acquapendente lag tien kilometer verder.

Ik zag het al van kilometers ver opdoemen, want natuurlijk ligt het op een heuvel. Een schilderachtig stadje met kerktorens en huizen op verschillende hoogten. Nadat ik me omhoog had geploeterd, besloot ik hier maar meteen te blijven.

Ik liep door de nauwe straatjes het centrum in en kwam uit op een heel aardig piazza. Niet spectaculair, maar toch een komvormig plein omringd door oude palazzo’s, sommige fris in de verf, sommige grauw en verveloos. In een zijstraatje vond ik een hotel en omdat ik nog niet op de kamer terecht kon, ging ik maar meteen een rondje Acquapendente doen. Wat ik zag, beviel me. Hier vind je nog gewoon een groenteman en een bakker, lopen de mensen boodschappen te doen en zit het terras van Bar Italia al vol met oude mannen.

Zomerfeest

Toen ik ’s avonds tegen halftien mijn bed in rolde, barstte er op het piazza een zomerfeest los. Tot ’s nachts kwart voor één denderde een opzwepende Zuid-Amerikaanse muziek door de stad. Maar het was niet hierdoor waardoor ik weer een slapeloze nacht had. Dat kwam door de hoteleigenaar. Ik vond het niet zo’n prettige man. Hij had me gezegd dat ze die avond gesloten waren en ik alleen in het hotel zou zijn.

Maar ’s nachts werd ik wakker doordat ik onder mijn kamer in het restaurant iemand met de stoelen hoorde schuiven. Later kwam degene de trap op en hoorde ik hem langs mijn kamerdeur sluipen, terwijl mijn kamer op een dood stuk in de gang lag. Ik had de zenuwen. Stel je voor dat-ie aan zou kloppen. Ik lag met ingehouden adem in bed. Gelukkig gebeurde er niets. Ik hoorde hem in het gebouw en om halfzes heb ik mijn spullen gepakt en ben ik met mijn stokken de gang op gestapt. Ik zag niemand, maar was toch behoorlijk opgelucht toen ik buiten stond.

Op het piazza was Bar Italia al open, dus ik kon daar even met koffie en een brioche bijkomen. Toen, in de frisse ochtendlucht, op weg naar Bolsena. Ik moest eerst naar San Lorenzo Nuovo. Daar kwam ik om 8 uur aan. Ook San Lorenzo Nuovo lag op een heuvel. Ook hier vond ik weer een heel aardig stadje, hardroze en oker huizen rondom een breed plein. De gebruikelijke groepjes mensen stonden alweer her en der met elkaar te kletsen toen ik op een van de terrassen neerstreek. Ik dacht: als ik ooit in Italië ga wonen, wil ik wonen in zo’n stadje als San Lorenzo Nuovo. Pretentieloos, aardige mensen, een levendige gemeenschap.

Warme en aangename Nederlanders

Toen ik San Lorenzo uitliep, lag daar opeens in de laagvlakte het meer van Bolsena. Omzoomd door pijnbomen, maar verder met weinig bebouwing. Ik liep een kilometer of 4 naar de kust van het meer en ook daar lag hier en daar een villa of een landbouwbedrijfje, maar verder was de kust totaal ongerept. Geen appartementen, alleen hier en daar een camping. Voor ik het wist, was ik alweer anderhalf uur aan het lopen en ik voelde me ontzettend moe. Ik moest gewoon even ergens zitten, maar er was niets te vinden, en ik liep maar en ik liep maar, Bolsena was nog 7 kilometer verderop.

Bij een camping besloot ik daar maar naar binnen te gaan. Daar zou wel een bar zijn. Het was een schitterende camping, vol olijfbomen, grenzend aan het meer. Toen ik langs de parkeerplaats liep, zag ik dat er vrijwel alleen maar Nederlandse auto’s stonden, met hier en daar een Duitser ertussen. Ik liep het terras van de campingbar op en zei in het Nederlands ‘Goeiemorgen!’. Meteen sprongen er een paar mensen op, vroegen me waar ik vandaan kwam en of ik soms koffie wilde. Nou graag.

Ik schoof ergens aan een tafel aan en barstte meteen in tranen uit, gewoon van uitputting. Als je één ding van deze tocht kunt zeggen, is dat-ie me veel zweet en tranen heeft gekost. En ach, wat blijken Nederlanders toch opeens een warm en aangenaam volk. Ik kreeg koffie en chocoladebroodjes aangeboden en mocht mijn verhaal doen. Daarna zat ik nog geruime tijd met een stuk of wat mensen rond de tafel. Wat was het vertrouwd.

Later in Bolsena krioelde het ook van de Nederlanders. Mensen van de campings die overdag en ‘s avonds in Bolsena boodschappen doen, er uit eten gaan of er gewoon gezellig door de dorpsstraat flaneren. Deze Nederlanders maken overigens een heel wat relaxtere indruk dan die ik in San Gimignano zag. Verzaligd en zondoorbakken lopen ze met hun kinderen door de stad, het is gewoon leuk om naar ze te kijken.

te voet naar rome 66

Pension Italia

Bolsena is een fantastisch mooi vestingstadje, met stadspoorten en al, dat tegen de berg is opgebouwd. Het ligt niet direct aan het meer, maar een halve kilometer landinwaarts. Ik liep de stadspoort door, het pittoreske dorpsstraatje in en dacht alleen maar: wat is het hier leuk! Toen ik een bord zag met Pensione Italia ben ik daar meteen naar binnen gegaan. Op de bovenste verdieping van een heel oud palazzo vond ik het pension.

Als je er binnenkomt, zit de eigenaresse daar in haar woonkamer met de deur open, je kunt niet aan haar ontsnappen. Ze heeft zich omringd met Mariabeelden uit Lourdes, want daar gaan ze ieder jaar naartoe. Volgens haar komen alle pelgrims bij haar in het pension slapen. Ze had enkele griezelverhalen over pelgrims van 80 die hier totaal uitgeput kwamen binnenschuifelen en betaalden met door zweet doordrenkte bankbiljetten.

Het is wel een vrouw die, als je niet uitkijkt, een enorm beslag op je legt. Ik weet nu al alles van haar echtscheiding en haar kinderen. Gelukkig houdt ze van uitslapen en kon ik om kwart over 8 het huis al uitglippen om beneden op het pleintje te gaan ontbijten.

Daarna heb ik in de haven een kaartje voor een rondvaart over het meer gekocht, met bezoeken aan Capodimonte en aan het eiland Bisentino. Op dat eiland staan zeven kapellen die de zeven kerken van Rome vertegenwoordigen. Nu schijnt de katholieke kerk van een pelgrim te verwachten dat je in Rome ook nog eens de 7 belangrijkste kerken bezoekt. Maar als je daar geen tijd of geen zin in hebt, dan kun je ook de 7 kapellen van Bisentino bezoeken, dan is het ook goed. Een heerlijk katholieke oplossing!

Familie Manfredi

Tijdens de rondvaart ontmoette ik de familie Manfredi uit Genua, die, nadat ik een paar woorden met hen had gewisseld, mij in hun roedel inlijfde. Ik moest de hele tijd bij hen zitten en ze nodigden me ook uit voor de lunch. Het ging om vader, moeder, beiden bejaard, en de dochter Maria-Theresa die een jaar of 47 was. Maria-Theresa was enige dochter, ongetrouwd en werkte al 26 jaar voor een advocaat in Genua. Ze hield erg van haar werk.

Toen ik op een bepaald moment vroeg of ze zelfstandig woonde, vertelde ze me dat ze 10 jaar geleden het huis uit was gegaan en een oud vissershuisje in de haven van Genua had gekocht. Maar, vertelde ze, sinds een paar jaar had ze haar ouders bij zich in huis genomen want ze werden zo oud, ze konden niet meer alleen blijven, vond ze. En nu woonden ze met z’n drieën in een huisje met twee kamers en een keuken. Het is ergens natuurlijk heel mooi, maar voor ons Nederlanders, denk ik, ook erg benauwend. Er is ook zoiets als een tussenweg.

Na de lunch heb ik afscheid van de Manfredi’s genomen. Morgen gaan zij met de bus naar Montefiascone en ik ga daar te voet naartoe. Dus misschien komen we elkaar nog tegen. Ik loop nu in een rustig tempo naar Rome om te voorkomen dat ik er eerder ben dan mijn vrienden, die er op 13 augustus aankomen. Mijn ‘intocht’ is dus op 14 augustus. Ik houd jullie op de hoogte!

Wordt vervolgd…

Ineke Spoorenberg

Geschreven door Ineke Spoorenberg

Ineke Spoorenberg is journalist. Ze werkte 21 jaar als redacteur voor het NOS Journaal met als specialisme Italië. Na de dood van haar partner maakte ze in 2010 een voettocht naar Rome, het jaar daarop kwam een boekje over haar tocht uit, getiteld: Ineke loopt naar Rome. In 2012 kwam een einde aan haar carrière bij de NOS. Het jaar daarop lanceerde ze de website Met Ineke In Italië waarop ze schrijft over minder bekende maar zeker zo interessante plaatsen in Italië.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Fendi vestigt hoofdkantoor in Mussolini’s Colosseo Quadrato

Boekentip: Jeugd van Paolo Sorrentino