in

Column: niets is wat het lijkt

Over cultuurverschillen, cappuccino en Francesco 1, 2 of 3

Niets is wat het lijkt

Het is dag twee in Italië en ik beloof dat ik niet alle 127 dagen per stuk en uitgebreid zal beschrijven, want dan is het kerst 2019 voor alles geschreven én gelezen is. Maar dag twee was een typerende dag. Zo’n dag waarop je denkt: hier zit ik dan. Een tweede dag is altijd een ding. Op vakantie, tijdens het logeren bij wie dan ook, o-ver-al. Je wordt ergens anders wakker en het besef komt dat niets is wat het lijkt. You love it or you hate it: het tweede-dag-syndroom.

De band met de hond

Ik word wakker door het geblaf van de grote hond des huizes: Aldo. Ik was er ondertussen al achter dat honden in Italië een compleet andere positie hebben dan in Nederland. Ze doen enkel dienst als waakhond en af en toe komen ze binnen om te eten. Aldo, die met zijn kop zo op de tafel kan, heeft gisteravond niet alleen een stuk pizza maar ook een zakje van mijn Friese Duimpjes van mijn bureau gejat. Echt een band is er dus nog niet.

Dit is Aldo
Dit is Aldo

Cultuurverschillen

Ik bereid me voor op het ontbijt en maak voor het eerst gebruik van mijn eigen Italiaanse ‘doucheje’. Zelf ben ik de langste al niet, maar mijn nieuwe familie bestaat uit allemaal échte onderdeurtjes en ik moet daardoor voor het eerst in mijn leven zittend douchen. Gelukkig ontbreekt het in Italië nergens aan comfort en is er zowaar gedacht aan een bankje.

LEES OOK:  Column: tweetalige opvoeding

Na het eerste cultuurverschil te hebben beleefd die dag, maak ik me op voor het tweede: het ontbijt. Oftewel: la colazione. Ik heb nooit gehouden van ontbijten, maar nu ging er ineens een wereld voor me open. Er stond een verse cappuccino op me te wachten. Naast de cappu: een enorme doos gevuld met meer dan tien verschillende soorten koekjes om in te dopen. Dit uiteraard nadat ik de schuimlaag van misschien wel vijf centimeter eraf had gelepeld en na deze maaltijd werd er gelijk een espresso voor mijn neus gezet want ‘van cappuccino word je niet wakker’.

La colazione
La colazione

Proeven van la dolce vita

Anna en Mattia, de bambini die de aankomende maanden mijn broertje en zusje zijn, worden elke ochtend door de schoolbus opgehaald. In Italië hebben veel scholen alleen ’s ochtends les en in principe zou ik kunnen uitslapen tot half één. Mijn ‘dienst’ begint pas ’s middags, maar je leeft maar één keer je dolce vita! En je begrijpt: dat heb ik die 127 dagen ook écht gedaan.

Vanaf mijn tweede week ging ik drie ochtenden in de week van Verona naar Bologna waar ik Italiaanse lessen volgde. Ik werd ondergedompeld in de Italiaanse cultuur, het Italiaanse leven onder mijn leeftijdsgenoten en ontmoette Jan en alleman. Waar ik toen ik arriveerde nul woorden Italiaans sprak, kon ik me na een maand al aardig redden. Dit zorgde er ook voor dat ik meer en meer mijn eigen gang kon gaan.

LEES OOK:  Column: 5 november, le Matricole

Ik verbaasde me keer op keer in de supermarkt over de bijna honderd verschillende soorten pasta’s, tomatensauzen en olijfolies. Ik zat, met mijn vrij onderontwikkelde kennis over voetbal, tussen de voetbalmoeders bij het voetbalveld mee te praten over wat Francesco 1, 2 of 3 verkeerd deed en hoe Filipe 1 of 2 zijn vrije trap beter had kunnen nemen.

100 verschillende tomatensauzen
100 verschillende tomatensauzen

Wie is wie?

Namen blijven een ding in Italië. Het lijkt alsof iedereen Maria of Federico heet en soms veranderen namen ineens. Zo heb ik 127 dagen gedacht dat een jongen uit mijn vriendengroep Solieri heette, tot ik erachter kwam dat dat zijn achternaam was. Simone doet dus niet alleen als meisjesnaam dienst.

Ik heb 127 dagen Martina Magnani geheten omdat een meisjesnaam eindigend op een ‘e’ niet makkelijk was voor de burgemeester. Laat staan mijn Nederlandse achternaam. Als kers op de taart heb ik 127 dagen gedacht dat Aldo de Italiaanse versie was van Where’s Waldo? (Waar is Wally?) Misschien was de hond wel gewoon vaak kwijt. Tot opa in mijn laatste week naar Italië was afgereisd vanuit de Seychellen en zich voorstelde met de naam: Aldo.

Niets is wat het lijkt in la bella Italia.

Foto’s: Martine van Groenigen


Geschreven door Martine van Groenigen

Martine van Groenigen

Martine van Groenigen is student journalistiek aan het Windesheim in Zwolle. Ze heeft in 2016 een halfjaar als au pair bij een Italiaans gezin gewoond en sindsdien maar één missie: teruggaan naar Italië. 'Ik was één keer eerder in Italië geweest maar daarvan kon ik me alleen de ijsjes herinneren, verder had het land niet veel bij mij losgemaakt.' Inmiddels wordt menigeen in haar omgeving bijna moe van de verhalen over het land, het eten en de mensen. Op DitIsItalie.nl schrijft ze enthousiast over haar eigen ervaringen en 'la dolce vita'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…