Help we zijn Italianen aan het worden - we wonen met zijn twintigen op nummer 8 (foto: Manja Aalderink)
in ,

Column: help, we zijn Italianen aan het worden!

Drie jaar in Italië wonen, dat moet wel enige impact op je hebben. Alleen had ik van tevoren nooit kunnen bedenken hoe precies. Ik hoopte stiekem dat ik heel zen zou worden en me nooit meer van tevoren druk zou maken over hoe dingen zouden lopen. Dat is nog niet helemaal gelukt, maar er zijn wel andere grappige dingen gebeurd, waaruit blijkt dat we langzaam maar zeker in Italianen aan het veranderen zijn.

Naam en adres

Ik had een lief T-shirtje gekocht om op te sturen naar het pasgeboren kindje van twee Nederlandse vrienden. Ik schreef het adres op het pakketje en adresseerde het voor de leuk aan de baby. O nee, dacht ik toen, op het naambordje bij de deur staan alleen de namen van de ouders, dus dan kan de postbode natuurlijk nooit de juiste brievenbus vinden!

Ja, dan ben je dus echt een Italiaan geworden. In Nederland hebben we namelijk zoiets handigs als één huisnummer per huis. Dat was ik even vergeten, want hier wonen we met z’n twintigen op nummer 8 en de enige reden dat post in de juiste brievenbus terecht komt, is dat de postbode heel goed kijkt welke namen erop staan.

Dat is al vaker op wonderbaarlijke wijze goed gegaan en vast ook wel eens ontzettend misgegaan, maar dat weten we natuurlijk niet. Ik kreeg een kaartje van een vriendin geadresseerd aan ‘Manja’. Kun je nagaan wat een werk het voor de postbode is geweest om alle twintig namen door te kijken op zoek naar dat vreemde woord ‘Manja’. Nog een gelukje dat we onze voornamen op de brievenbus erbij hadden genoteerd en niet alleen onze voorletters.

LEES OOK:
Column: met Spider-Man naar Venetië

Te laat, te laat!

We hadden om halfelf afgesproken in het centrum van Brescia. Ik zou met de trein komen vanuit Verona en mijn Nederlandse vrienden met de auto uit de bergen ten noorden van het Gardameer.

Al om 9 uur kreeg ik een berichtje: we vertrekken bijna. Toen om half 10: sorry, het gaat allemaal wat langzamer, we zijn iets later. Toen om 10 uur: we zijn halverwege. Om half 11: we zijn op zoek naar een parkeerplek. Om 11 uur: we hebben eindelijk een plek gevonden, volgens Google Maps is het nog een halfuur lopen naar het centrum. Sorry, we komen eraan!

Al die tijd zat ik rustig bij de bar een beetje de krant te lezen. Ik bestelde nog zo’n heerlijke cappuccino en ach kom, ik neem ook nog wat van die lekkere pasticcini met slagroom en Nutella. Ik kon me er oprecht niet druk over maken, terwijl ik weet dat er vroeger echt stoom uit m’n oren was gekomen als iemand me een uur zou laten wachten.

Is het me inmiddels zo vaak overkomen dat ik eraan gewend ben geraakt? Dat sowieso. Maar ik vind op tijd komen ook gewoon niet meer zo belangrijk. Het is een goed streven, maar soms lukt het gewoon niet. Daarin ben ik echt meer een Italiaan geworden.

Ciao!

Het Van der Valk Hotel in Wolvega had ons mooie fietsen verhuurd om naar de bruiloft van onze vrienden daar in de buurt te kunnen fietsen. We moesten alleen de banden nog even goed oppompen. De pomp stond ingesteld op Franse ventielen, terwijl we een pomp voor autoventielen nodig hadden, dus we stonden flink te hannesen om dat om te bouwen. Er liep een hotelmedewerkster langs en wij zeiden haar vriendelijk gedag: ‘Ciao.’

LEES OOK:
Column: te voet naar Rome - deel 4

Twee seconden later drong het tot ons door. Ciao? Zeiden we nou net ‘ciao’ tegen een medewerkster van het Van der Valk Hotel in Wolvega? Oeps! Als je even niet oplet, gaan de talen soms door elkaar lopen.

Ik begin ook vaak in het Italiaans tegen Christo’s Duitse collega Max, terwijl hij dat helemaal niet spreekt. Waarschijnlijk verbindt mijn hoofd ‘collega’s’ met ‘Italiaans praten’, omdat alle andere collega’s Italianen zijn. Ik ben ook wel eens in het Nederlands begonnen tegen mijn vriendin Niki, ik denk omdat onze Italiaanse gesprekken altijd zo gemakkelijk en gezellig verlopen dat ik denk dat ik Nederlands met haar aan het praten ben.

Het is niet zo dat we nu meer Italiaans geworden zijn, omdat we makkelijk kunnen switchen tussen verschillende talen. Dat is namelijk juist iets waar de meeste Italianen heel veel moeite mee hebben. Als ze al Engels spreken, kost het vaak wel even tijd om in te komen, wat ik ook heb met talen die ik niet zo vaak spreek, zoals Duits.

Maar ik bedoel meer dat Italiaans net zo’n vanzelfsprekende taal voor ons is geworden als Engels. Mijn Engels is nog wel een stuk beter dan mijn Italiaans, maar ik begin net zo makkelijk in het Italiaans, omdat ik als ik er niet uitkom gewoon ter plekke iets anders verzin of omschrijf wat ik bedoel. Ik had niet verwacht dat dat zou lukken in drie jaar tijd.

LEES OOK:
Column: thuis in Nederland of thuis in Italië?

Toch haal je Nederland niet uit de Nederlander

Dit zijn wat kleine voorbeelden van hoe we steeds Italiaanser aan het worden zijn, maar voor echte Italianen kunnen we nog lang niet doorgaan. Ten eerste houden we veel te veel van fietsen.

We gaan overal op de fiets heen, terwijl Italianen veel eerder de auto of motorino pakken. Vaak gaan ze zelfs liever lopen dan dat ze moeten fietsen. Al helemaal met wind, regen of kou zijn wij er als Nederlanders heel makkelijk uit te pikken. We zijn dan namelijk de enigen die niet extreem dik ingepakt zitten met mutsen, sjaals, handschoenen en de dikste winterjassen die er te vinden zijn.

Ook zijn we de enigen die geen paraplu bij ons hebben en het niet erg vinden om ons te laten natregenen. Dat is voor Italianen echt te bizar voor woorden.

Daarbij eten we nog steeds meestal tussen 18 en 19 uur, in plaats van rond een uurtje of 20 of later, zoals veel Italianen doen. De dingen die we eten zijn al wel een stuk Italiaanser, maar toch nog lang niet zo Italiaans dat het niet meer opvalt dat we Nederlanders zijn.

Gerechten met zoete aardappel, pindasaus, kokosmelk en andere rare uitheemse ingrediënten worden door de meeste Italianen niet erg gewaardeerd, terwijl wij dat juist heerlijk vinden. En zo zijn er nog veel meer dingen waarin we veel Hollandser dan Italiaans zijn.

Om echte Italianen te worden hebben we dus nog een lange weg te gaan.

Manja Aalderink

Geschreven door Manja Aalderink

Manja Aalderink is docent klassieke talen en woont in het mooie Verona. Ze blogt samen met haar man over hun belevenissen op www.avontureninverona.nl. De Italiaanse taal en cultuur fascineren haar mateloos en je mag haar ‘s nachts altijd wakker maken om Romeinse resten te gaan bekijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Martin Eden

Winactie: bioscoopfilm Martin Eden van Pietro Marcello

Italië in december

Italië in december