in ,

En toen werd het lente…

Voorjaar in Zuid-Italië
De temperatuur stijgt en de natuur ontploft (foto's: Caroline Peet)

Zondagochtend, 6 uur. Voor het eerst worden we gewekt door de zon in ons gezicht die via het slaapkamerraam naar binnen schijnt. Het is voor het eerst, want tot nu toe moest je eerst je bed uit om de zon te zien opkomen boven het land.

Het ziet er met die blauwe lucht naar uit dat het een mooie dag wordt. Het lijkt erop dat de wind vannacht is gaan liggen. Want dat is een ding waar we hier op het platteland geen gebrek aan hebben, harde wind. ’s ochtends valt het meestal wel mee maar in de loop van de dag voel je hem aanwakkeren, soms tot stormachtig. 

Het is al een paar dagen mooi weer, rond de 23 graden en de weerberichten zien er goed uit. Ik heb wel gemerkt dat de weerberichten hier geen garanties geven. Soms krijg je op je telefoon een melding dat de regen in Cutrofiano binnen 2 uur gaat ophouden, terwijl er op dat moment geen spatje valt. Ik denk dat dit ook te maken heeft met de unieke ligging hier. We zitten in het uiterste puntje van de hak van de laars en op 30 minuten rijden kun je zowel naar de Adriatische als naar de Ionische zee. Afhankelijk welke kant je op rijdt. 

Alle bomen op het land zijn inmiddels uitgelopen. We wisten aanvankelijk niet welke fruitbomen er op ons land stonden, maar het ziet er naar uit dat we de komende tijd ruim voorzien worden in de verschillende soorten fruit. Ik heb al perziken zien hangen, abrikozen, granaatappels, kersen en heel veel vijgen. Best wel een ruim assortiment dus. Dat wordt veel uitdelen en jam maken.

De vorige eigenaren bleken ook een voorliefde te hebben voor diverse notenbomen.  Er staat een heel grote walnotenboom op het land en diverse amandelbomen. Ik was eerst bang dat de walnotenboom dood was, maar ik hoorde van de buurman dat deze boom een laatbloeier blijkt te zijn. 

De aanleg van een groentetuin hebben we nog even ‘on hold’ gezet. Wel hebben we 10 peperplantjes geplant, zodat we voor de winter de pepertjes op olie kunnen zetten. Er moeten straks tijdens de verbouwingen een septic tank en een waterput worden aangelegd. We weten nog niet waar deze moeten gaan komen en voor je het weet zijn ze straks aan het graven in je pas aangelegde groentetuintje.

Gras groeit momenteel als kool (of zeg je dat niet van gras?). Door de regen van de afgelopen tijd konden we het niet bijhouden met maaien, waardoor het nu een groot oerwoud is geworden van allerlei soorten grassoorten, onkruid en distels.

Op sommige plekken op het land reikt het gras tot aan je middel en daar is zo goed als niet doorheen te komen. Op zich staat het best wel mooi, die grote wuivende sprieten en de vele kleuren aan bloemen en onkruid, maar we hebben ons laten vertellen dat als je het voor 1 mei niet gemaaid hebt, je een forse boete kunt krijgen. Dit heeft in ieder geval te maken met het brandgevaar, maar het schijnt dat het gras ook een ziekte op de olijfbomen kan overbrengen. 

Ik had gehoopt dat de buurman met zijn tractor het gras zou kunnen maaien omdat het nu wel een heel grote oppervlakte is eb het gras echt heel hoog staat. Maar de grond is nog te nat en te drassig voor de tractor. Dus er zit nu niets anders op dan zelf de grasmaaier ter hand te nemen. Elke dag een stukje en we zijn aan de straatkant begonnen.

Als er iemand langsrijdt dan ziet het er net al uit of wij netjes ons gras bijhouden. Wat voor een oerwoud het achter op het land is kunnen ze vanaf de straatkant niet zien. We hebben nog even de tijd, al beginnen we het lichamelijk wel te voelen. Vooral enorme spierpijn in onze armen.

In de zomer verdwijnt alle het gras weer. Het is echt iets van het voorjaar en het najaar. Daarom zijn dit ook mijn favoriete jaargetijden, alles staat in bloei, de vogels komen uit hun schuilplaats, de temperatuur is lekker en het wordt vroeg licht en laat donker. 

We leven bijna de hele dag buiten. Je kan af en toe in de zon zitten, maar je merkt dat deze aan kracht toeneemt. Je zult dan toch echt de schaduw op moeten zoeken, want je huid is het nog niet gewend. En insmeren met factor 50 daar denk ik nu nog niet aan, omdat dat voor mij toch iets is wat bij de zomer hoort.

Voor de honden is het hier nu een paradijs. Je ziet ze de hele dag over het land struinen, kuilen graven en springen door het hoge gras. Soms ben je ze even kwijt, maar dan hebben ze weer ergens een nieuwe kuil gegraven om in te liggen en moet je even zoeken.

Waar Bo, onze jongste hond,  momenteel een volledige dagtaak aan heeft zijn de hagedissen die je uit alle hoeken en gaten naar buiten zien komen. Bo heeft helaas nog steeds niet door deze beestjes net even iets sneller zijn dan hij en overal in weg kunnen kruipen. 

Op straat zie je het ook weer drukker worden. Italianen hebben in de winter toch vaak de neiging om binnen te blijven. Maar nu zie je weer de eerste wandelaars en fietsers weer naar buiten komen. Onze honden, maar ook wij, moeten daar nog even aan wennen.

De honden hadden de neiging om achter passanten aan te gaan en wij waren daar even niet op beducht.  Maar nu zijn het weer gewoon en tillen nu alleen hun hoofd op en nemen het ter kennisname aan. 

Ook de dorpjes beginnen te leven, terrasjes worden weer bemand en de oude heren zitten bij hun mannenclub weer voor de deur. Je ziet de mensen op straat weer de tijd nemen om een praatje met elkaar te maken. Het heeft altijd wel iets zo n dorpje uit zijn winterslaap komt.

Straks, als het heet wordt, trekken de Italianen zich weer terug in hun huizen en zullen de toeristen de overhand nemen. Dan ga je in de dorpen de vakantiesfeer weer proeven. Dat heeft ook zijn charme, maar ik ervaar het wel anders nu ik zelf hier woon.

Volgens de Italianen zie je ook altijd aan de kleding wie hier op vakantie zijn. Ze zijn altijd herkenbaar aan korte broek en een T-shirt. Terwijl op dat moment de Italianen nog met lange mouwen en lange broek lopen. Ik probeer dan vaak uit te leggen dat als je uit het hoge noorden komt, je toch een heel andere perceptie hebt van warm en koud. Voor bijvoorbeeld een Nederlander of Vlaming is 23 graden al lekker weer, terwijl de Italiaan bij deze temperaturen nog twijfelt of hij wel of niet zijn jas aan zal trekken. Wat dat betreft zijn wij ook nog steeds veel luchtiger gekleed dan de gemiddelde Italiaan, ondanks dat we hier nu 5 jaar wonen. 

Wat dan wel weer voor de mensen onbegrijpelijk is, is dat wij 6 maanden per jaar slapen onder een dekbed en met de ramen open. Dekbedden kennen ze niet en de ramen open is al helemaal ‘not done’. In de winter komt er een dekentje op het bed en de ramen blijven dicht. Dat laatste is trouwens het hele jaar zo, want mensen zijn hier als de dood voor inbrekers. 

Dus dat wij nu op het platteland nog steeds met de ramen open slapen is voor hen gewoon onvoorstelbaar. Maar wij ervaren die angst niet zo. Het enige waar wij wel eens bang voor zijn is dat er per ongeluk een kat naar binnen springt. Dat is ons een keer overkomen en ik kan je zeggen: onze honden en katten gaan niet al te best samen. Dus dat was toen een heel spektakel. De kat heeft het overigens wel overleefd.

Het aanbod van groenten en fruit is nog nihil. Hier in het zuiden leeft men van wat de seizoenen te bieden hebben. In de winter is dat vaak niet veel. Dat maakt wel dat mensen heel veel fantasie hebben met koken. Als het artisjokkentijd is dan weten ze deze op zo veel manieren klaar te maken dat het elke keer weer smaakvol is. Ik heb daar enorme bewondering voor. Vaak vragen we dan het recept, maar dat bestaat dan eigenlijk niet. Ze koken met datgene wat ze op dat moment voorhanden hebben en gebruiken hun fantasie. 

Wij moesten in het begin van ons emigratie-avontuur ook erg aan de supermarkten hier wennen. Het assortiment zoals we gewend waren in Nederland hebben ze hier niet. Het hele jaar door aardbeien of komkommers kun je wel vergeten. Hier in het zuiden wordt weinig geïmporteerd uit andere landen.

Dan pas merk je hoe verwend je bent geraakt in Nederland en wat een overvloed er in de supermarkten ligt. Er komen de laatste tijd wel meer grote supermarkten bij. Vooral de komst van de Lidl en de Coop is een vooruitgang. In het begin vond ik het lastig en wennen dat je soms heel beperkt was in de keuzes in de supermarkt.  Ik kon soms zo snakken naar een zak drop of een rookworst. Maar ook dat went weer en ik kan nu zo blij zijn als ik een keer een pakje roggebrood of rolmopsen in een pot aantref.

De keuzes aan vegetarische vleesvervangers is hier klein. Als vegetariër moet je hier wel inventief zijn. Italië blijft een land waar veel vis en vlees wordt gegeten en je word soms raar aangekeken als je zegt dat je beide niet eet.

Nog 2 weken en dan is het mei. Dan begint het zomerseizoen pas echt. De strandtenten gaan weer open, de toeristische dorpjes openen hun winkeltjes en de restaurants en er komt weer leven in de brouwerij.

De maanden juli en augustus zijn als vanouds het drukst. Dan moet je vechten om een parkeerplaats bij het strand en een plek om je handdoek te kunnen leggen. Sinds wij hier wonen merken we dat dit ook niet meer onze favoriete maanden in Zuid-Italië zijn en we liever thuisblijven. Het is vaak te heet om iets te ondernemen en thuis heb je dan alles voorhanden en de luxe van een zwembadje.

Wat wel leuk is om in die periode ’s avonds naar de diverse feestjes in de dorpen te gaan. Want zomerfeesten, daar zijn de Italianen goed in. Er is altijd wel iets om te vieren, of het nu de olijfoogst is of de tijd van de slakken, ze bouwen overal een feestje omheen. 

Voorlopig genieten we van het voorjaar. De winterkleding zit in de doos en de T-shirts en korte broeken mogen weer gedragen worden. Hoe de zomer dit jaar uit gaat pakken is nu nog niet te voorspellen. 

Eén ding is zeker, straks hoor je weer van elke Italiaan hier op straat dat het zo heet is. Want dat zijn de 2 standen die ze kennen, het is of te heet of te koud. Wat dat betreft kunnen zij ook flink mopperen op het weer.

Tot nu toe vind ik de zomers wel meevallen. Het is een kwestie van rustig blijven, het gewoon ondergaan en niet steeds op de thermostaat kijken hoe heet het eigenlijk is. Dan is het allemaal best wel te doen. Maar ik heb wel gemerkt dat er toch wel een verschil is in beleving van de zomer als je ergens op vakantie bent of daadwerkelijk in je vakantieland woont. 

Written by Caroline Peet

Caroline Peet emigreerde 5 jaar geleden naar Salento in Puglia, in de hak van de Italiaanse laars. Vanuit haar woonplaats verkent ze de omgeving rond Otranto en Castro, vaak tijdens lange wandelingen met haar honden of tochten met bezoekende vrienden. Met haar passie voor fotografie legt ze het landschap, het licht en het dagelijkse leven in deze streek vast. Op Dit is Italië schrijft Caroline over het leven in Zuid-Italië en deelt ze haar ervaringen met emigreren, het wennen aan een nieuwe cultuur en het ontdekken van de regio.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

treintje op norcenni vakantiepark toscane

Een verblijf in de Chianti-streek: dit is Norcenni Girasole Village

Klaprozen in het landschap van Toscane

Klaprozen in Toscane: hét lentetafereel dat je niet mag missen