Anagni, Alatri, Veroli en Ferentino zijn steden van elk ruim 20.000 inwoners in de provincie Frosinone, op 60-80 kilometer ten zuiden van Rome. Hun glorietijd ligt lang geleden, in de (pre-)Romeinse Oudheid en de Hoge Middeleeuwen. Daarna werden ze overschaduwd door het alomtegenwoordige Rome, maar dat had ook zijn voordeel. De oude centra zijn nauwelijks verstoord door nieuwbouw en de (meeste) middeleeuwse kerken zijn niet verpest door barokke prots.
Zodoende bezitten alle 4 een cultureel erfgoed van jewelste. Toch zijn ze buiten de regio niet erg bekend. Om daar verandering in te brengen hebben de gemeentebesturen de handen ineengeslagen om hun steden te ontsluiten voor binnen- en buitenlands toerisme.
Ze stelden zich gezamenlijk kandidaat voor de nominatie van Culturele Hoofdstad van Italië in 2028 en sleepten 45 miljoen euro in de wacht uit het PNRR, het Italiaanse post-COVID herstelfonds, voor de aanleg van wegen en parkeerplaatsen, de restauratie van monumenten en de opening van nieuwe musea.
Daar hoorde natuurlijk ook een perscampagne bij, met onder meer een ‘Gran Tour’ onder de titel Hernica Saxa, de Stenen van de Hernici, het Italische volk dat hier heerste voordat de Romeinen in 306 v.Chr. de leiding overnamen en de Hernische steden verder gingen als bondgenoten van Rome.
Aan de vierdaagse persreis namen 18 Italiaanse journalisten deel en 7 buitenlanders, uit de VS, UK, Argentinië, Rusland, Egypte, Taiwan en Nederland. Hier volgt een reisverslag in 4 delen.
Dag 1: Anagni, de stad van de pausen

De reis begint in Anagni, dat bekend staat als ‘de stad van de pausen’, omdat het aan het eind van de van de 13e eeuw maar liefst 4 kerkleiders leverde. De laatste en meest bekende van hen is Bonifatius VIII, die in 1300 het Heilig Jaar uitvond om de Vaticaanse kas te vullen.
3 jaar later was hij het lijdend voorwerp in een episode die in de Italiaanse geschiedenis bekend staat als lo schiaffo di Anagni. De oorvijg van Anagni werd hem toegediend door zijn vijand Sciarra Colonna die daarmee het pauselijk aanzien ook figuurlijk een slag toebracht. We zullen Bonifatius onderweg nog tegenkomen.

Na een door olijfgaarden geflankeerde slingerweg omhoog vanuit de Valle del Sacco bereiken we het 424 meter hooggelegen Anagni, waar nog naarstig wordt gewerkt aan de aanleg van nieuwe, door het PNRR betaalde, parkeerplaatsen.
We wandelen langs de antieke Romeinse muur onder een toegangspoort met het pauselijk wapen door naar het uit de 12e eeuw stammende gemeentehuis voor een ontvangst door de burgemeester. Vandaar gaan we naar de kathedraal, die tussen 1072 en 1104 werd gebouwd op last van bisschop Pietro di Salerno.

Het is een soliede Romaans-gotisch bouwwerk met de typische cosmatische mozaïekvloer van verschillende kleuren marmer. Een grappig detail is een in de gevel aangebrachte steen met de afbeelding van een wolf en een os.

De legende wil dat tijdens de bouw van de kerk een wolf één van de twee ossen verslond die de kar met bouwstenen trok, maar vervolgens door de bisschop werd overgehaald om samen met de andere os de kar verder te trekken.
Via het museum van de kathedraal komen we in de onderliggende crypte, waar een oogverblindende verrassing wacht. De wanden, pilaren en plafonds, 540 m2 in totaal, zijn volledig beschilderd met fresco’s van de Schepping, het Laatste Oordeel en de Apocalyps, naast uitzonderlijke afbeeldingen van de (heidense) vaders van de medische wetenschap, Galienus en Hippokrates.



Bijna alles is goed bewaard gebleven in de originele heldere kleuren, waarbij vooral het prachtige blauw van de lapis lazuli opvalt. De schilderingen zijn tussen het einde van de 13e en het begin van de 14e eeuw aangebracht en als je erop let, zie je ook verschillen tussen strak starende Byzantijnse heiligen en levendiger ogende personages, die de komende Renaissance aankondigen.
De crypte staat bekend als de ‘Sixtijnse Kapel van de Middeleeuwen’, en terecht. (Bespreken van een bezoek is aan te raden, want er worden niet meer dan 30 personen tegelijk toegelaten.)
Na een kort bezoek aan het Palazzo van Bonifatius VIII, met originele wandschilderingen van vogels en schaakborden, maken we een stadswandeling door nauwe middeleeuwse straten op weg naar het MAE, het Archeologisch Museum van Anagni.
Het is nog maar net open en nog niet helemaal ingericht, zodat we alleen de prehistorische afdeling te zien krijgen, met fossielen van mammoeten, holenleeuwen en oerrunderen die hier honderdduizenden jaren geleden rondbanjerden.
Van de mens zijn alleen nog bijlen en speren uit de Steentijd te zien, maar in de zomer wordt dat anders. Hoe dan ook, het museum maakt een moderne indruk, met ook voor kinderen bevattelijke verklarende teksten. Die zijn weliswaar in het Italiaans, maar via een QR-code krijg je ook rondleidingen in andere talen.
Tot slot nog een 12e-eeuwse kerk, die van San Pietro in Vineis, ofwel de H. Petrus in de Wijngaarden, die toen de kerk nog omringden. Het Godshuis zelf is eenvoudig, met een paar nauwelijks nog zichtbare afbeeldingen van de geboorte van Jezus en de wassing van het Kindeke.
Het behoorde bij een clarissenklooster, waarvan nog een zaal met prachtige fresco’s over is. Het is weer een echt bijbels stripverhaal met opeenvolgend de Intocht in Jeruzalem, het Laatste Avondmaal, de Judaskus, Pontius Pilatus, tot aan de Kruisafname en het Laatste Oordeel.
Je moet er wat klauterwerk door gangen en op trappen voor over hebben, maar dan is ook dit een schitterend stukje middeleeuwse kunst, dat maar weinigen te zien krijgen. (In dit geval is het ook bezoek op afspraak, via de Pro Loco, de plaatselijke VVV.)
Meer info
Museo della Cattedrale di Anagni
Wordt vervolgd


Comments