in ,

Column: een andere kijk op afstand

Een andere kijk op afstand

Een raar fenomeen hoor, afstand. Het is eigenlijk net zoiets als tijd. Je kunt het heel gewoon en zonder problemen meten in centimeters, meters en kilometers. Maar er is ook dat ene, subjectieve deel. Net zoals een uur eeuwig kan duren en een dag in een oogwenk voorbijvliegt, kan een afstand tussen A en B soms langer of korter lijken dan het daadwerkelijk is.

Het gevoel bij dezelfde hoeveelheid kilometers verschilt zelfs van persoon tot persoon: waar voor de één 100 kilometer een kippeneindje is, is het voor een ander een bijna onoverbrugbare afstand. Wat niet wil zeggen dat dat gevoel dat je bij een bepaalde afstand hebt, niet kan veranderen; ik weet wel beter!

Een dagtrip

Utrecht en Den Haag lagen voor mijn gevoel echt niet om de hoek toen ik nog in Nederland woonde en Italië alleen maar kende als het land waar de vader van een vriendinnetje vandaan kwam. Een dagje naar een van de grote steden toe betekende zo vroeg mogelijk op. Om er zo vroeg mogelijk te zijn. Om zoveel mogelijk van de dag te kunnen genieten. Je ondernam die reis van zo’n 80 kilometer toch zeker niet om er maar een paar uurtjes rond te kunnen wandelen? Ben je gek!

LEES OOK:  Column: mad professor Sergio

Bezoekjes aan de familie in het zuiden van het land waren dan ook steevast logeerpartijen van een weekend. Vrijdag heen, zondagavond laat terug. Deels vanwege iedereen die we wilden zien. Maar ook omdat die 215 kilometer heen en weer op één dag gekkenwerk was. Als ik er nu zo over nadenk is die grote afstand misschien ook de reden waarom ik nog nooit van mijn leven in een stad als bijvoorbeeld Middelburg ben geweest.

Ander gevoel bij afstand

En toen leerde ik die leuke Italiaanse jongen kennen. Die rustig een avondje uit ging in een of andere disco 150 kilometer verderop. Of 40 kilometer reed voor een goede kop koffie in die ene bar met dat mooie uitzicht. Die het de gewoonste zaak van de wereld vond om op vrijdag na zijn werk in het Italiaanse noorden met een stel collega’s naar hun ouderlijk huis in het Italiaanse zuiden te rijden. Om zondagavond weer terug te gaan. 1.200 kilometer heen. En 1.200 terug. Zo goed als elk weekend. Die nu nog steeds zonder met zijn ogen te knipperen in de auto stapt om een vriend 300 kilometer verderop een dagje te helpen met wat klusjes. En afgaand op de verhalen van vrienden om ons heen, is hij niet de enige die zo leeft en reist.

LEES OOK:  Column: dat kleine winkeltje

Gewenning

Sinds we samen in Italië wonen, is mijn gevoel bij afstanden dan ook veranderd. Alsof de grootte van het land ervoor zorgt dat je ideeën bij afstanden zich oprekken. Ik stap tegenwoordig rustig in de trein voor een namiddagje Florence, dat op dezelfde afstand ligt als ooit Utrecht of Den Haag. Leg zonder blikken of blozen afstanden af waar ik voorheen een picknickmand voor zou hebben klaargemaakt. En heb het gevoel dat de meeste grote steden in Italië binnen handbereik liggen. Terugdenkend aan de manier waarop ik vroeger afstanden beleefden, moet ik glimlachen. Grote afstanden doen me dus niet meer zo heel veel.

Hoewel, dat is niet helemaal waar. Groningen ligt voor mijn gevoel nog steeds aan het andere eind van de wereld als ik op het Vrijthof in Maastricht sta, terwijl Rome en Milaan naar mijn idee om de hoek liggen. Afstand. Het blijft een raar fenomeen.

Foto: Pixabay

Column: een andere kijk op afstand
4.8 (5 stemmen)

Geschreven door Myrthe Claus

Myrthe Claus

Ons dagelijkse leven in Italië, dat in kleine dingen soms zo anders, maar vast toch heel herkenbaar is voor iedereen in Nederland, is de basis voor mijn column hier op DitIsItalie.nl. Ik werk als freelance copywriter en schrijf voor en over (vrouwelijke) ondernemers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…