in , , , ,

Column: als een koningin in Lecce

Als een koningin op Piazza S. Orono in Lecce

Geloof mij, ik ben gek op Italië. Het eerste waar ik aan denk wanneer ik terug kom uit Italië, is teruggaan naar Italië. Ik huil als ik aankom in Italië, van blijdschap. En ik huil als ik weg ga, als een klein kind, vervolgens heb ik een lange tijd nodig om weer te wennen in Nederland. En eigenlijk ben ik pas weer gewend als ik weet dat ik terugga naar Italië. Na onze vakantie in Lecce was dit gevoel sterker dan ooit.

De eerste ochtend wakker worden in een B&B, appartement, hotelkamer of tent is altijd een beetje een dingetje bij mij. Italië of geen Italië, ik slaap altijd slecht de eerste nacht, vrijwel niet en dan toch val ik ergens gedurende de nacht wel in slaap, want wanneer ik wakker word, vraag ik mij altijd twee dingen af bij het openen van mijn ogen: ‘Waar ben ik?’ en ‘Hoezo ben ik hier?’ Dit duurt zo’n tien seconden, soms (meestal) schrik ik van degene naast mij, maar daarna valt alles ook weer direct op zijn plek.

Wakker worden in een droom

Wakker worden in ons B&B – Palazzo Gorgoni – was een droom. Wij hadden een grote kamer. Het sterrenplafond leek oneindig hoog, het bed enorm en de badkamer schattig. Die badkamer was wel wat aan de kleine kant, zeker de douche voor mijn vriendinnetje met haar prachtige Nederlandse lengte, maar dat gaf allemaal niets. Ik kon niet geloven hoe weinig wij betaalden voor ruim twee weken in deze B&B.

Palazzo Gorgoni, Ingresso

Fijn was ook dat op de gang een espressoapparaat stond, zodat je ’s ochtends lekker espresso kon maken. Ook stond er een koudwatermachine en zorgde eigenaresse Marta ervoor dat er Italiaanse ‘dolce’ op een schaaltje klaar lagen in de hal. Italiaanse zoetigheden, soms leken het bonbons, dan weer kleine gebakjes. Lekkerder kun je toch bijna niet wakker worden?

Elke ochtend was Marta zo rond een uur of tien aanwezig. Wanneer wij het B&B verlieten was ze altijd daar voor eventuele vragen en hulp. Dat was fijn, want zo konden wij elke ochtend aan Marta vragen welk strand voor de desbetreffende dag het beste zou zijn om te bezoeken. Het is in Lecce, Salento namelijk vanzelfsprekend dat je kijkt naar ‘hoe de wind staat’ voordat je besluit naar welk strand je gaat. Wij, als echte Nederlandse zonaanbidders, hadden hier nog nooit eerder van gehoord, laat staan over nagedacht.

LEES OOK:
Column: de palio

Palazzo Gorgoni, Camera di letto

Het was heet

Ik herinner mij nog goed hoe warm het was, de eerste ochtend in Lecce. Het was niet warm, het was heet. Het was heerlijk. Natuurlijk had Nederland een warme zomer achter de rug en ook in Londen, waar mijn vriendinnetje woont, was het een goede, warme zomer geweest.

Toch voelde dit anders. Italiaanse warmte. De zon brandde, zonder dat het vervelend of plakkerig was. Ik geloof dat wij beiden direct een lach op ons gezicht hadden. ‘Hoe fantastisch is het hier!’ en ‘Ben ik al bruin?’ We waren nog niet eens onze straat uit.

We liepen langs Mama Elvira (Via Umberto I 19), waar we de dag ervoor gegeten hadden en langs de bar waar we de Italiaanse jongens de avond ervoor ontmoet hadden. Het personeel stond al te werken en zwaaiden ons vrolijk gedag. ‘Ciao, ragazze Olandese!’ Wij zwaaiden enthousiast terug.

Nooit meer ergens anders ontbijten

Onze gehele vakantie hebben we ontbeten bij Caffè Cittadino, Via Francesco Rubichi 35. Naar mijn mening de beste en fijnste plek in Lecce om je dag te beginnen. Ik gok ook dat het een van de meest bezochte cafés is vanaf het ontbijt tot het diner in het centrum van Lecce. Er waren altijd mensen, maar het was nooit te druk. Zoals in heel Italië komen de meeste mensen voor een espresso en drinken deze aan de bar op.

caffecittadino

We zaten elke dag aan de dezelfde tafel, binnen, want buiten was het te warm om uitgebreid te ontbijten. Bij Cittadino kregen wij een caffè ghiacchio. Een caffé ghiacchio is een espresso met amandelmelk, ijs en suiker (je kiest zelf voor de hoeveelheid suiker). Met 35 graden is dat een ware traktatie. En dat gecombineerd met een pasticiotto is een waar cadeautje. Pasticiotto is de delicatesse van Salento, Apulië (Puglia). Een soort deeg, gevuld met gele custard in de vorm van een bootje.
Uiteindelijk namen wij hier meestal ook nog een meergranencroissantje bij. Nooit meer ergens anders ontbijten, besloten wij voldaan.

LEES OOK:
6 ongerepte bestemmingen in Italië 

Salentobus

De eerste paar dagen hadden wij nog geen auto en reisden wij met de Salentobus. De Salentobus is het belangrijkste vervoersmiddel tijdens de zomermaanden voor toeristen. Er zijn verschillende buslijnen van de Salentobus, die zo’n beetje naar alles dorpjes en kustgebieden rijden. Het zijn vrij luxe bussen met goede airco, dus wanneer je eenmaal zit, zit je heel relaxed. Het enige nadeel aan de bus is wel de reistijd. Je moet steeds rekening houden met een uur tot anderhalf uur zitten.

De eerste dag maakten wij een klein foutje door te reizen naar Gallipoli en iets te vroeg uit te stappen, waardoor wij wel leuk in het prachtige centrum van Gallipoli stonden, maar vervolgens nog twee uur moesten lopen naar het strand. Foutje, bedankt!

Marta had ons die ochtend verteld dat de kust in Gallipoli voor die dag het beste zou zijn, ik zou ook zweren dat zij een specifieke naam van een strand noemde, maar natuurlijk was die naam ons allang ontschoten.

Gallipoli Apulië Lecce

Baywatch-mannen

De eerste paar strandtentjes hebben we achter ons gelaten, maar de drang om te zwemmen werd ons uiteindelijk te veel en we bezweken bij een van de ontelbare strandtentjes in ons vooruitzicht. We keken naar de Baywatch-mannen op het strand, hoe zagen zij eruit? Goede graadmeter, vonden wij. Ik moet zeggen, dat uitzicht was niet slecht.

We betaalden voor onze strandbedjes, 10 euro per persoon en werden begeleid naar onze plek. De kustlijn van Gallipoli is vrij smal. Je ligt dicht op de zee. De stoelen staan wel vrij dicht op elkaar, maar ik heb daar nooit zo heel veel moeite mee.

Het was rustig op het strand, kalm. Fijn. Twee biertjes voor vijf euro, ook fijn. Het was een fijne dag, vol zon, vol zee en rust. Toen de dag voorbij was, wilden we graag weg. Maar hoe? Niet weer twee uur teruglopen.We bestelden nog twee biertjes en besloten de zonsondergang te kijken vanaf de lounge. We vroegen de manager van de strandtent een taxi voor ons te bellen, die ons naar het busstation zou brengen. Hij lachte net iets te vermakelijk.

LEES OOK:
Column: een tripje naar Otranto

Tuktuk

We wachten voor de strandtent op de taxi en al gauw werd duidelijk waarom de manager zo eigenaardig had gelachen.. Het was een motorfietstaxi. Een soort tuktuk met tropische muziek. ‘Durven we dit?’ vroeg ik aan mijn vriendinnetje. Ze knikte en we stapten in. Ik zou niet weten hoe ik de rit moet omschrijven. In Nederland waren we waarschijnlijk binnen no time aan de kant gezet door de politie of hadden we waarschijnlijk een stuk of zes keer een dodelijk ongeluk gehad kunnen hebben. We hebben gegild, gelachen, gehuild van het lachen, de omgeving was prachtig, we zagen de zon ondergaan vanaf een motorfiets.

Toen we bij het B&B terug waren, was het even chillen, douchen, omkleden (150 outfits passen) en daarna weer de hort op.

Nederlandse reuzinnen in Lecce

Fris en mooi terug de hitte in, de straten op, flaneren. Restaurantje zoeken, fles wijn erbij, op zijn Nederlands zeuren over de hitte en mensen kijken. Na het eten en de wijn spraken we weer af met de Italiaanse jongens. Ze wilden ons meenemen naar een andere, beroemde cocktailbar en waarom ook niet? We kenden de stad nog niet goed genoeg, dus we konden een gids goed gebruiken.lekker eten in Lecce

 

We liepen met elkaar over Piazza S. Oronzo, het hoofdplein van Lecce, waar alles samenkomt en we spraken over de eindeloos lange benen van Nederlandse vrouwen. Dat houdt Italianen nogal bezig. We ontkwamen er dan ook niet meer aan, als reuzinnen op de foto met een mini-Italiaan, hoe heerlijk is het leven.

Als een koningin op Piazza S. Orono in Lecce

Column: als een koningin in Lecce
4.6 (7 stemmen)

Renee

Geschreven door Renee

Ik kwam voor het eerst in aanraking met Italië toen ik dertien jaar was en mijn familie de eindeloze vakanties in Frankrijk inruilde voor een camping in Italië. In Sarteano om precies te zijn. Na twee weken in Italië was het tijd om naar huis te gaan en dat viel mij zwaarder dan verwacht. Huilend in de auto en getroost door mijn vader, reden wij terug naar Nederland. Sindsdien reis ik zo’n drie keer per jaar naar Italië, soms voor vijf dagen en dan weer voor vier weken. Mijn hart ligt in Rome, maar daar blijft het niet bij. In 2015 ben ik voor het eerst naar Lecce, Salento geweest en binnen drie maanden was ik daar weer terug. Een prachtig gebied in Italië, een nog niet ontdekt paradijs. De volgende trip staat alweer op de planning. Wederom Salento, en daarna roadtrippen van noord naar zuid, want ik wil alles weten en beleven, tot ik besluit echt te emigreren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

verhuizen naar Italië

Verhuizen naar Italië: 101 dingen om rekening mee te houden

Video: nieuwe autosnelweg Bologna-Florence