Het was onlangs in het nieuws: een toeriste verbleef eind 2019 in een vijfsterrenhotel in de Dolomieten. Tijdens het diner vroeg zij herhaaldelijk om kraanwater. Het hotel weigerde dat te serveren en bood uitsluitend flessen mineraalwater aan van € 7 per fles. Zelfs toen zij aangaf bereid te zijn voor kraanwater te betalen, bleef het hotel bij zijn standpunt.
De vrouw vond dat het hotel ten minste tegen betaling kraanwater zou moeten verstrekken. Ze begon een rechtszaak en eiste ongeveer € 2.700 schadevergoeding wegens extra kosten en emotionele schade. De zaak werd achtereenvolgens afgewezen door lagere rechters en uiteindelijk (2026) ook door het Italiaanse Hof van Cassatie.
Vrijwel alle Italiaanse restaurants serveren flessenwater (naturale of frizzante). Het vragen om gratis kraanwater wordt in sommige gelegenheden nog steeds als ongebruikelijk of zelfs onbeleefd gezien. Italianen staan sowieso wantrouwig tegenover kraanwater voor consumptie: ze kopen ook voor thuis liever flessen.
In dit artikel bespreken we nog 9 missers die je beter kunt vermijden als je in Italië uit eten gaat.
1. Water (nog een keer)
Als je keurig ingaat op het voorstel van de cameriere om flessen water op tafel te zetten is het gevaar nog niet geweken. De meeste flessen hebben een blauw of een rood (deel van een) etiket of dop. Getraind als wij noorderlingen zijn door het merk Spa denken we meteen: rood=bubbels, blauw=plat.
Fout! In Italië is het net andersom. Je moet op de tekst op het etiket letten: frizzante (bubbels) of naturale (plat). Altijd goed, nou ja, bijna. Ik ben ooit een fles met de tekst acqua naturale frizzante tegengekomen… In Italië is alles mogelijk.
2. De maaltijdgangen door elkaar halen
Het Italiaanse diner is (op papier) strikt georganiseerd: antipasto – primo – secondo – dolce/dessert – caffè – digestivo. Maar het is niet verplicht al deze gangen tijdens een maaltijd tot je te nemen, gelukkig. Italianen doen dit ook niet, behalve bij feestmaaltijden en de pranzo della domenica.
Thuis verdelen ze de gangen eerder over de lunch en het avondeten. In een restaurant moet je de gangen echter wel goed onderscheiden om geen blunder te begaan.
Zo is een primo altijd pasta, rijst, gnocchi (aardappelbolletjes) of soep, vaak met vlees en/of groente erin verwerkt, of erbij.
Een secondo is altijd vlees of vis of gevogelte met hooguit een minimale hoeveelheid groente ernaast. Echte porties groente of aardappelen moet je apart bestellen (en betalen!), als contorno. Dat zijn wij aardappeleters niet gewend: wij willen alles tegelijk op het bord.
Deze piatto unico komt in Italië weinig voor, uitzonderingen zijn de Piemontese bagna cauda, en de risotto alla milanese con ossobuco uit Milaan. Klagen over het ontbreken van aardappelen en groente is fare brutta figura. Niet doen dus.
En tagliata is dus geen tagliatelle want pasta is een primo en tagliata is in plakjes gesneden vlees, een secondo. Na afloop drink je een caffè, door Italianen zelden espresso genoemd. Uiteraard bestel je geen cappuccino, eventueel wel decaf. Soms beveelt de uitbater een digestivo (grappa of andere likeur) aan voor de spijsvertering.
3. Ongeduldig worden
Voor een maaltijd nemen Italianen de tijd. Haast is dus geen goed idee. Een zondagslunch bij een agriturismo heeft een geheel eigen verloop en tempo en duurt al gauw een uur of drie, vier. Tussendoor verlaat men af en toe de tafel om de benen te strekken, een luchtje te scheppen, een sigaretje te roken (binnen absoluut verboden!) en te kletsen met andere disgenoten.
Ook de wachttijd in een gewoon restaurant kan langer zijn dan je gewend bent. Beschouw dit als een goed teken: jouw gerecht komt waarschijnlijk niet opgewarmd uit de magnetron, maar wordt ter plekke en terstond bereid.
4. Vragen of de tv uit kan
Met name in de goedkopere eetgelegenheden met grote eetzalen zoals pizzerie wil er nogal eens een mega tv-scherm hangen waarop een Italiaans programma (vaak voetbal) wordt getoond. Dat is traditie en moet je accepteren. Ga zo mogelijk wat van het scherm zitten als je er last van hebt maar vraag nooit om de tv uit te schakelen.
5. Zeuren bij het afrekenen
De kosten van een Italiaans etentje zijn, buiten de toeristische toplocaties, redelijk bescheiden in vergelijking met wat je in Nederland/België betaalt. Ga dus niet zeuren over de coperto (couvert, verplicht) en vraag geen sconto (die krijg je vaak vanzelf).
Een fooi is traditioneel niet gebruikelijk en zorgt alleen maar voor verwarring, al is dit wel aan het veranderen (in toeristische omgevingen). De rekening vraag je als ‘Il conto per favore‘ (niet ‘Voglio pagare‘) of door naar de kassa te lopen (in pizzerie en vergelijkbaar).
6. Verwachten dat je om 18 uur kunt eten
Onze Italiaanse vriend Giorgio moest ooit erg lachen toen we hem vertelden dat wij en andere Noord-Europese toeristen in Italiaanse steden tegen zes uur ’s avonds vaak wanhopig en hongerig ronddwaalden op zoek naar een restaurant waar je wat kon eten. Het was hem nooit opgevallen en kwam hem erg komisch voor.
Italiaanse restaurants (de echte, niet de toeristenvallen) gaan niet voor half acht open, meestal ben je pas vanaf acht uur welkom. Heb je daarvoor al erg veel honger, neem dan een aperitivo in een bar. Daar krijg je meestal wat stuzzichini, hapjes bij.
7. Overal en altijd pizza
Verwacht niet dat elke Italiaanse eetgelegenheid pizza serveert. De Italianen maken strikt onderscheid tussen het eten van een pizza en een ‘echte’ maaltijd: tussen pizza en cucina. Het betere, echte restaurant doet alleen aan cucina. Voor de pizzabereiding is een speciale (hout)oven nodig die ruim van tevoren tot op de juiste hoge constante temperatuur opgestookt moet zijn. Een pizza bakken doe je er niet zomaar even bij. Vaak kun je bij de lunch daarom ook nog geen pizza krijgen maar pas s avonds.
Verwacht buiten de toeristische trekpleisters geen menu’s (of bedienend personeel) die op de toerist zijn afgestemd. Je moet op eigen kracht door het geheel Italiaanse menu navigeren. Gelukkig is er nu een downloadbare offline app die de belangrijkste 500 termen van de Italiaanse menukaart verklaart.
9. Overal tiramisu en prosecco
Italianen uit elke streek zijn trots op hun lokale keuken met ingrediënten uit de directe omgeving. Het is beleefd en oogst waardering als je daar rekening mee houdt. Eis geen prosecco in een streek die haar eigen spumantes produceert. Of een tiramisu als de kaart heerlijke crostatas met vruchten uit eigen orto biedt.



Comments