in

Column: de geheimen van Bologna

universiteit Bologna
Bologna, de stad met de oudste universiteit ter wereld (foto: Maria Bobrova/Unsplash)

‘Ecco, le chiavi,’ zegt Francesca en overhandigt mij de sleutels van haar appartement in Bologna. Haar huis, maar nu woon ik er ook, voor een week. Een hele week! En ik kom niet als toerist, nee, ik ben student in deze studentenstad, die ook wel ‘La Dotta’ (de geleerde) wordt genoemd, omdat hier de oudste universiteit van de wereld zit. Maar naast de lessen wil ik deze week ook de beroemde ‘geheimen van Bologna’ ontdekken.

Ik steek de sleutels in mijn zak en ga de deur uit. Beneden sta ik meteen in een echte portico, zo’n booggalerij waarvan Bologna er meer heeft dan welke andere (Italiaanse) stad ook (bijna 40 kilometer in totaal!).

Mijn huis zit dus in zo’n portico. Dan woon je toch wel echt in Bologna, denk ik tevreden. Vanaf hier loop ik in een kwartiertje door booggalerijen naar mijn school. Eerlijk is eerlijk: ik ga niet naar die beroemde universiteit, maar naar de Scuola di Lingua Italiana Arca. Morgen ga ik beginnen met de Italiaanse lessen. Eerst de stad in. Op zoek naar de geheimen.

De scheve toren staat op instorten

De 2 grote torens zijn in elk geval geen geheim. Die zie je van ver boven de stad uit torenen, een hoge rechte en een iets kortere scheve toren. Op oude tekeningen is te zien dat Bologna ooit meer dan 100 van die torens telde!

Nu zijn er nog ongeveer 20, maar de Asinelli-toren in het centrum is de hoogste. Tot 2 jaar geleden kon je die nog beklimmen, maar dat mag niet meer, omdat die scheve toren ernaast op instorten staat. Er staan nu bouwhekken omheen, maar het is de vraag of de toren nog gered kan worden.

Waar ik wél op kan klimmen, is de Torre dell’Orologio aan de Piazza Maggiore, de toren van het stadhuis. Geweldig uitzicht, en dan zie je waarom de tweede bijnaam van Bologna ‘La Rossa’ is. Veel oude rode gebouwen en rode daken.

Bologna heeft nóg een bijnaam: ‘La Grassa’ (de vette), omdat het er zo lekker eten is. Nu denk je natuurlijk meteen aan spaghetti bolognese, maar ik leer al snel dat je dát niet moet zeggen in Bologna. Hier bestel je tagliatelle con ragù. Andere specialiteiten zijn mortadella, verse pasta zoals  tortelloni en de kersen op siroop van Fabbri. Jammie!

En die geheimen dan? Ja, die vind ik ook, zoals de meeste toeristen. De bijzondere duim van Neptunus, het geheime raampje in de Via Piella (als je het opendoet, kijk je op een oude waterweg), de drie pijlen in een antieke, hoge, houten portico aan de Strada Maggiore, de meridiaan in de San Petronio-basiliek.

Er horen prachtige verhalen bij die je wel vindt op internet. Maar ik vind ook nog échte geheimen, die niet in de toeristengidsjes staan! En dat dankzij Erica, de docente die conversatieles geeft op mijn school.

Het leukste huiswerk ooit

Mijn klas (7 leerlingen uit verschillende landen) krijgt elke ochtend eerst grammatica van Sara, wat leuker is dan het nu misschien klinkt, want Sara maakt er een vrolijke les van, er wordt veel gelachen. Dan is het pauze, en gaan we met zijn allen naar een barretje twee straten verderop om koffie te drinken. Un cappuccino e un cornetto con crema, in mijn geval.

En na die gezellige pauze komt Erica naar onze klas. Ze krijgt ons op allerlei manieren aan het praten, met vragen, spelletjes, tekeningen. Er ontstaan leuke gesprekken. En aan het eind van de les geeft ze huiswerk. Het leukste huiswerk ooit. Erica geeft ons dan een adres op in het centrum van Bologna, waar een geheim te vinden is.

Na een gezellige gezamenlijke lunch gaan wij dan op pad, met Google Maps op zoek naar dat mysterieuze adres.  De eerste keer zien we niets bijzonders. Erica vertelt de volgende dag wat we gemist hadden. De tweede keer zien we het direct. Maar ik kan hier natuurlijk niet deze geheime geheimen verklappen… Of nou vooruit, eentje dan.

De opdracht van Erica brengt ons op donderdag naar de Via Zamboni. Daar zoeken we een poort naar het voormalige joodse ghetto. Boven die poort is iets bijzonders te zien. Ja, een grote duivelskop!

Erica weet daar meer van te vertellen, veel meer dan er online te vinden is. Onder meer dat op deze hoek ooit een zeer rijke familie woonde, die de gewoonte had om na een feest wijn of soep uit de duivelsmond te laten spuiten, wat het gewone volk dan kon opvangen met pannetjes. È vero!, zegt ze overtuigend.

Wijnproeverij

Het is wel een verhaal uit een heel andere tijd. Ook wij krijgen wijn, maar dan bij een door de school  georganiseerde wijnproeverij in een klein winkeltje, volgestouwd met flessen en één tafel voor de proeverij.

Onze groep bestaat uit studenten van Arca, uit verschillende klassen en verschillende landen: Amerika, Duitsland, Liechtenstein, Ierland, Frankrijk, Nederland. Er zijn beginners bij en vergevorderden. Na een paar glazen wijn spreken we allemaal steeds beter Italiaans. Er gaan heel wat grappen en grollen over de tafel.

‘Jij spreekt al goed Italiaans’, zegt iemand tegen mij. Ik ben daar nog niet zo zeker van. ‘Hm, als ik ergens iets bestel, krijg ik meteen antwoord in het Engels. Het is meteen: take away?

Iedereen herkent dit. Het is natuurlijk goedbedoeld van de inwoners van Bologna, om buitenlanders te helpen. Maar juist wij willen zo graag ons Italiaans oefenen. De aanwezige docent weet er raad op: voortaan moeten we dan meteen zeggen: Lo porto via. Ik neem het mee.

Zo vliegt dit taalreisje voorbij. Op vrijdag is mijn laatste les. Op zaterdag geef ik de sleutels terug aan Francesca. Die kan ik niet meenemen. Maar ik neem wel heel veel andere dingen mee. Lekkere dingen natuurlijk, maar vooral mooie herinneringen.

I segreti di Bologna, lo porto via.

Written by Lucy Beker

Lucy Beker is (onderwijs)journalist. Ze begon in de dagbladjournalistiek, en was later jarenlang hoofdredacteur van verschillende bladen, waaronder de landelijk verschijnende VO Gids voor basisschoolleerlingen in groep 8. Lucy houdt van taal en talen leren. Ze volgde lessen Italiaans bij Dilatua, de taalschool van Lotje Lomme. Ook ging ze twee keer een week naar Rome om les te nemen aan de Scuola Leonardo da Vinci. Ze blogt over haar ervaringen met het leren en spreken van de Italiaanse taal.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  1. weet je trouwens waarom je docent dat zei dat je dat moet zeggen: als je zegt : lo porto via dan gaan Italianen haast maken om je te zeggen dat je ook even kunt zitten, want dan kost het meer. Het is slecht uit bedrijfskundig opzicht. Dus de volgende keer een beetje theater maken als je wilt spreken. Eerst zeggen dat je het meeneemt (in het Italiaans) en ze daarna goed in de ogen kijken om ze de kans te geven om je uit te nodigen om te gaan zitten. Dan mogen ze je het hof maken als klant. En daarbij kun je je Italiaans goed gebruiken.

Eiland Asinara Sardinië

Column: een Sardijnse week in november