in , ,

Column: te voet naar Rome – deel 20

Als ik op zondagochtend een dorp binnenloop, begint meteen de hond in de tuin van het eerste huis te blaffen. Vervolgens begint de hond van de buren en dan ook het keffertje op een balkon ergens verderop. En voordat ik halverwege het dorp ben, word ik begeleid door een heel koor van blaffende honden. 

Ik neem aan dat de eigenaren van al die waakhonden, die je hier bij ieder huis op het platteland ziet, de herrie voor lief nemen. Vannacht lag ik in een bed & breakfast in een buitenwijkje van het dorp Monterosi. Je ligt nauwelijks in je bed of je hoort zo’n zenuwenbeest alweer aanslaan. Er hoeft maar een muis voorbij te komen of de nachtelijke rust is voorbij. Maar goed, het zal wel een kwestie van wennen zijn.

In Montefiascone viel het me eigenlijk voor het eerst pas goed op hoeveel Roemenen er in Italië zijn. Op ieder terras bestond het bedienend personeel uit Roemenen. Met verschillenden knoopte ik een praatje aan om eens te horen hoe ze hier behandeld worden.

Beschaming in Montefiascone

Het was me namelijk wel opgevallen dat als je opmerkte dat ze niet Italiaans waren, ze iets beschaamds over zich kregen en mompelden dat ze Roemeen waren. De meesten zeiden dat ze hier goed behandeld werden.  ‘Het is hier als overal elders,’ zei een Roemeense vrouw tegen mij. ‘Je hebt mensen die je met respect behandelen en mensen die je niet zien staan.’ Ze vertelde dat ze een heel goed werkhuis had in Rome en iedere dag op en neer reisde.

Toch was ik die avond in Montefiascone getuige van een klein incident dat me zeer onaangenaam trof. De Roemeense ober kwam bij mensen aan tafel en liet een flesje Heineken bier zien. ‘Dit is de beste kwaliteit bier die we hebben,’ zei hij. ‘Beste kwaliteit?’ barstte een man los. ‘Je wilt dus zeggen dat dat bier beter is dan ons eigen Italiaanse bier?’

De jongen verschoot van kleur. Er ontstond een discussie. Ik kon het niet helemaal volgen, want ik zat twee tafeltjes verder. Maar op een zeker moment hoorde ik de man op een bepaalde toon zeggen: ‘O, je bent een Roemeen…’ Zo van: dat verklaart veel. Waarna hij aan de vrouw van de Roemeen, die ook in dit restaurant bediende en bij haar man was gaan staan, iets zei van: ‘Jij doet in de avonduren zeker veel aan gewichtheffen.’ Het was namelijk een nogal robuuste vrouw. Ik vond het een denigrerende opmerking en ik zat me dood te ergeren.

Tegenvaller

Na Montefiascone naar Viterbo. Een stad die bekend staat om haar prachtige middeleeuwse centrum. Toch viel het me een beetje tegen. Misschien ook omdat ik aankwam met regen en binnen de muren van de oude stad zijn veel gebouwen en middeleeuwse straten van grijze steen, wat het meteen allemaal erg somber en donker maakte.

Ik kwam terecht in Albergo Roma, een goedkoop hotelletje in het centrum. Om bij mijn kamer te komen, moest ik door een labyrint van gangetjes en trapjes. Mijn kamer kwam uit op een binnenplaats en nauwkeurig heb ik bestudeerd hoe ik er ooit nog uit zou komen in geval van brand. Ik hield me maar voor dat het erg leek op de binnenplaats van de flat uit Una giornata particolare, dat gaf het toch een andere lading. Maar lekker slapen deed ik er niet.

Op mijn vrije dag in Viterbo was het gelukkig stralend weer. Heb de hele stad doorkruist, vooral die middeleeuwse straatjes en binnenpleintjes zijn prachtig. Toch vond ik het op de één of andere manier geen stad waar je je welkom voelt. Er hing een provinciaalse sfeer, mensen die je wantrouwend bekijken, niet de open en hartelijke sfeer die ik meestal in andere Italiaanse steden aantref.

Indringer

Gisteren kreeg ik een aanwijzing dat ik het toch wel goed had aangevoeld. Ik logeerde dus in een bed & breakfast in Monterosi, een plaats op zo’n 45 kilometer van Rome. Het pension lag in een buitenwijk en werd gedreven door een echtpaar uit Rome. Ze woonden nu sinds 6 jaar in de Romeinse campagna en met name mevrouw had er geen goed woord voor over.

‘Mevrouw,’ zei ze tegen me, ‘de mensen zijn hier verschrikkelijk. Ze zien mij uit Rome als een indringer. Ze willen alleen geld aan je verdienen en verder kun je ophoepelen. Dat is in de hele provincie Viterbo zo.’

Ik zei dat ik de mensen in Viterbo niet zo prettig had gevonden. Toen trok ze helemaal haar meest samenzweerderige gezicht. ‘Mevrouw, Viterbo is verschrikkelijk, maffia, het ergste van het ergste. Daar wonen tussen de 2.500 en 3.000 gezinnen die al sinds de Etrusken onderling trouwen. Als je goed oplet, zie je ook hoeveel mensen er rondlopen die niet goed snik zijn.’

Ik vond het allemaal wel heel sterk gesteld, maar dat van die provinciale sfeer en een onwelkome houding ten opzichte van mensen van buiten had ik zelf dus ook al opgemerkt. Nu had ik ook wel het idee dat het echtpaar van mijn bed & breakfast te zeer rechtgeaarde Romeinen waren om nog op het Romeinse platteland te kunnen aarden.

Ook over Monterosi had ze weinig goeds te melden. De burgemeester was voor 30 jaar benoemd, hij zat als een octopus in de gemeenschap verstrengeld. Zonder zijn medewerking kwam je helemaal nergens in Monterosi. Zelf werd ik er ‘s middags op het gemeentehuis, waar ik kwam informeren naar internetmogelijkheden (die waren er niet), alleronaardigst afgeserveerd door een zure vrouw, die zelfs nog niet eens kon vertellen of de bibliotheek open was. Exit Monterosi.

Aperatief

Tussen Viterbo en Monterosi heb ik ook nog een stop gemaakt in Sutri, een stad die ouder is dan Rome en al door de Etrusken werd gesticht. Anno 2010 is het een beeldschoon stadje, hoog op de berg gebouwd, het piazza geldt als een van de mooiste pleinen van Italië en dezer dagen brengen veel Romeinen hun vakantie in tweede huizen en appartementen in de omgeving van Sutri door.

Meteen tussen de middag werd ik al aangesproken door een paar Romeinen. En toen ik ’s avonds weer over het plein liep, zat een van die Romeinen er met zijn vrouw en zwaaide hij al van verre dan ik bij hen moest komen zitten, want ik moest nodig een aperitief met hen meedrinken.

Vragen die je dan krijgt, zijn: ‘Vertel eens, is het een beetje aangenaam leven in Nederland?’ En al vrij snel: ‘Wat eten jullie bijvoorbeeld zoal? Wat is de Nederlandse keuken?’ Met aangenaam leven bedoelt de Italiaan, genieten, lekker eten, comfortabel leven, want een Italiaan hecht ook erg aan comfort, en schoonheid.

Als ik ze vertel over onze nationale gerechten, dan vallen ze bijna flauw van afgrijzen. Stamppot! Haring! Maar de mensen die ons land hebben bezocht, zijn zonder uitzondering enthousiast. ‘Jullie stralen een zekere vrijheid uit,’ zei een man in Viterbo tegen mij. ‘Zo van, wat kan mij het allemaal schelen. Als je in Amsterdam bent, voel je vrijheid,’ vond hij.

Toen ik de volgende dag om 6 uur Sutri uitliep, zag ik de grotten die de Etrusken er in de wanden hebben uitgegraven. Ook is er een schitterend amfitheater. Ik liep over een weg die van beide kanten omzoomd werd door parapludennen, de zo kenmerkende boom in deze omgeving. Volgend jaar terug naar Sutri, dacht ik, maar dan wel met de auto. 

Wordt vervolgd…

Written by Ineke Spoorenberg

Ineke Spoorenberg is journalist. Ze werkte 21 jaar als redacteur voor het NOS Journaal met als specialisme Italië. Na de dood van haar partner maakte ze in 2010 een voettocht naar Rome, het jaar daarop kwam een boekje over haar tocht uit, getiteld: Ineke loopt naar Rome. In 2012 kwam een einde aan haar carrière bij de NOS. Het jaar daarop lanceerde ze de website Met Ineke In Italië waarop ze schrijft over minder bekende maar zeker zo interessante plaatsen in Italië.

Comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gorreto: het dorp met de oudste inwoners van Europa

Positano

10 dingen die je moet doen in Positano