Zeven jaar was ik, toen ik mijn eerste woordjes Italiaans leerde. Ik weet het nog goed: tre gelati. Dat leerde mijn vader mij, toen ik ijsjes mocht gaan kopen voor mijn zusje, mijn broertje en mijzelf. Ik vond het superstoer, dat ik met die gekke woorden lekkere ijsjes kreeg.
Het was op de boulevard van Alassio, een prachtig plaatsje aan de Italiaanse Rivièra. Daar waren we in de jaren 60 op vakantie, met een bungalowtent. Erheen gereden met de Skoda, een groot pakket bagage op het dak, op de imperiaal, zoals mijn vader zei.
Onze tent stond op het strand, direct onder de boulevard in het stadje. Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar daar was de camping. De tenten stonden 3 rijen dik op het strand. Wat ik me er ook nog van herinner, is dat mijn broertje van 2 jaar ineens kwijt was. Iedereen in de stress, en wat bleek? Hij liep in zijn blootje op de boulevard, tot grote hilariteit van het flanerende publiek.
Het was een vakantie om nooit te vergeten. Ik denk er nog wel eens aan als ik Italiaanse ijsjes ga kopen. Daar heb ik geen vreemde woorden meer voor nodig, want dat heerlijke Italiaanse ijs koop je nu gewoon in Nederland.
Echt fijn dat de Italianen veel van hun geweldige culinaire hoogstandjes zo goed hebben geëxporteerd over de hele wereld. Niet alleen ijs, ook bijvoorbeeld hun cappuccino. Ik reisde een keer naar Canada en wat was ik daar blij dat sommige restaurants een Italiaans cappuccino-apparaat hadden. Want die Canadese regular coffee is niet mijn kopje thee.
En dan de pizza natuurlijk! Overal in de wereld genieten we ervan. Hoewel… die pizza’s in andere landen halen in het algemeen niet de culinaire kwaliteiten van de pizza in Italië. Dat werd heel duidelijk in een leuke les op de Scuola Leonardo da Vinci in Rome, waar ik een cursus Italiaans volgde.
Onze leraar Alessandro, die ons elke dag zoveel mogelijk wilde laten praten in het Italiaans, zei die middag: ‘Ik weet dat ook in jullie landen pizza wordt gegeten. Maar dat zijn toch vaak pizza’s die wij in Italië niet kennen. Vertel eens over een speciale pizza in jouw land’. (In het Italiaans zei hij dat, natuurlijk.)
Het was een interessante vraag, want in die klas zaten 13 leerlingen van 12 verschillende nationaliteiten. Ze kwamen al snel met de pizza Hawaii, de pizza shoarma, de gyrospizza en de satépizza (!) Die zul je in Italië inderdaad nooit aantreffen.
Er was dus al veel gras voor mijn voeten weggemaaid, toen ik aan de beurt was. Wat moest ik nog zeggen? Uiteindelijk zei ik: ‘In Olanda abbiamo la pizza pollo. È strano?’ Alessandro trok een gezicht. Of een kippizza gek was? ‘Strano?’ vroeg hij. ‘Una pizza pollo è stranissimo!’
Ik heb nooit meer een pizza pollo bij de supermarkt uit de vriezer gehaald. Maar een pizza quattro stagione, die wel. Dat is wél een Italiaanse pizza, met een mooie naam ook nog: 4 jaargetijden. Je krijgt dan 4 verschillende smaken. Een favoriet natuurlijk. Die bestelde dus ik ook eens bij een afhaalpizzeria tijdens een vakantie in Zweden (ik geef het toe, ik ga niet altijd naar Italië).
Toen ik, terug in mijn caravan, de doos openmaakte, bleek deze pizza compleet belegd te zijn met garnalen. Plus een paar stukjes artisjok. Dit was echt geen quattro stagioni! Blijkbaar waren dat voor die Zweedse pizzabakkers heel gekke woorden, waar ze zelf maar een draai aan hadden gegeven met hun eigen nationaal product: garnalen.
Ik dacht meteen weer aan dat rijtje gekke pizza’s van Alessandro. Maar déze was nog gekker dan de mijne. Déze was pas echt stranissimo!



Comments