Er is veel moois uit Italië gekomen, waaronder bijzonder goede muziek. Vandaag hebben we het echter over een paar van de vreemdste en bizarste muziekvideo’s uit Italië die we op YouTube konden vinden. Stuk voor stuk hoog scorend op de ‘WTF’-ranglijst. Goed voor een lach op elk moment van de dag.
Inhoudsopgave
Adriano Celentano – Prisencolinensinainciusol (1972)
Dit is een absolute legende. Adriano Celentano, een Italiaanse superster, maakte een nummer dat klinkt als Engels, maar complete onzin is.
De nonsensicale songtekst van Prisencolinensinainciusol was bedoeld als een soort parodie, om na te bootsen hoe Amerikaans-Engels klinkt voor niet-Engelssprekenden. Zeker in die tijd.
De video (of liever live-optredens, want officiële muziekvideo’s waren toen nog geen ding) laat Adriano zien in een strak pak, met rare dansmoves en een zelfverzekerdheid die absurd is gezien de tekst.
WTF-factor: je hersenen proberen de tekst te snappen terwijl Adriano eruitziet als een funky taalkundige alien. Dit nummer bereikte wonderlijk genoeg de top van de hitlijsten van Italië, Duitsland, Frankrijk en België.
Pippo Franco – Chì chì chì, cò cò cò (1983)
De WTF-factor is zo mogelijk nog groter bij Chì Chì Chì Cò Cò Cò van Pippo Franco! Een hilarisch en absurd nummer uit 1983.
Pippo Franco, een Italiaanse komiek, acteur en zanger, bracht dit uit als een soort novelty-rap, geïnspireerd door vroege Amerikaanse rapinvloeden, maar dan volledig over-the-top met dierengeluiden en onomatopeeën zoals ‘chì chì chì’ (hanengekraai) en ‘cò cò cò’ (kippengetokkel). We verzinnen dit niet, hè?
Hij trad ermee op als gast bij het Sanremo Music Festival in 1983, en het werd – waarschijnlijk tot zijn eigen verrassing – een hit. Het bereikte zelfs de tweede plek in de Italiaanse single-charts dat jaar!
De video (of live-optredens, zoals die op Superclassifica Show) is pure chaos: Pippo met zijn kenmerkende brede grijns, foute jaren 80-outfits, en een refrein dat een echte oorwurm wordt met z’n ‘curucurucurucurucu quaqua’.
Het is zo’n nummer dat je niet serieus kúnt nemen. De tekst gaat over het leven dat niet meezit, met vossen, dieven en muggen, maar dan verpakt in een kinderliedjesachtige absurditeit met een boerderij vol kakelende beesten.
We hebben je gewaarschuwd: er is een leven voor- en nadat je de nummer hebt gezien.
Righiera – Vamos a la Playa (1983)
Eighties galore! Righeira was een duo bestaande uit Stefano Righi (artiestennaam Johnson Righeira) en Stefano Rota (Michael Righeira), 2 jongens uit Turijn die in de vroege jaren 80 de Italo-disco-scene wilden veroveren.
Vamos a la Playa werd geschreven door het duo samen met producenten Carmelo en Michelangelo La Bionda (ook wel bekend als de La Bionda-broers), die pioniers waren in de Italiaanse disco.
Het nummer werd uitgebracht in juni 1983 door het label CGD en werd een instant zomerhit, met een piek op nummer 1 in de Italiaanse charts en succes door heel Europa (bijvoorbeeld nummer 2 in Zwitserland en nummer 3 in Duitsland).
Op het eerste gehoor klinkt het als een vrolijk strandliedje: een catchy synthbeat, een zonnige melodie en een refrein dat je meteen meezingt (‘Vamos a la playa, oh oh oh oh oh’).
Maar de tekst heeft een donkere twist. Het gaat eigenlijk over een post-apocalyptische wereld na een nucleaire ramp: ‘Vamos a la playa, la bomba estalló / Las radiaciones tuestan y matizan de azul‘ (‘Laten we naar het strand gaan, de bom is ontploft / De straling roostert en kleurt alles blauw’).
Het is een satirisch commentaar op de Koude Oorlog-angsten van de jaren 80, verpakt in een upbeat disco-deuntje. Een bizarre combinatie die het al meteen apart maakt. De videoclip doet de rest.
Het speelt zich af op een strand met een goedkope, neppe tropische vibe: palmbomen van plastic en een blauwe lucht die eruitziet als een studio-achtergrond. Maar er zijn ook sci-fi-elementen: rare lichteffecten en een sfeer die hint naar iets onheilspellends.
Johnson en Michael dragen foute zonnebrillen, strakke shorts en kleurrijke shirts die schreeuwen: ‘jaren 80-vakantie’. Ze zien eruit als twee kerels die net uit een disco komen en per ongeluk op een filmset zijn beland.
De choreografie is houterig en overdreven vrolijk: ze zwaaien met hun armen en heupen alsof ze een aerobic-les geven. Er zijn ook danseressen in bikini’s die weinig toevoegen behalve extra camp.
De video hint naar de apocalyse met rare blauwe filters en flitsende beelden, maar het blijft zo vaag dat je niet weet of het serieus bedoeld is of een grap.
Baltimora – Tarzan Boy (1985)
Tarzan Boy werd geschreven door Maurizio Bassi (toetsenist en arrangeur) en Naimy Hackett (tekstschrijver), en uitgevoerd door Baltimora, een project dat voortkwam uit de Italiaanse muziekscene in Milaan.
De frontman, Jimmy McShane, een Noord-Ierse zanger met een flamboyante uitstraling, werd het gezicht van de band, hoewel er discussie is over hoeveel hij echt zong. Veel van de vocalen zouden van sessiezanger Maurizio Bassi zelf zijn, met McShane als de charismatische performer.
Het nummer werd uitgebracht door EMI Italiana en explodeerde internationaal, met een piek op nummer 3 in de UK Singles Chart en nummer 13 in de Billboard Hot 100.
Het is een typisch product van de jaren 80 Italo-disco: een catchy synthbeat, een oerwoud-geïnspireerd refrein (‘Oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh-oh’), en een vibe die pure escapisme ademt.
Tarzan Boy werd een wereldwijde hit, mede door de onweerstaanbare hook en de campy video die perfect paste bij de MTV-generatie. Het nummer dook later op in films (zoals Teenage Mutant Ninja Turtles III) en reclames (bijvoorbeeld voor Listerine in de VS), wat het een cultstatus gaf.
Maar de video blijft het meest memorabel door zijn pure onzinnigheid. Het is alsof de makers zeiden: ‘Laten we alles wat cool is in de jaren 80 in een blender gooien: jungle, disco, apen, en neon!’
De WTF-factor komt vooral uit die clash van elementen: een serieus bedoelde pophit met een video die zo absurd en onsamenhangend is dat het bijna avant-garde lijkt.
Jimmy’s tragische dood in 1995 (aan AIDS-gerelateerde complicaties) voegt een bitterzoete noot toe, maar destijds was hij een symbool van ongegeneerde jaren 80-vreugde.
Op zoek naar meer Italiaanse muziek uit de jaren 80? Check dan deze ultieme lijst met de beste Italo-disco.
Young Signorino – Mmh ha ha ha (2018)
Young Signorino, echte naam Paolo Caputo, is een Italiaanse rapper uit Cesena die bekendstaat om zijn excentrieke en controversiële stijl. Dit nummer is daar een schoolvoorbeeld van.
De track zelf is een soort experimentele trap-rap met een beat die gebaseerd is op ‘Bells’ van de Nederlandse producer Low5. Wat het zo bizar maakt, is de tekst – of beter gezegd, het gebrek daaraan. Het begint met ‘Alfa-Alfa-Alfabeto’ gevolgd door een reeks onomatopeeën zoals ‘ha-hu’, ‘ra-pa-pa’, ‘hi-ha’ en natuurlijk ‘mmh ha ha ha’.
De coupletten zijn niet veel coherenter: hij zingt over roken, lachen, zijn moeder die hem gek vindt, en willekeurige kreten als ‘rawr rawr’ en ‘gnam gnam’. Het is alsof hij een persoonlijk alfabet heeft uitgevonden dat alleen hij snapt. De officiële vertaling naar het Engels maakt het niet veel duidelijker – het blijft een stortvloed van nonsens.
De video is net zo vreemd. Young Signorino verschijnt met tattoos over zijn hele lichaam (inclusief een sigaret op zijn gezicht), draagt een spijkerbroek met een extra pijp (ja, echt), en beweegt op een manier die zowel hypnotiserend als ongemakkelijk is.
De snelle flitsende beelden zorgden zelfs voor waarschuwingen voor mensen met epilepsie. Het geheel voelt als een mix van SoundCloud-rap-esthetiek en een surrealistische koortsdroom.
Het nummer ging viraal, met meer dan 28 miljoen views voordat de officiële video van YouTube verdween (nu vind je alleen re-uploads). Maar het was ook polariserend: sommigen zagen het als een geniale deconstructie van rapmuziek, anderen als een belediging voor de muziekindustrie.
In Italië werd hij een meme, maar ook een symbool van anarchistische rebellie. Zijn achtergrond helpt dat te verklaren: hij koos de naam ‘Signorino’ na een coma door drugsgebruik in 2016, wat zijn imago van ‘gekke outsider’ versterkte.
Gelukkig is de video maar van korte duur, zullen we maar zeggen.
Fiky Fiky – Gianni Drudi (1988)
Gianni Drudi, een zanger uit Rimini, staat bekend om zijn novelty-liedjes met een flinke dosis humor en vaak een pikante ondertoon. Fiky Fiky (je snapt wel wat hij bedoelt) is daar het ultieme voorbeeld van. Het nummer is een upbeat, tropisch getint deuntje met een refrein dat je meteen in je hoofd blijft hangen: ‘Fiky fiky, fiky fiky, oh oh oh!’
De tekst is bewust simpel en dubbelzinnig. Het draait om flirten en fysieke aantrekkingskracht, maar dan verpakt in een kinderlijk eenvoudige melodie die contrasteert met de ondeugende suggestie. Het is geen diepgaande poëzie; het is puur bedoeld om te entertainen.
De video (te vinden op YouTube, vaak in versies uit de vroege jaren 90) is een parade van goedkope productie en foute vibes. Gianni, met zijn typische jaren 80/90-look (denk aan een mix van zonnebril, opengeknoopt hemd en een zelfverzekerde grijns), zingt en danst op een strand-achtige set.
Om hem heen zijn danseressen in schaarse outfits die moves maken die meer komisch dan sexy zijn: denk aan ongecoördineerde heupwiegen en overdreven handgebaren. De setting schreeuwt low-budget vakantievideo: neppe palmbomen, felle kleuren en een vibe alsof het een parodie op een tropische liefdesballad is.
Fiky Fiky werd een soort guilty pleasure-hit in Italië, vooral populair op feestjes en in discotheken aan de Adriatische kust, zoals in Rimini en Riccione, waar Drudi vandaan komt. Het is typisch voor de musica da spiaggia (strandmuziek) die in de zomermaanden werd gedraaid om toeristen en locals te vermaken.
Het nummer heeft geen diepe artistieke pretenties, maar juist dat maakt het zo hilarisch: het omarmt zijn eigen foute karakter volledig. Het werd ook een soort meme avant la lettre, met mensen die het refrein nog jaren later konden meezingen zonder precies te weten waarom.
De originele video uit de jaren 80 kun je zelf opzoeken op YouTube. Hier is een latere take:
Pulcino Pio – Il Pulcino Pio (2012)
Il Pulcino Pio is eigenlijk een Italiaanse bewerking van een oud Braziliaans kinderliedje genaamd O Pintinho Piu (geschreven door Erisvaldo Correia da Silva). Het werd in Italië gepopulariseerd door het radioprogramma Lo Zoo di 105 op Radio 105, waar presentator Marco Mazzoli en zijn team het opnieuw arrangeerden en uitbrachten onder het pseudoniem Pulcino Pio.
De productie kwam van Bruno Benvenuti en Max Moroldo, en het werd uitgebracht door Do It Yourself Music Group op 18 juli 2012. Het nummer is simpel: een schattig kuikentje (‘pio pio’) zingt en wordt geleidelijk vergezeld door andere boerderijdieren, elk met hun eigen geluid, totdat het een onverwachte wending neemt.
De tekst bouwt zich op als een cumulatief liedje: het kuikentje begint solo, dan komt een kip, een haan, een kalkoen, en zo verder met een duif, kat, hond, geit, schaap en koe. Elke strofe voegt een dier toe, en het refrein wordt een kakofonie van dierengeluiden.
Maar dan, aan het einde, verschijnt een tractor die het kuikentje platrijdt, compleet met een dramatisch ‘OH NO!’ van een kinderstem. Het is absurd, onverwacht en precies datgene wat het zo hilarisch maakt.
Het werd naderhand ook in allerlei verschillende talen uitgebracht en over heel Europa uitgestort.
Bruno Lauzi – Il Vecchiaccio (1981)
Bruno Lauzi, een iconische singer-songwriter uit de Genuese school, bracht Il Vecchiaccio uit als single op het Numero Uno-label. De tekst is een grappige, zelfbewuste klaagzang van een oudere man die toegeeft dat hij een vecchiaccio (ouwe lul) is, maar nog steeds charme heeft:
‘Sì, va bene, d’accordo, lo so che io / Sono un vecchiaccio / Ma il fatto è che in fondo ancora piaccio‘.
(Ja, oké, akkoord, ik weet dat ik / Een oude knar ben / Maar het is een feit dat ik diep vanbinnen nog altijd van mezelf houd.)
Het is upbeat, met een catchy refrein en een vrolijke melodie die contrasteert met de semi-serieuze toon over ouderdom, cholesterol en het verhoogde risico op een hartinfarct.
De bekendste uitvoering van dit nummer komt uit de ‘Ric & Gian Show’ van 11 juni 1981. Bruno staat daar in een typische jaren 80-outfit (denk aan wijde broeken en een overhemd dat schreeuwt ‘ik ben een artiest’), met zijn kenmerkende charisma en een soort ironische flair.
Hij zingt en beweegt met veel zelfspot en droge humor, terwijl de achtergrond bijzonder statisch is. De combinatie van de serieuze uitstraling van de zanger met de absurde tekst en die typische jaren 80-productiestandaard maakt dat het nu zo gedateerd oogt dat het extreem grappig wordt.
Dat was het voor nu, maar er zijn zeker nog meer hilarische muziekvideo’s die we hier aan toe zouden kunnen voegen.
Heb je zelf nog videoclips in gedachten die hier niet zouden misstaan, laat het dan zeker even weten.



Comments