in

Genua 2001: een ooggetuigenverslag van het geweld en de anarchie tijdens de G8

traangasgranaat gebruikt tijdens de G8 van 2001 in Genua
Mijn souvenir van de G8 in Genua van 2001: een traangasgranaat (foto's: Aart Heering)

De beruchte G8 van Genua 2001 wordt 20 jaar na dato intensief herdacht. De Italiaanse media worden al wekenlang overspoeld met analyses, documentaires en debatten over de bijeenkomst van de leiders van de 8 wereldleiders die ontaardde in een veldslag tussen Italiaanse oproerpolitie en extremistische anti-globalisten. De rellen van 20-21 juli 2001, waarbij één dode viel, lieten een verwoeste stad achter.

De voornaamste slachtoffers waren uiteindelijk de burgers van Genua zelf en honderden in elkaar geslagen vreedzame demonstranten. De processen daarover zijn pas kort geleden afgerond met veroordelingen van zowel vandalen als gewelddadige politie, maar de wond is nooit helemaal geheeld.

Ik was erbij, 20 jaar geleden. Niet in het congresgebouw met Bush, Blair en Chirac, maar in het zog van het Black Bloc, de meest gewelddadige elementen in de strijd tegen de machtigen der aarde, die geen gelegenheid voorbij lieten gaan om zo veel mogelijk vernielingen aan te richten.

Tot mijn verbazing kregen deze in het zwart gehulde vandalen daar in Genua ook alle gelegenheid toe, zoals ik met eigen ogen kon zien. Dat roept natuurlijk vragen op en daarom heeft de Italiaanse krant Domani mij gevraagd om mijn persoonlijke ervaringen van toen op schrift te stellen.

Dat heb ik gedaan, met behulp van mijn eigen, uit het krantenarchief opgeduikelde, artikelen van toen. Het volgende is een ingekorte vertaalde versie.

Het artikel van Aart Heering in Domani van zaterdag 17 juli

Il giorno che ho pianto tanto  (De dag waarop ik tranen met tuiten huilde)

Nooit heb ik zo veel gehuild als op die dag in Genua. Het gebeurt je ook niet elke dag dat je een traangasprojectiel op de schoen valt. Ik heb het nog altijd. Het is mijn persoonlijk souvenir van de G8 van 2001.

De traangasgranaat die ik nog steeds bewaar als souvenir van de rellen tijdens de G8 van 2001

Ik was toen correspondent in Italië van het Algemeen Dagblad en had de lange voorgeschiedenis van de G8 gevolgd, met de toenemende no global protesten, rellen in steden als Göteborg en Napels en sombere voorspellingen over de situatie in Genua.

Een week voor de G8 tref ik bij een briefing van het Genoa Social Forum, de gematigde tegenstanders van de groten der aarde, Marco, een magere jongeman met een t-shirt met het opschrift Voi G8, noi 6 miliardi.

Hij vertegenwoordigt de Witte Overalls, een van de meest radicale groepen antagonisten. Een groot deel van het stadscentrum zal tijdens de G8 als ‘Rode Zone’ hermetisch worden afgesloten en zwaar bewaakt, maar Marco is behoorlijk strijdlustig: ‘We gaan hoe dan ook het verboden gebied in, desnoods met geweld. We hebben helmen, schilden van plexiglas, lasbrillen, gasmaskers en arm- en beenbeschermers. En we hebben katapulten en pijl en boog om de traangasbommen terug te schieten. Genua is een middeleeuwse stad en zo zullen we haar ook innemen, met stormrammen en ladders.’

Die avond titel ik mijn stukje Genua bereidt zich voor op stadsguerrilla.

Met een Italiaanse collega vinden we gedurende de G8 onderdak bij vrienden vlak bij het Hertogelijk Paleis, waar de beraadslagingen plaatsvinden. De accreditatie als journalist geeft ons het voorrecht om vrij de Rode Zone in en uit te gaan en dat zal zeer nuttig blijken.

In de ochtend van vrijdag 20 juli, net buiten de surrealistische leegte van het gemilitariseerde stadscentrum – de helft van de Genuezen is de stad ontvlucht – ontmoet ik een breed gevarieerde fauna van activisten uit heel Europa.

Drie jonge Grieken declameren dat geweld hoog nodig is ‘om die lui in hun paleis te laten weten dat ze niet ongestraft zullen blijven voor wat ze doen’. En twee Turkse vrouwen onder een vlag met het gelaat van Mao Zedong betogen dat de G8 verantwoordelijk is voor de Turkse economische crisis.

Maar de echte actie voltrekt zich een paar honderd meter verderop, in Corso Buenos Aires, waar ik kort na twaalven uur met het mobieltje live verslag doe voor BNR Nieuwsradio, terwijl pal voor me enkele tientallen politieke hooligans met knuppels en metalen staven een filiaal van de bank Credito Italiano aan diggelen slaan.

Het Black Bloc kijkt me vuil aan, maar laat me mijn gang gaan en ik bedenk dat ik er toch goed aan heb gedaan om geen fototoestel mee te nemen. Een makelaarskantoor aan de overzijde ondergaat hetzelfde lot, iemand spuit de leus ‘Alle banken in de brand’ op de muur en een ander de handtekening van de radicale anarchisten: een zwarte A in een rode cirkel.

Het legertje van enkele honderden in het zwart gehulde en door sjaals en bivakmutsen onherkenbaar gemaakte betogers trekt zeker een uur lang ongestoord  vernielend en brandstichtend verder tot er eindelijk een reactie op gang komt.

Een cohort oproerpolitie trekt langzaam op in klassiek Romeinse testudo (schildpad) opstelling: dicht op elkaar, gehelmd en met schilden waar ze met hun knuppels ritmisch op slaan. Een mooi beeld: legionairs tegen barbaren, maar die laatsten blijven echt niet staan wachten. Ze verdwijnen schielijk in de nauwe zijstraten, om zich te reorganiseren voor wat ik vervolgens zal omschrijven als De veldslag tussen het blauwe en het zwarte leger.

Wat nu volgt is een fragment uit het ooggetuigenverslag van toen: Dan weerklinken er knallen. De bijtende geur van traangas vermengt zich met de rook uit brandende vuilcontainers. Het zwarte leger moet terug maar krijgt versterking van een gestaag groeiende achterhoede die de blauwe linie bekogelt met flessen en straatklinkers.

Al snel stijgen uit de zijwegen van de Corso de eerste vetzwarte rookpluimen op. Twee auto’s branden gevaarlijk dicht naast een flat. Vanuit een raam op de derde verdieping gooit een vrouw wanhopig emmertjes water op het nog rokende karkas van wat ’s ochtends nog het voertuig van haar zoon was.

‘We hebben die auto een maand geleden voor hem gekocht als cadeau voor zijn afstuderen. En een nieuwe kunnen we niet kopen!’, schreeuwt ze huilend.

De vernielzucht kent nu geen maat meer. Auto’s, een benzinestation, een autosalon, alles loopt schade op. Onder wapperende rode en zwarte vlaggen wordt de drank uit een geplunderde supermarkt soldaat gemaakt.

Even verderop vernielen drie gemaskerden geparkeerde auto’s, methodisch en in alle rust. De eerste beukt met een staaf de portierraampjes stuk, nummer twee giet benzine naar binnen, de derde staat klaar met lucifers. Binnen de kortste keren slaan de steekvlammen eruit.

Een goede reconstructie van het optreden van Black Bloc tijdens de rellen in 2001

‘Krankzinnig dat dit allemaal kan! Ze vinden het kennelijk voldoende om die lui van de G8 te beschermen maar laten ons met de brokken zitten!’ fulmineert buurtbewoonster Annamaria Mangini. Zo is het maar net.

De volgende ochtend, zaterdag 21 juli, loop ik mee in de 200.000 man sterke stoet van het Genoa Social Forum. De mars langs zee begint vreedzaam, vrolijk en indrukwekkend, met een veelheid aan slogans die de bonte variatie van de anti-G8-beweging weerspiegelen: Weg met het neoliberalisme, Öcalan vrij, People before Profit, Voor een socialistisch Europa, Genova libera.

Met andere journalisten en cameramensen opgesteld op een wat hoger gelegen punt met zicht op de boulevard worden we plotseling getroffen door projectielen die van boven op de rustige menigte neerdalen. Eén valt er op mijn schoen en een andere komt vlakbij terecht. Het is niet de eerste keer dat ik traangas te verwerken krijg, dat is een risico van het vak, maar nooit zo dichtbij, en ik hoop dat ook nooit meer mee te maken.

Met een paar andere ongelukkigen, met brandende ogen en neus en verblind door tranen komen we op de een of andere manier terecht op een binnenplaats waar een vriendelijke bewoner ons helpt om het gezicht schoon te wassen.

Het katern van DopoDomani met op de voorzijde de door de politie doodgeschoten relschopper Carlo Giuliani

Dwalend door de ravage die Genua heet, kom ik ’s middags bij Piazza Alimonda waar daags tevoren demonstrant Carlo Giuliani door een politiekogel is gedood. Buurtbewoonster Elena Cavallo legt me daar uit, waarom de politie volgens haar nooit ernstig jacht heeft gemaakt op het Black Bloc: ‘Vlak voor ons huis bevoorraadden ze zich vanuit met stokken en stenen. En na de vernielingen maakten ze zich onherkenbaar daar hun sjaals weg te gooien en lichte shirts over hun zwarte kleren aan te trekken.’

Het resultaat van dit kameleongedrag zie ik vroeg in de avond, wanneer een groep jonge Duitsers het strijdtoneel verlaat. ‘Es war schön, aber jetzt müssen wir vorsichtig sein,’ zegt de kennelijke leider. Hij draagt een geruit jasje boven zijn egaal zwarte outfit. Uit voorzorg zijn vóór de G8 alle putdeksels verzegeld, maar dat was klaarblijkelijk niet voldoende.

Zondag 22 juli, na het sluiten van de G8, interview ik ’s ochtends een Nederlands paar, dat de avond ervoor verbleef in een slaapzaal in de school Diaz, waar kort na middernacht een bataljon carabinieri op beestachtige wijze heeft huisgehouden. De bloedsporen op de bodem en wanden spreken boekdelen.

Beelden van de inval bij Diaz

De beide landgenoten zijn gelukkig ongedeerd gebleven, maar woedend. Terecht, zoals in de loop van een lange reeks processen duidelijk zal worden. Verderop, bij het station Genova Brignole, reizen duizenden demonstranten weer af, terwijl bijna evenveel man politie met tientallen pantserwagens grimmig de wacht houdt.

Waarom nu opeens wel, nadat het Black Bloc twee dagen lang ongestoord heeft kunnen vernielen en verbranden? ‘Dat hebben wij ons ook afgevraagd,’ zegt een politiefunctionaris die natuurlijk niet genoemd wil worden, ‘maar onze orders waren de Rode Zone te beschermen en anders niets. Zodoende waren we daarbinnen met 18 duizend man en er buiten bijna niets.’

Wat betekent dat? Het was toch te voorzien dat de kleine groep extremisten, nihilisten en casseurs zich niet zou beperken tot een onmogelijke aanval op de Rode Zone? Waarom dan de rest van de stad onverdedigd laten? Hebben ze daar niet aan gedacht? Hebben ze het risico onderschat?

Of heeft de kort daarvoor aangetreden rechtse regering van Berlusconi hen bewust hun gang laten gaan, om de hele no global-beweging in diskrediet te brengen en de bevolking voor te bereiden op de harde hand? Na 20 jaar weet ik het nog steeds niet.

Geschreven door Aart Heering

Aart Heering, historicus en journalist. Woont 30 jaar in Italië en werkt momenteel voor de Nederlandse ambassade in Rome.

Eén reactie

Wat vind jij ervan?
  1. het meest vreemd aan dit hele verhaal vind ik nog wel
    dat dit hele anti globalisten en anti neo liberaal gedoe toen puur links was
    terwijl het nu extreem rechts is,zouden de Soro,s de Rockefellers en andere (zakken vullende uitbuitende )multi nationals,die hele linkse kliek soms hebben omgekocht?en/of had extreem rechts toen niet in de gaten dat ze ongelooflijk werden genaaid?wordt het vandaag de dag niet de hoogste tijd om de
    vlaggen hoog en rijen festgeslossen uit de kast te halen,in een tijd dat men zelfs met 2 keer modaal armoede lijd(laat staan al die harde werkers die voor een minimum loontje werken en al die anderen die de moordsteken van de armoe
    H oog H achtend
    Claudi

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

verschillende Italiaanse kazen uitgestald

De lekkerste Italiaanse kaas (deel 1)

Italiaans meisje met rode minirok en rode scooter

19 modetips die Italiaanse vrouwen zo aantrekkelijk maken