Eerste schooldag in Rome. Spannend. Ik meld mij om half negen bij de Scuola Leonardo da Vinci, en word naar een lokaal gebracht waar al mensen aan tafeltjes zitten te werken. Ook ik krijg een blad: of ik deze toets even wil maken.
Thuis in Nederland heb ik al een paar jaar Italiaanse les gehad, dus ik weet al wat, denk ik optimistisch. Dat klopt wel: het eerste deel van de toets kan ik makkelijk invullen. Op naar het tweede deel. Oei, dat is lastiger.
Het derde en vierde deel? Ik heb geen idee. Gelukkig is het multiple choice, dus ik kruis lukraak antwoorden aan. Dan lever ik het blad in, het wordt ter plekke meteen nagekeken. Wat blijkt? In het eerste deel had ik alles goed, voor de rest alles fout.
Maar dat is juist een mooie uitkomst, want deze toets wordt gebruikt om mij in een klas te plaatsen. Het is heel duidelijk dat ik in Livello 2 pas. Ik krijg een lesboek en de mededeling dat ik de hele komende week ’s middags les heb, elke dag van 14 tot 17.30 uur. Mijn eerste les begint dus vanmiddag om 14 uur.
Arriverderci!
Daar sta ik weer buiten, het is nog geen half 10. Wat nu? Ik heb amper gezien wie er nog meer naar Livello 2 gaan. Ik heb geen idee waar al die anderen heen gaan. Ik ben hier helemaal alleen. Ik kijk maar eens op Google Maps en zie dat de Campo dei Fiori dichtbij is. Daar is een markt, weet ik.
Daar loop ik dan maar heen. Ik moet er nog even aan wennen dat ik helemaal in mijn eentje door een wildvreemde stad loop. Maar de zon schijnt, ik vind de markt en ik zie leuke kramen. Want er zijn echt niet alleen bloemen maar ook kramen met groente, olijfolie, pasta, tassen…
Dan ineens spreekt een man mij aan in het Engels. Hij zegt: ‘Zag ik jou niet bij de Scuola Leonardo da Vinci?’ Wow! Het blijkt een van mijn nieuwe klasgenoten. Een Ier, die Italiaans komt leren en mij in de school al had gespot. We maken even een praatje en gaan weer uit elkaar. ‘Ci vediamo!’, roept hij nog.
Hé, ‘ci vediamo’, dat klinkt veel echter dan arrividerci, wat ‘tot ziens’ betekent. Maar ‘ci vediamo’ is natuurlijk: ‘We zien elkaar weer!’ Het klinkt in mijn oren vooral ook veel Italiaanser. Ik zal dit zinnetje de komende week nog veel gebruiken, als ik mijn klasgenoten beter leer kennen en ze vaker tegenkom.
Nu ga ik in mijn eentje een pizza eten op een terrasje bij de markt. Ik kijk eens in het lesboek en probeer een praatje aan te knopen met de ober.
‘Sono qui per studiare l’Italiano’, zeg ik. Terwijl hij mijn pizza neerzet, denk ik opgetogen: ‘Conosco gia qualcuno!’



Comments