‘Paul? Wie is Paul?’ vroegen we aan onze tafelgenoot tijdens de jaarlijkse dorpslunch op het terras van de bar. We begrepen niet wie hij bedoelde, van ene Paul hadden we nog nooit gehoord, terwijl ons gehuchtje niet meer dan enkele tientallen bewoners telt. Was Paul soms een kluizenaar die nooit buiten kwam?
‘Pierpaul!’ was het verrassende antwoord. ‘O, Pier!’ riepen we enthousiast. Ja, die kenden we wel. De goedaardige timmerman met zijn werkschuur naast onze tuin die nog maar 7 vingers had: gevolg van een paar bedrijfsongelukjes. Hij heette dus Pierpaul! Wij wisten dat niet en kennelijk noemden sommigen hem Pier en anderen Paul. Pierpaul vinden onze Italiaanse mededorpelingen kennelijk te lang.
Kort, korter, kortst
Italianen houden van korte roepnamen om iemand in het dagelijkse verkeer mee aan te duiden. De echte voornamen zijn goed voor de codice fiscale en bureaucratische formulieren, maar die gebruik je niet onder vrienden.
Voor veel formele voornamen bestaan in het Italiaans daarom alternatieve, korte roepnamen. Veel van deze namen zijn zelfs zó ingeburgerd dat de drager zelden bij de volledige naam wordt genoemd.
Deze verkorte vormen ontstaan op verschillende manieren: door inkorting (bijv. Giovanni → Gianni), door verkleinwoorden met achtervoegsels als -ino/-ina (Giuseppe → Giuseppino → Pino) of door herhaling/vervorming van een klank (Salvatore → Totò).
Regionale gewoonten spelen ook een rol. Zo verschilt de roepnaam voor dezelfde voornaam soms per streek.
Ik geef je hier een overzicht van veel voorkomende roepnamen, zodat je als een Italiaan zo’n naam gebruikt, weet wie hij bedoelt.
Mannelijke roepnamen
Antonio – Tonino, Toni, Totò, Nino (ook Antò)
Tonino is een verkleinvorm, Toni ontstaat door de naam in te korten en Totò is een dialect-bijnaam (vooral in Napels e.o.) gevormd door herhaling van de To-klank. De verkorting Nino komt veel voor in Zuid-Italië. Antò is een afkorting die regionaal wordt gebruikt.
Domenico – Mimmo, Mico
Mimmo is vooral in Zuid-Italië gangbaar. De oorsprong is fonetisch: mogelijk via de verkleiningsvorm Domenico → Domenichino → Mimmo. Mico is een alternatieve inkorting vooral in Calabrië.
Francesco – Franco, Checco/Cecco, Ciccio
Franco ontstaat door de eerste en laatste lettergreep van Francesco samen te nemen en is ook een zelfstandige naam geworden. Checco/Cecco zijn oudere verkorte vormen (historisch o.a. in Toscane/Veneto; de dichter Francesco Petrarca werd bijv. Cecco genoemd). Ciccio (uitspraak Tjietsjjo) is een informele bijnaam, vooral in het zuiden, vaak liefkozend bedoeld.
Giuseppe – Pino, Peppe (en Peppino), Beppe
Giuseppe heeft zeer veel korte varianten. Pino ontstaat door eerst de verkleinvorm Giuseppino te maken en daarvan het laatste deel te gebruiken. Peppe ontstaat door de tweede lettergreep te verdubbelen (Giuseppe → Pep-pe), en Peppino is hiervan weer een verkleinwoord. Beppe is de Toscaanse variant van Peppe.
Pasquale – Lino, Paco
Pasquale krijgt vaak de verkleinnaam Pasqualino. Een geliefde roepnaam is Lino, ontstaan door Pasqualino in te korten. In Napels komt incidenteel Paco voor.
Salvatore – Salvo, Turi, Totò, Tore, Sasà
Salvo is een eenvoudige afkorting. Turi is een Siciliaanse roepnaam (van Turiddu, een dialect-verkleinvorm). Totò komt ook voor bij Salvatore; vooral in Napolitaanse context zie je zowel Antonio als Salvatore met de bijnaam Totò. Tore snijdt de eerste lettergreep af. Daarnaast bestaan sterk dialectische vormen als Sasà (Napolitaans).
Vincenzo – Enzo, Cenzo, Vincenzino, Cece
Enzo is de bekendste verkorting, ontstaan uit de laatste klankgroep. Enzo is ook de verkorte vorm van Lorenzo en wordt tegenwoordig vaak als zelfstandige voornaam gegeven. Cenzo (uitspraak Tsjenzo) is een alternatief. Vincenzino is een verkleinwoord vaak gebruikt voor een jonge Vincenzo. Cece (uitspraak Tjetsje) is een liefkozende roepnaam met herhaling van de tweede klank.
Luigi – Gigi
Gigi (uitspraak Dzjie-dzjie) ontstaat uit Luigi door herhaling van de Gi-klank.
Filippo – Pippo
Pippo is een klassieke bijnaam voor Filippo. De naam wordt verkort door de Pi-klank te herhalen met een veranderde medeklinker. Opmerkelijk genoeg wordt Pippo óók gebruikt als bijnaam voor Giuseppe, afhankelijk van de regio.
Lorenzo- Renzo, Enzo
Bij Renzo laat men simpelweg de eerste lettergreep Lo- vallen. Enzo kan eveneens uit Lorenzo ontstaan.
Alessandro – Sandro, Ale
Sandro ontstaat door de eerste lettergreep weg te laten. Deze afkorting is zo standaard dat Sandro ook als zelfstandige naam voorkomt. Informeel wordt ook vaak Ale gezegd, simpelweg de eerste 2 lettergrepen. In modern gebruik komt Alex voor, naar Engels voorbeeld, maar traditioneel is Sandro gebruikelijker.
Leonardo – Leo, Dino
Leo is de voor de hand liggende inkorting van de eerste lettergreep. Dino is een interessantere verkorting: men vormt eerst het verkleinwoord Leonardino en neemt daaruit het laatste deel.
Giovanni – Gianni, Nino
Gianni is de standaardroepnaam voor Giovanni (vergelijk de overgang Johannes → Jan in NL). Gianni is al eeuwenlang ingeburgerd als roepnaam. Nino is weer ontstaan uit de verkleinvorm.
Andere veelvoorkomende jongensnamen volgen soortgelijke patronen. Zo wordt Giorgio vaak Gigi of Gio genoemd, Raffaele in Napels Lello of Lele, Emanuele → Lele, Daniele → Dani, Stefano → Stef, enzovoort.
In moderne tijden zien we ook invloed van internationaal gebruik: bijvoorbeeld Massimiliano of Massimo krijgt soms de Engelse stijl bijnaam Max, Federico → Freddy/Fede, en Alessandro → Alex, maar deze zijn geen oorsprónkelijk Italiaanse vormen.
Vrouwelijke roepnamen
Traditionele verkorte roepnamen komen bij vrouwelijke voornamen iets minder voor dan bij mannelijke. Vaak behouden vrouwen hun volledige naam, of gebruiken ze vormen die de naam verlengen in plaats van verkorten. Hieronder een aantal voorbeelden:
Giovanna – Vanna, Gianna, Gia, Giannina
Giovanna (vrouwelijke vorm van Giovanni) kent meerdere troetelvormen. Gianna en Giannina zijn veelvoorkomende varianten. Vanna ontstaat door Gio- weg te laten. Gia is een modernere afkorting.
Giuseppina – Pina, Giusy/Giusi, Peppina
Giuseppina is de vrouwelijke vorm van Giuseppe. Vrijwel altijd wordt deze naam verkort tot Pina. Giusy (of gespeld Giusi) is een moderner koosnaampje dat is ontstaan als hippe verkorting in de 20ste eeuw. Peppina is de verkleinvorm. Vroeger noemden familieleden een jonge Giuseppina ook wel liefkozend Peppinella.
Maria – Mari, Marietta/Mariuccia e.a.
Maria wordt in het Italiaans doorgaans niet ingekort. Meestal blijft men Maria zeggen. De roepnamen zijn eerder verkleinwoorden die langer worden: zo kan een Maria als kind Mariuccia of Marietta genoemd worden. Informeel wordt weleens Mari gebruikt binnen de familie, maar dit is geen vaste bijnaam.
Anna – Annina, Annuccia
Anna is al kort; er is geen gebruikelijke afkorting. In plaats daarvan krijgt Anna juist vaak een verlengde koosnaam. Annina en in sommige dialecten (bv. Romeins, Napolitaans) hoort men Annuccia.
Alessandra – Sandra, Alessia, Ale
Sandra ontstaat door het voorvoegsel te laten vallen. Alessia was oorspronkelijk een verkleinende roepnaam, maar is inmiddels zo populair dat het als zelfstandige naam geldt. Informeel wordt ook vaak Ale gezegd.
Caterina – Rina, Cati (soms Cate/Katy)
Rina is het eind van Caterina en is een traditionele roepnaam in Italië. Daarnaast wordt Cati (spreek uit Káh-ti) als afkorting gebruikt. Jongere generaties nemen soms Engelse vormen over: Cate (Kate) of Katy.
Elisabetta – Betta, Betty, Elisa, Eli, Lisetta
Betta is een zeer gangbare roepnaam. Betty zelf wordt ook wel gebruikt, maar dan uitgesproken op z’n Italiaans (Bèt-ti). Daarnaast komt Elisa voor als verkorting. Verder zijn informele koosvormen als Eli of Lisetta.
Concetta – Cettina, Cetta, Tina, Cece
Concetta is traditioneel vooral in het zuiden populair. Vaak wordt de naam verkleind tot Concettina, waarvan Cettina de roepvariant is. Ook Cetta is gebruikelijk. Veel Concetta’s luisteren ook naar Tina, een algemenere verkorting die gewoon de laatste letters pakt. In sommige regio’s hoort men ook wel Cece (uitspraak Tetsje).
Francesca – Franci/Fra, Chicca (vroeger Cecca/Ciccia)
Francesca heeft informele verkortingen als Franci (of Francy, met y) en Fra – dit zijn eenvoudige afkapingen van de naam. Historisch en regionaal zijn echter ook specifieke bijnamen bekend. Zo werd in het verleden in Veneto Francesca vaak Checca/Cecca genoemd.
Elders is Chicca (uitspraak Kiek-ka) gebruikelijker; dit is een liefkozende bijnaam die ‘schatje’ betekent maar vaak aan Francesca wordt gegeven. (Checca wordt tegenwoordig vermeden buiten Veneto omdat het in moderne spreektaal een pejoratieve betekenis heeft gekregen.)
Beatrice – Bea, Bice
Bea is de standaardverkorting van Beatrice. Soms wordt ook Bice gebruikt, vooral historisch: dichter Dante noemde zijn geliefde Beatrice Portinari liefkozend “Bice”.
Ook bij andere vrouwennamen zien we verklein- en roepvormen. Veronica wordt ook Vero genoemd, Gabriella → Gabry of Ella, Patrizia → Patty, Simona → Simo, Martina → Tina, Chiara krijgt hooguit Chiaretta (verkleinend) maar geen kortere vorm.
Alfabetische lijst van roepnamen
- Ale – Alessandro / Alessandra
- Alessia – Alessandra
- Ale (vrouwelijk) – Alessandra
- Ale (mannelijk) – Alessandro
- Antò – Antonio
- Annina – Anna
- Annuccia – Anna
- Bea – Beatrice
- Beppe – Giuseppe
- Betta – Elisabetta
- Betty – Elisabetta
- Bice – Beatrice
- Cati – Caterina
- Cate/Katy – Caterina
- Catta/Cetta – Concetta
- Cece – Vincenzo / Concetta
- Cecco/Checco – Francesco
- Cenzo – Vincenzo
- Chiaretta – Chiara
- Chicca – Francesca
- Ciccio – Francesco
- Ciccia – Francesca (historisch)
- Concettina/Cettina – Concetta
- Dani – Daniele
- Dino – Leonardo
- Ella – Gabriella
- Eli – Elisabetta
- Elisa – Elisabetta
- Enzo – Vincenzo / Lorenzo
- Fede – Federico
- Fra – Francesca
- Franci / Francy – Francesca
- Franco – Francesco
- Gabry – Gabriella
- Gia – Giovanna
- Gianna – Giovanna
- Giannina – Giovanna
- Gianni – Giovanni
- Gigi – Luigi / Giorgio
- Gio – Giorgio
- Giusy / Giusi – Giuseppina
- Lello / Lele – Raffaele / Emanuele
- Leo – Leonardo
- Lello – Raffaele
- Lele – Raffaele / Emanuele
- Lino – Pasquale
- Lisetta – Elisabetta
- Mari – Maria
- Marietta – Maria
- Mariuccia – Maria
- Max – Massimiliano / Massimo
- Mico – Domenico
- Mimmo – Domenico
- Nino – Antonio / Giovanni
- Paco – Pasquale
- Patty – Patrizia
- Peppina – Giuseppina
- Peppinella – Giuseppina
- Peppe – Giuseppe
- Peppino – Giuseppe
- Pina – Giuseppina
- Pino – Giuseppe
- Pippo – Filippo (soms Giuseppe)
- Renzo – Lorenzo
- Rina – Caterina
- Salvo – Salvatore
- Sasà – Salvatore
- Sandro – Alessandro
- Simo – Simona
- Stef – Stefano
- Tina – Concetta / Martina
- Tore – Salvatore
- Toni – Antonio
- Tonino – Antonio
- Totò – Antonio / Salvatore
- Turi – Salvatore
- Vanna – Giovanna
- Vero – Veronica



Even ter aanvulling op de namen , ik heet Christina (in het Italiaans cristina), ik werd en word door al mijn vrienden cri genoemd.