in

Een bezoek van 3 dagen aan de Eolische Eilanden

Blik op zee vanaf een hoog punt op Lipari, het grootste van de Eolische Eilanden (foto's: Aart Heering)

Ze staan bekend als de Zeven Zusters van de Tyrreense Zee: de Isole Eolie, Eolische of Liparische Eilanden. Ze liggen noordwaarts van Sicilië en hebben alle 7 hun eigen karakter.

De meest westelijke, Alicudi en Filicudi, zijn kleine paradijsjes voor wie kiest voor rust en authenticiteit. Lipari, het grootste eiland, is met zijn 9.000 inwoners een klassieke badplaats waar het in de zomer behoorlijk druk kan worden. Ernaast stijgt het fraaie groene Salina duizend meter boven de zeespiegel uit. Vulcano is vermaard om zijn zwaveldampen en geneeskrachtige modderbaden. Oostwaarts tenslotte liggen het kleine mondaine Panarea en de actieve vulkaan Stromboli, die van ver af herkenbaar is door de rookpluim die erboven hangt.

Om er te komen is een hele reis, maar die brengt je dan ook in een geheel eigen wereld van vulkanen, donkere stranden, kristalhelder water, fascinerende natuur, een op vis gebaseerde plaatselijke keuken en 4.000 jaar geschiedenis.

De haven van Milazzo op Sicilië, waarvandaan de boten naar de Eolische Eilanden vertrekken

Kennismaking met Lipari, het grootste Eolische Eiland

Lipari bij het ochtendkrieken

Mijn driedaagse trip naar de eilanden begon met de aliscafo, de snelle vleugelboot, van Milazzo aan de Siciliaanse kust naar Lipari. Het gelijknamige dorp strekt zich uit langs de kust met van die typisch blokvormige, in pasteltinten gesausde mediterrane woningen, met platte daken waarop traditioneel het schaarse regenwater wordt verzameld.

Een doorkijkje in Lipari

Lipari telt twee – autovrije – hoofdstraten, die naar goed Italiaans gebruik genoemd zijn naar de helden van de Risorgimento. De Via Vittorio Emanuele II loopt recht door het vlakke gedeelte en is rijk aan bars en winkeltjes.

Vanaf het Piazza Ugo di Sant’Onofrio, een plein aan zee met cafés en trattorie, loopt de Via Giuseppe Garibaldi schuin omhoog naar het Castello, het antieke bolwerk dat uitkijkt over zee.

Een kappertjesplant: de kappertjes zijn de nog ongeopende bloemknoppen van deze mediterrane struik

De Via Garibaldi is een toeristische winkelstraat, waar strandbenodigdheden en allerlei prodotti tipici van de eilanden worden aangeboden. De meest typische daarvan zijn de lokale witte Malvasia-wijn en capperi, kappertjes in alle mogelijke varianten: gepekeld, in het zuur, pikant en als cucunzi: niet de bloemknoppen maar de vruchten van de kapperplant, die op de eilanden alom aanwezig is en in de droge vulkanische grond ook wordt gekweekt.

Visboer op Lipari

Andere vulkanische specialiteiten zijn het vederlichte, op water drijvende puimsteen – snel gestolde en daardoor poreuze lava – en obsidiaan, donker vulkanisch glas. In de prehistorie was dit een gewild materiaal om vlijmscherpe messen en speerpunten van te maken en dat maakte Lipari rond 1600 v.Chr. tot een voor die tijd belangrijk handelscentrum. 

Een blok obsidiaan, donker vulkanisch glas

Aan het eind van de weg voert een monumentale trap naar de dom, die is gewijd aan San Bartolomeo, de apostel Bartolomeüs, patroonheilige van de Eolische Eilanden. Het is voor een klein dorp een indrukwekkend bouwwerk, dat stamt uit de 12e eeuw, maar later grondig barok is gemaakt.

Aanbidding van het Gouden Kalf in de Dom van Lipari

Het leukste hier zijn de druk beschilderde booggewelven met afbeeldingen van onder meer de Verbanning uit het Paradijs en de Aanbidding van het Gouden Kalf. 

De kapel van de H. Bartholomeus

Elders in het dorp, aan het Piazza San Bartolo, is ook een kleine kapel met relikwieën van de apostel. Een opschrift vermeldt, dat zijn lichaam op 12 februari van het jaar 284 (dus zo’n 2 eeuwen na zijn dood) op het strand van Lipari zou zijn aangespoeld. 

Aeolus steekt een stokje voor het bezoek aan Salina

De tweede dag stond Salina, het op één na grootste eiland, op het programma, maar dat liep mis. De Eolische Eilanden zijn genoemd naar Aeolus, de godheid uit de Griekse mythologie die van hieruit het spel der winden zou regisseren.

Dat hebben we geweten, want Aeolus was ons duidelijk niet goed gezind. Kort na ons vertrek stak een fikse bries op en begon de aliscafo te zwalpen. Golven sloegen woest tegen de ramen en van Salina kregen vaag we de conische omtrek te zien, maar aanmeren was er niet bij. Daarom werd koers gezet naar Panarea, om op de terugweg te bekijken of de situatie ondertussen was verbeterd.

Zicht op Salina

Maar ook dat mocht niet zo zijn. Terwijl sommige passagiers wat groen in het gezicht werden kondigde de kapitein aan, dat ‘gezien de snel verslechterende weersomstandigheden’ er niets anders opzat dan terug te keren.

Een klein uur later stonden we weer op de kade van Lipari, een bezoek armer maar een ervaring van het ware eilander leven rijker. Een troostrijke gedachte daarbij was, dat niet alleen wij onze oversteek misten, maar dat ook niemand minder dan Mick Jagger een dag moest wachten voor hij door kon reizen naar Stromboli, waar hij de rol van vuurtorenwachter speelt in de nieuwe film van Alice Rohrwacher, Le Tre Sorelle (De Drie Gezusters).

Onderweg op Lipari

Puimsteen en wijn

In plaats van Salina maakten we’s middags een rondrit per auto op Lipari. De smalle weg noordwaarts voerde langs een paar mooie uitzichtpunten naar de Cave di Pomice, de puimsteengroeven in de buurtschap Porticello.

De winning van puimsteen – dat wordt gebruikt als licht bouwmateriaal, schuurmiddel en scrub – was sinds de Middeleeuwen de voornaamste nijverheid van Lipari. De bewaker van de groeve weet te vertellen, dat destijds ook Philips hier een vestiging had voor de aankoop van puimsteen als materiaal om schermen glad te schuren. Maar in 2005 is de productie definitief gestaakt ter bescherming van de volksgezondheid: veel werknemers en omwonenden werden slachtoffer van stoflongen.

De verlaten puimsteenmijn

Ook de Unesco, die de Eolische Eilanden in 2000 tot werelderfgoed had verklaarde, drong aan op sluiting. De verlaten mijnen en de half afgegraven witte puimsteenberg zijn nu een mooi stuk archeologische archeologie, dat vraagt om meer onderhoud dan het nu krijgt.

Malvasia-wijn

Verderop, in het gehucht Quattropani op de noordoostelijke punt van Lipari, stoppen we bij de Tenuta Castellaro voor een proeverij van plaatselijke wijnen. Eigenaar Massimo Lentsch, die ons ontvangt in een wijnkelder die eruitziet als een vroegchristelijke crypte, vertelt hoe hij ruim 20 jaar geleden vanuit Bergamo naar Lipari kwam en sindsdien verlaten wijngaarden heeft aangekocht om daar de krachtigste exemplaren van de plaatselijke wijnstokken, de witte Malvasia delle Lipari en de rode Corinto, aan te planten.

Wijnproeverij in de crypte

Het resultaat is een breed gamma van vooral Malvasia, die traditioneel als zoete dessertwijn werd gedronken maar tegenwoordig ook droog furore maakt. De proeverij is een aanrader, maar niet om koopjes te scoren. Wijn maken op een eiland met steile hellingen is nu eenmaal niet goedkoop, maar als je een glaasje van Castellaro’s voortreffelijke passito voorgezet krijgt, ben je al snel bereid om dat te vergeten.

Van de Citadel naar de Vulkaan

De derde en laatste dag van ons bezoek aan de Eolische Eilanden begint op het boven het moderne Lipari uittorenende Castello. De muren van het voormalige bolwerk zijn in de 16e eeuw door de toenmalige Spaanse heersers aangelegd, maar de basis ervan stamt uit de Griekse Oudheid. De opgegraven resten van de allereerste bebouwing zijn nog veel ouder, tot aan de 17e eeuw v.Chr. toe, toen Lipari een centrum van productie en handel in obsidiaan was.

Het Castello van Lipari

In latere eeuwen was het een militair bolwerk: in een van de muren is nog een kanonskogel te zien die in 1719 werd afgevuurd door Oostenrijkse troepen die toen Lipari op de Spanjaarden veroverden. Later werd het een kerker en in de fascistische tijd een detentiedorp voor politieke gevangenen.

Kanonskogel in de muur van het kasteel

Op de citadel staat ook het Museo Archeologico, dat een enorme rijkdom aan voorwerpen bezit uit de lange historie van de Eolische Eilanden, van messen van obsidiaan uit de Steentijd tot terracotta beelden van personages uit de Griekse tragedies.

Bijzonder en origineel zijn de vazen van de ‘schilder van Lipari’, die omstreeks 300 v.Chr. naast de klassieke kleuren rood en zwart, ook blauw en geel begon te gebruiken. Als cultureel uitstapje na dagen van zee en wijn is dit museum zeker aan te bevelen, ook omdat het er niet druk is en de bijschriften ook in het Engels zijn opgesteld.

De kade van Vulcano

Na een tochtje van amper 10 minuten met de draagvleugelboot komt op de kade van Vulcano een penetrante zwavelgeur ons tegemoet. Het eiland waar in de Griekse en Romeinse mythologie de god Vulcanus (in het Grieks Hefaistos) woonde is vermaard om zijn vulkanische activiteit.

De hete geneeskrachtige modderbaden die de voornaamste attractie vormen van het eiland zijn in eind vorig jaar heropend nadat ze lange tijd gesloten waren geweest omdat ze onvoldoende veilig werden geacht. De opnieuw uitgegraven en duidelijk afgebakende Pozza dei Fanghi (modderbassin) is nu weer in gebruik door toeristen die daarvoor 5 tot 10 euro betalen.

Neem een vulkanisch modderbad op Vulcano

Een eilander busje – een van de weinige gemotoriseerde voertuigen op het verder autovrije Vulcano – voert ons langs geel en rood geblakerde rotsen en rustieke villaatjes naar het luxueuze Theresia Resort op de andere zijde van het eiland.

Daar genieten we van een smakelijke light lunch en een schitterend uitzicht op alle zes de andere Eolische Eilanden: Alicudi, Filicudi, Lipari, Salina, Panarea en Stromboli, dat het verst weg ligt maar goed herkenbaar is aan de blanke rookpluim boven de top.

De klim naar de krater – circa een uur en voor een kleine 400 meter stijging – is de andere grote attractie van het eiland, maar daarvoor ontbreekt helaas de tijd, zodat ik blij ben dat ik dat jaren geleden al eens heb gedaan.

Trekking en fietsen

Voor liefhebbers van actieve vakanties bieden de Eolische Eilanden ook ruime mogelijkheden. Bij de wijnkelder trof ik Steve en Felicity, een echtpaar vijftigers dat uit het verre Tasmanië is afgereisd voor een rondreis op Sicilië. Ze waren een paar dagen op Lipari, waar ze met in het dorp gehuurde e-bikes (de uitgedoofde vulkanen waaruit het eiland bestaat kunnen tamelijk steil zijn) en groot enthousiasme het binnenland verkennen.

Steve en Felicity, fietsers uit Tasmanië

De dag erop ontmoette ik in ons hotel een groep oudere, met rugzakken bepakte Duitsers die met een gids trektochten maakten over het eiland.

Het toverwoord in de toeristensector in Italië, en dan vooral in het zuiden, is destagionalizzazione ofwel het verlengen van het seizoen buiten de gloeiendhete en bomvolle maanden juli en augustus om.

Dat kan vooral door het stimuleren van alternatieven voor de strandvakantie. Zodoende zijn op de Eolische Eilanden in totaal 115 trekkingroutes uitgezet, zodat de eilanden nu over honderden kilometers aan wandelroutes beschikken.

Helaas biedt een driedaagse journalistenreis niet de mogelijkheid om het zelf uit te proberen, maar ik heb mij met een paar collega’s voorgenomen om dat nog eens op eigen houtje te doen. Vooralsnog kan ik alleen nog maar verwijzen naar sites als www.eolietrekking.com  en de Facebookpagina van Associazione Nesos Trekking & Natura.

Culinair Eolie

Op Lipari hebben we gedineerd in 3 goede restaurants – Da Filipino, I Tre Delfini en Chimera – waar we een keur van plaatselijke producten en gerechten voorgezet kregen. Een korte opsomming om een idee te geven van de variatie van de Eolische keuken: schapenkaas van Vulcano; salade van totani (kleine inktvis) en aardappel; Gesmoord beetloof met pijnboompitten, rozijnen en grana kaas; insalata pantesca(cherrytomaatjes, kappertjes, komkommer, oregano, basilicum, broodkruimels en olijfolie); zwaardvis gemarineerd, geroosterd of als parmigiana (met aubergine, tomaat, basilicum, amandel , mozzarella, broodkruim en knoflook); gamberetti di nasse (letterlijk fuikgarnaaltjes: helrode kleine garnalen die in onderzeese grotten leven); en de kleine plaatselijk gevangen vis boga, bereid met schil van citroen en mandarijn, kappertjes, pijnboompitten en rozijnen. Als typisch streetfood tenslotte, een Eolaanse versie van de Siciliaanse klassieker pane cunzatu: een fiks, licht geroosterd broodje gevuld met ansjovis, kappertjes, cucunci, aubergine, gedroogde tomaat, oregano en olijfolie. Of desgewenst met tonijn, kaas of zwarte olijven.

Written by Aart Heering

Historicus die al meer dan 30 jaar in Italië woont, waarvan 20 als journalist en 12 als medewerker pers en politiek van de Nederlandse ambassade in Rome. Is sinds mei 2022 weer werkzaam als journalist. Actief lid van de Gruppo del Gusto, de gourmetgroep van de buitenlandse persvereniging in Rome.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

tolpoortjes op de Italiaanse snelweg

Onder voorwaarden geld terug bij vertraging op Italiaanse tolwegen

vieze handen van het werken in onze Italiaanse tuin

Lessen over de Italiaanse tuin die we geleerd hebben in de eerste jaren van onze emigratie