in ,

Addio Alitalia

Boeing 777 van Alitalia (foto: Alitalia Press Office)

Op 5 en 10 oktober reisde ik op en neer van Rome naar Nice. Met Alitalia en met iets meer dan een uur vertraging op de heenweg en iets minder terug. Ik was net op tijd, want de dag daarna bleven 270 vluchten aan de grond door een proteststaking tegen de voorgenomen liquidatie van Alitalia, die op 15 oktober haar beslag krijgt.

Dan stopt de vlucht van de Ali (vleugels) van Italia en begint een onzekere toekomst voor driekwart van de circa 10.000 personeelsleden. En van de reizigers, want het staat nog te bezien of de kleine good company ATI, die uit de as van Alitalia moet herrijzen, voldoende bestemmingen kan bereiken.

Weemoed én opluchting

Op mijn laatste vlucht met de Italiaanse staatsluchtvaartmaatschappij heb ook ik haar in gedachten ten grave gedragen. Met een mengeling van weemoed en opluchting. Weemoed omdat ik na al die jaren ondanks alles toch wel gehecht was geraakt aan dat groen-wit-rode logo met die als de snuit van een vliegtuig afgeplatte A.

Maar tevens opluchting want het was hoog tijd dat aan deze soap opera een einde kwam. Alitalia is niet meer, en van de doden niets dan goeds. Maar een bedrijf dat in de afgelopen 30 jaar nooit winstgevend is geweest en 7,4 miljard euro aan belastinggeld heeft opgeslokt, heeft zijn krediet wel verspeeld.

Alitalia was in de afgelopen decennia berucht door de stakingsbereidheid van het over vele categoriale bonden en bondjes verdeelde personeel. Heel wat reizigers zullen daardoor waar mogelijk wel voor de concurrentie hebben gekozen, maar dat was niet de voornaamste reden van het falen van Alitalia. Die zat hem in een fatale cocktail van mismanagement, politieke invloed en misplaatst nationalisme.

Tariefmuren

In de jaren 80 was er nog geen vuiltje aan de lucht. Alitalia werd beschermd door tariefmuren – ik herinner mij dat buitenlandse maatschappijen niet beneden de prijzen van Alitalia mochten gaan zodat je voor minder dan 500 gulden geen ticket voor Schiphol kon kopen – en vormde als overheidsbedrijf een rijk reservoir van baantjes en stemmen voor politici en hun clientèle.

Met de liberalisering van het luchtruim in de jaren 90 kwam daaraan een eind. Maar terwijl andere maatschappijen daarop reageerden door allianties aan te gaan en zich te richten op lucratieve internationale en continentale vluchten, bleef Alitalia op zichzelf en specialiseerde zich op kortere vluchten, vooral in eigen land.

De kip met de gouden eieren was daarbij het traject Rome-Milaan. De duurste vliegkilometers van Europa werden grif betaald door politici en ondernemers, met geld van de zaak en de gemeenschap. Met de opkomst van de prijsvechters is die keuze een faliekante misser gebleken. En wie vliegt er nog van Rome naar Milaan, nu de snelle trein je binnen drie uur ecologisch verantwoord in het centrum brengt?

Een van de laatste vluchten van Alitalia (foto: Aart Heering)

Samenwerking met KLM

Het bedrijf raakte in crisis, met zware verliezen, kapitaalinjecties, gedwongen reorganisaties en stakingsgolven. In 1996 stond de regering voor de keuze tussen faillissement of toch maar een internationale partner zoeken. Die werd uiteindelijk gevonden in de vorm van onze eigen KLM.

Het leek een goed werkend verstandshuwelijk: samen stonden de twee sterker en de routes vulden elkaar mooi aan. Afgesproken werd dat ook Alitalia geprivatiseerd zou worden, maar toen bleek dat de Italiaanse politiek niet van zins was om zo’n bron van macht op te geven, liepen de olandesi volanti, (vliegende Hollanders, zoals Italiaanse journalisten steevast schrijven) gillend weg.

Liever dan onder de hoede van de Italiaanse staatsholding IRI te komen, betaalde de KLM een afkoopsom van 250 miljoen euro, die achteraf een goede investering is gebleken.

Dat was in 2000. Acht jaar later herhaalde het scenario zich nog eens, toen na weer een reeks verliezen, overheidsbijdragen, arbeidsconflicten en woedende reizigers Air France-KLM bereid bleek om het kwijnende Alitalia over te nemen. Maar weer ging het op het nippertje niet door, ditmaal door toedoen van Berlusconi.

Italianità

In de verkiezingsstrijd van 2008 hield de leider van Forza Italia een vlammend betoog voor het behoud van de italianità van de nationale luchtvaartmaatschappij en stelde hij als alternatief voor Air France-KLM een consortium van bevriende rijke Italiaanse ondernemers voor, die hij presenteerde als capitani coraggiosi, dappere roergangers.

Hij won er de verkiezingen mee, maar voor Alitalia begon een nieuwe lijdensweg. Het bedrijf werd gesplitst in een bad company met de schulden, waarvoor vervolgens de belastingbetaler mocht opdraaien, en een good company voor de capitani die echter geen weldoeners bleken, maar vooral geïnteresseerd bleken in hun eigen belang.

Zo kon de eigenaar van een failliete particuliere luchtvaartmaatschappij zijn vliegtuigen nu  voor goed geld leasen aan Alitalia en werd de familie Benetton door de kersverse regering Berlusconi beloond met de verlenging van de concessie tot exploitatie van de Italiaanse autostrade. En hoe dat gebeurde, hebben we drie jaar geleden gezien met de instorting van de Morandi-brug in Genua.

Arabieren

De privatisering Italian style werd geen succes. De nieuwe eigenaars richtten zich andermaal op de binnenlandse markt, wat inmiddels een anachronistische keuze was. Het gevolg was nieuwe verliezen en naarstig zoeken naar een internationale partner. De animo voor Alitalia was inmiddels danig geslonken, maar in 2014 bleek Etihad, de vliegmaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten, bereid om een aandeel van 51% te nemen.

Twee jaar later, toen de verliezen gestegen waren tot meer dan een miljoen per dag, werd een nieuw reorganisatieplan gepresenteerd, dat door de bonden werd aanvaard maar vervolgens in een referendum werd weggestemd door het personeel. Dat groef daarmee zijn eigen graf, want Alitalia was nu technisch failliet.

De Arabieren en kleinere aandeelhouders trokken zich terug en de overheid nam de leiding weer over. Zij hield Alitalia in de lucht met de zoveelste ‘overbruggingslening’ (van 900 miljoen), die uiteraard niet werd terugbetaald en daarom door de EU werd aangevochten als verkapte staatssteun.

Maar ook dat hielp niet. Niemand was meer bereid om de failliete boedel over te nemen. De populistische regering van 2018 probeerde nog om Alitalia te slijten aan inheemse aandeelhouders als spoorwegen en posterijen, wat natuurlijk ook weer staatssteun in een andere vorm was, maar de neergang was onstuitbaar geworden.

Een nieuw bedrijf

De coronapandemie, die de luchtvaart wereldwijd hard heeft getroffen, gaf de doodslag. Een jaar geleden stemde de regering in met het faillissement van Alitalia en de start van een nieuw bedrijf onder de vleugels van het Ministerie van Financiën, met de naam ITA: Italia Trasporto Aereo.

Dat zal heel wat bescheidener worden dan de voormalige compagnia di bandiera (vlaggendrager) en zeker minder vluchten bieden op binnenlandse bestemmingen. (Alleen al vanuit Rome zijn dat er nu 18.) We zullen zien of dat volstaat voor een succesvolle doorstart.

Geschreven door Aart Heering

Aart Heering, historicus en journalist. Woont 30 jaar in Italië en werkt momenteel voor de Nederlandse ambassade in Rome.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Garda by Bike - gereed eind 2021

Fietsen rond het Gardameer: Garda by Bike is deels open

mooiste plekken Abruzzen

Abruzzen: de 11 mooiste plekken