Ga je op vakantie naar Italië? Dan kom best wel een heel eind met Engels, zeker in de toeristische gebieden. Maar een paar woorden Italiaans spreken maakt je reis meteen leuker. Italianen waarderen het enorm als je moeite doet om hun taal te spreken, al is het maar een beetje.
Geen zorgen, voor de vakantie Italiaans leren hoeft geen maanden of jaren in beslag te nemen. Als je jezelf een paar woorden en begrippen aanleert, kom je al een heel eind. Daarom hebben we hieronder 101 Italiaanse woorden en korte uitdrukkingen verzameld die elke toerist in Italië zou moeten kennen.
Inhoudsopgave
Begroeten en beleefdheden
Deze categorie komt altijd en overal van pas. Het minimum aan Italiaans dat iedereen zou mogen kennen.
- Ciao – hoi / doei (informeel)
- Buongiorno – goedemorgen
- Buonasera – goedenavond
- Buonanotte – welterusten
- Arrivederci – tot ziens
- Salve – hallo (formeel)
- Per favore – alstublieft
- Per piacere – alsjeblieft
- Grazie – dank je wel (let op de uitspraak, het is geen ‘kraatsie’, maar ‘kraatsieje’)
- Grazie mille – hartelijk dank
- Prego – graag gedaan
- Scusa – sorry / pardon (informeel)
- Scusi – sorry / pardon (formeel)
- Permesso – mag ik erlangs?
- Mi dispiace – het spijt me
- Piacere – aangenaam
Handige woorden voor onderweg
De weg vragen, navigeren in de stad, het wordt allemaal een stuk makkelijker als je de onderstaande woorden kent.
- Dove – waar
- Quando – wanneer
- Perché – waarom
- Come – hoe
- Quanto – hoeveel
- Qui/qua – hier
- Lì/là – daar
- Parcheggio – parkeerplaats
- Vicino – dichtbij
- Lontano – ver (è lontano da qui? / is het ver van hier?)
- Destra – rechts
- Sinistra – links
- Dritto – rechtdoor
- Strada – straat
- Piazza – plein
- Stazione – station
- Fermata – halte
- Biglietto – kaartje
- Biglietteria – kaartverkoop / loket
- Treno – trein
- Autobus – bus
- Andiamo – laten we gaan
In het restaurant
Tijdens je vakantie ga je vrijwel zeker wel uit eten, dan komen de onderstaande woorden/zinsneden goed van pas.
- Ristorante – restaurant (over het algemeen duurder)
- Trattoria – eenvoudige eetgelegenheid
- Osteria – traditionele herberg
- Tavolo – tafel (je kunt bijvoorbeeld vragen: avete un tavolo per quattro? / hebben jullie plek voor 4 personen?)
- Menù – menukaart
- Antipasto – voorgerecht
- Primo – eerste gang (pasta/risotto)
- Secondo – hoofdgerecht (vlees/vis)
- Contorno – bijgerecht (apart bestellen in Italië)
- Dolce – dessert
- Pane – brood
- Acqua – water
- Vino – wijn
- Birra – bier
- Conto – rekening
- Coperto – tafeltoeslag
- Prenotazione – reservering
- Cameriere – ober
- Posso ordinare? – kan ik bestellen?
- Il conto, per favore – de rekening alstublieft
In een café of bar
Ook om de Italiaanse koffiebar kun je niet heen. Woorden als caffè, cappuccino en latte macchiato ken je denk ik wel, maar er zijn er meer.
- Granita – halfbevroren ijsdrank (vooral populair in Sicilië)
- Digestivo – drankje na het eten (bijvoorbeeld limoncello)
- Spritz – populair aperitief (bijvoorbeeld Aperol Spritz)
- Tagliere – plank met vleeswaren en kaas
- Stuzzichini – kleine hapjes bij een drankje
- Apericena – aperitivo die een maaltijd vervangt
- Al banco – aan de bar (staand drinken)
- Cornetto – Italiaans croissantje
- Brioche – zoet broodje
- Panino – broodje
- Gelato – ijs
Op de markt of in de winkel
Inkopen doen op de markt of naar een Italiaanse winkel.
- Negozio – winkel
- Mercato – markt
- Prezzo – prijs
- Sconto – korting
- Pagare – betalen
- Carta – kaart (con carta zeg je in de supermarkt als je wilt pinnen)
- Contanti – contant geld
- Ricevuta – bonnetje
- Aperto – open
- Chiuso – gesloten
- Farmacia – apotheek
In het hotel of op de camping
Hier een kort lijstje met wel minimaal te kennen woordjes voor op de camping of in het hotel.
- Hotel/albergo – hotel
- Camera – kamer
- Chiave – sleutel
- Reception – receptie
- Doccia – douche
- Bagno – badkamer / toilet
- Asciugamano – handdoek
- Aria condizionata – airconditioning
- Wi-Fi – wifi (il codici Wi-Fi / de wificode)
- Parcheggio – parkeerplaats
- Spiaggia – strand
Woorden die je vaak hoort in Italië
We kunnen natuurlijk nog wel even doorgaan, maar hier zijn nog wat woorden die je Italianen vaak hoort zeggen.
- Allora – dus / nou
- Dai! – kom op!
- Boh – geen idee
- Magari – was het maar zo / misschien
- Subito – meteen
- Piano piano – rustig aan
- Basta – genoeg
- Va bene – oké / goed
- Certo – natuurlijk
- Perfetto – perfect (dus niet ‘perfecto’)
Wil je meer van dit soort woorden? Lees dan dit artikel.
Tot slot
Je hoeft echt geen vloeiend Italiaans te spreken om een geweldige vakantie in Italië te hebben. Maar een paar woorden Italiaans openen vaak deuren en harten.
Met een simpel ‘buongiorno‘, een vriendelijk ‘grazie‘ of een poging om in het Italiaans te bestellen, maak je al snel een goede indruk. En wie weet: misschien smaakt die pizza of cappuccino nog net iets beter als je hem in het Italiaans bestelt.
Natuurlijk zijn bovenstaande woorden slechts een keuze en kun je er zo 101 woorden naast zetten die óók handig zijn om te kennen. Maar ja, dan moet je je misschien maar even verder verdiepen in de Italiaanse taal.



Comments