Door de vroege meivakantie zijn we eind april weer op Sardinië. Daar maken we voor het eerst de Italiaanse bevrijdingsdag mee, die valt op 25 april. De officiële benaming is Festa della Liberazione dal nazifascismo. Daarnaast staat het bekend als de anniversario della Resistenza, de feestdag van het Italiaanse verzet.
Op 25 april 1945 werden de Noord-Italiaanse steden namelijk bevrijd door de partigiani (partizanen). Een paar dagen later arriveerden de geallieerden die, met steun van verzetsstrijders uit andere delen van het land, Italië vanuit het zuiden hadden bevrijd.
De fascistische dictator Mussolini, die tot halverwege 1943 aan de macht was, werd op 28 april 1945 tijdens een vluchtpoging door de partizanen doodgeschoten. Op 29 april 1945 tekenden de Duitsers la resa (de overgave) aan de geallieerden en eindigde de Tweede Wereldoorlog voor Italië (zie o.a. www.senato.it).
In een speciale uitgave van La Nuova Sardegna wordt uitgelegd hoe de daar aanwezige Duitse soldaten zich in september 1943 al uit Sardinië hadden teruggetrokken, na de armistizio (wapenstilstand) tussen Italië en de geallieerden (Gelsomino, 2026).
Herdenking met de partizanen
De dag zelf begint in ons dorp met een herdenking in de comune, het pas gerestaureerde gemeentehuis. De sindaco (burgemeester), de blaaskapel en enkele gepensioneerde politiemannen met vlaggen stellen zich op in de kleine binnenplaats, gevolgd door een stuk of 20 dorpelingen. Er is ook een groepje mensen aanwezig van de lokale afdeling van de Associazione Nazionale Partigiani d’Italia (ANPI), de partizanenbond.
Na het volkslied en de toespraak van de burgemeester krijgen 2 dames van de ANPI het woord. De eerste kan ik niet zo goed volgen, maar ze zegt in elk geval iets over de rol van vrouwen in het verzet. De tweede leest een indrukwekkende tekst voor van de Sardijnse communist Antonio Gramsci, uit 1917. Ook noemt ze de namen van partizanen uit het dorp. De ceremonie wordt afgesloten met een aantal muziekstukken, waaronder ‘Bella Ciao‘, dat door verschillende mensen wordt meegezongen.
Na afloop vraag ik de dame van de ANPI welke tekst zij heeft gelezen. Het blijkt een stuk te zijn van het beroemde manifest ‘Odio gli indifferenti’ (‘Ik haat de onverschilligen’). Dit is in essentie een aanklacht tegen onverschilligheid die de weg vrijmaakt voor het kwaad. De dame geeft me haar printje mee naar huis. ‘Molto attuale!’ (‘Zeer actueel!’), zegt ze erbij, en dat kan ik alleen maar beamen.
Sardijns bevrijdingsfestival
‘s Middags is het tijd voor het vrolijke gedeelte. Gelukkig waren we getipt door onze vriendin Daniela, anders hadden we het helemaal gemist. Het festival vindt namelijk een aantal kilometer buiten het dorp plaats.

In de lentezon rijden we over het kronkelende landweggetje door de velden met kurkeiken en een kudde schapen. Het is er zo stil dat we ervan overtuigd zijn dat we verkeerd rijden, totdat we plotseling op een grote hoeveelheid geparkeerde auto’s stuiten en de eettenten in zicht komen. Hier is dat feestje!
Het hele dorp lijkt hier te zijn. De mensen zitten aan lange houten tafels te eten, zoals je ook ziet bij andere sagre (dorpsfeesten met eten). Voor 10 euro koop je een ticket voor de pranzo (lunch): gnocchetti sardi al sugo di pecora (Sardijnse pasta met saus van schapenvlees), carne arrosto (gegrild vlees), patatine fritte (patat), en een glaasje water of wijn.
Je moet er een half uur in de rij onder de brandende zon voor over hebben, maar je hoort ons niet klagen. Mensen maken een plekje voor ons vrij en we schuiven aan op een bank onder de bomen. De kinderen die er zaten zijn inmiddels vertrokken naar de spelletjes van het animatieteam. Als we een uurtje later terugrijden is het dorp nog helemaal uitgestorven.
Nog wat geschiedenis
Uit interesse voor de (oorlogs)geschiedenis van Sardinië bezoeken we deze vakantie ook Fertilia, vlak bij het kleine internationale vliegveld van Alghero. Dit stadje is door Mussolini in 1936 vanuit het niets gebouwd voor families afkomstig uit Ferrara, op het vasteland van Italië.
In een café zien we foto’s van de bouw van de stad en van de oprichting van de zuil met Venetiaanse leeuw die uitkijkt over de baai van Alghero. Dit monument herinnert aan de komst, in 1947, van Italiaanse vluchtelingen uit Istrië en Dalmatië, streken die onderdeel waren geworden van het toenmalige Joegoslavië (zie sardegnaturismo.it).
Er zijn nog verschillende gebouwen te zien in de rationalistische bouwstijl van Mussolini, waaronder de kerk, het gemeentehuis en het voormalige Casa del Fascio, het lokale hoofdkwartier van de Nationale Fascistische Partij.

Na bijna 2 weken zit onze trip er alweer op. Nog een keer grasmaaien en snoeihout verbranden (wat is toegestaan totdat het bosbrandseizoen begint) en dan gaan we op weg naar de boot. ‘Tot de volgende keer!’ zeg ik zachtjes tegen ons huisje: ‘Alla prossima!’


Comments