in

Column: te voet naar Rome – deel 16

Ik ben weer wat verder naar het zuiden afgezakt. Ik zit nu in San Miniato, een Toscaans stadje op een heuveltop. Ik hoop eind van de week in Siena aan te komen.

Gisteren heb ik de hele tocht tot Rome nog eens onder de loep genomen en een aantal dagtrajecten, in verband met de hitte, gehalveerd en het moet dan gemakkelijk lukken om de 14de in Rome aan te komen. Ik kijk erg uit naar de aankomst. Na maanden rondzwerven snak ik naar een normaal leven in m’n eigen huisje en op de redactie. Voorlopig ga ik niet op vakantie!

Afgelopen donderdag kwam ik aan in Marina di Massa. Helemaal geen bijzondere badplaats, maar voor mij bijzonder omdat hier mijn beste Italiaanse vrienden wonen, Oreste en Rita. Waar ik ook ben in Italië, ik probeer altijd Marina di Massa aan te doen om even met ze bij te praten. In bar Tirreno aan de boulevard realiseerde ik me dat het deze zomer precies 40 jaar geleden is dat ik hier met mijn ouders op vakantie was en verliefd raakte op een ober in het hotel waar wij op vakantie waren: Oreste.

Een vriendschap voor jaren

Onze romance duurde maar een paar maanden maar de vriendschap ging nooit voorbij. Al die jaren hebben we elkaar gevolgd en kwam hij ook verschillende keren, eerst met vrienden, later met zijn vrouw Rita en de kinderen, naar Nederland. Ik heb gezien hoe hij zijn bedrijf opbouwde, achter in de tuin van zijn ouders, hoe hij en Rita kinderen kregen en heb later met ze meegehuild toen hun oudste zoon was verongelukt. Kortom, we hebben een hechte band.

Een van de eerste dingen die ik altijd doe als ik er ben, is de Luigi en Anna bezoeken, de ouders van Oreste. En altijd vind ik ze weer terug, inmiddels 83 en 89 jaar oud, onder het afdak naast hun huis, waar ze de hele zomer buiten bivakkeren. Anna kookt in een schuur en alleen om te slapen komen ze in hun huis. Het is altijd net alsof we elkaar vorige week nog gezien hebben. Anna begint mij meteen van alle wederwaardigheden in de familie op de hoogte te stellen en houdt voor mij de vuile was zeker niet verborgen.

De ene keer is de man van Orestes zus er met de Roemeense verkoopster vandoor. Nu is de oudste dochter van Ivana gescheiden, zit de jongste zoon Piero zonder werk. Ondertussen dribbelt ze tussen haar schuurtje en mij op en neer om espresso te maken en wat lekkers op tafel te zetten. Met Luigi moet ik altijd even mee naar zijn moestuin waar kippen rondscharrelen en hij oneetbare courgettes van wel een halve meter kweekt.

te voet naar rome 62

Werkloosheid

Diezelfde avond gaan we uit eten in een houten barak aan een riviertje waar zoon Piero en zijn vrouw Teresa een restaurantje proberen op te zetten. Want dat moet gezegd worden: al slaat de werkloosheid toe, onmiddellijk worden nieuwe initiatieven ondernomen om toch weer een bron van inkomsten te genereren. En dat valt niet mee, want hier in de provincie Massa is de werkloosheid groot.

De avond daarna gaan we ergens eten waar het restaurant op het randje van een faillissement staat. Maar het gaat om vrienden en die help je, vindt Oreste, en aan de sfeer is niets te merken. Er worden veel grappen gemaakt, er wordt veel gelachen. Met een warm gevoel neem ik afscheid. Zaterdagochtend om zes uur sla ik met mijn stokken de richting van Forte dei Marmi in, met de belofte volgend jaar op Luigi’s 90ste verjaardag weer van de partij te zijn.

te voet naar rome 63

Bloedheet in Viareggio

Zaterdag loop ik de hele kust af tot aan Viareggio. Het is bloedheet. Het vakantieseizoen is begonnen. Tussen 9 en 10 stromen de families met grote tassen en emmertjes naar het strand, om rond twaalven weer en masse het pension of appartement op te zoeken voor de pranzo, de lunch. Ik loop helemaal door tot Massarosa waar ik in een heel leuke bed & breakfast terechtkom.

Zondagmorgen vroeg de berg over die Massarosa van Lucca scheidt. Puffend en met pijnlijke voeten kom ik in Lucca aan. Je kunt er over de hoofden lopen. De avond ervoor heeft Eros Ramazzotti er opgetreden, wel jammer dat ik dat heb gemist. Ik drink een kop koffie op een plein en besluit snel door te lopen. Lucca is een prachtstad maar ik loop er liever niet in het hoogseizoen.

te voet naar rome 45

Gisteren besloot ik het wat rustiger aan te doen. Na 8, 9 uur in de ochtend is het eigenlijk al te warm om te lopen. Maar goed, ik wilde toch mijn kilometers maken, dus liep ik door tot Ponte a Cappiano. De naam zegt het al, er is een brug en niet zomaar eentje.

Lorenzo de Medici liet hier in de 16de eeuw een heel kunstige brug bouwen, met twee torens, kantoren en sluizen die de waterhuishouding in het toen moerassige gebied moesten reguleren. In een van die kantoren is nu een ostello dat beheerd wordt door een religieuze organisatie. Voor 15 euro kon ik er slapen. Ik vreesde het ergste maar het idee om in zo’n oud gebouw te slapen, had toch wel iets romantisch en bovendien was er in dit plaatsje geen ander hotel.

te voet naar rome 44

Weer een slapeloze nacht

Het werd weer een slapeloze nacht. Ik kreeg een benauwde kamer, waar de hele middag de zon op had gestaan en die bovendien pal boven een stilstaand water lag, dus ik moest alles dichthouden tegen de muggen. In het gebouw woonde ook een Albanese familie met drie schattige kinderen die ik van vroeg tot laat als vogeltjes hoorde kwetteren. Ik heb de nacht lijdzaam uitgelegen en ben vanmorgen vroeg weggegaan. Heb maar een kilometer of 12 gelopen en heb hier in San Miniato een fantastisch hotel gevonden, wel wat duurder, maar betaalbaar, waar ik nu hoop bij te slapen.

Er lopen hier drommen toeristen door de straten. Nederlanders, Duitsers, Scandinaviërs en Amerikanen. Ze hebben het allemaal warm, warm, warm. Aan het begin van de middag kwamen hier 2 Noorse stellen met rode verhitte koppen aan.

Ze werden naar hun kamers gebracht, maar kwamen na 5 minuten alweer naar beneden. Kon de airconditioning wat hoger, het was zo warm op de kamer. En kon er misschien koud bier en witte wijn naar boven gebracht worden? Ik weet dat omdat ik achter de receptie op de hotelcomputer zit te werken. Inmiddels loopt de middag op zijn einde, maar ik heb ze niet meer teruggezien, die Noren. 

Wordt vervolgd…

Ineke Spoorenberg

Geschreven door Ineke Spoorenberg

Ineke Spoorenberg is journalist. Ze werkte 21 jaar als redacteur voor het NOS Journaal met als specialisme Italië. Na de dood van haar partner maakte ze in 2010 een voettocht naar Rome, het jaar daarop kwam een boekje over haar tocht uit, getiteld: Ineke loopt naar Rome. In 2012 kwam een einde aan haar carrière bij de NOS. Het jaar daarop lanceerde ze de website Met Ineke In Italië waarop ze schrijft over minder bekende maar zeker zo interessante plaatsen in Italië.

One Comment

Leave a Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

5 dingen die Google je over Italianen wil vertellen

Italiaanse taal: complimenten geven