in , , ,

Dromen, durven, doen: op weg naar Italië – deel 11

Een witte wereld, pastacrisis en… verlenging?

la dolce vita blijft genieten
Na 3 maanden in Zuid-Italië blijft 'la dolce vita' gewoon genieten (foto's: Martine van Groenigen)

Pfoe, nou mensen! Het houdt niet over hoor, de laatste maand alweer. En dat maart ook in Italië zijn staart roert, bleek maar weer. Zo was er deze maand sneeuw (!), maar ook zomer. Konden we onze handen nogmaals als B&B-eigenaren laten wapperen bij de verschillende bezoekers. Kwam ik terecht bij een hopeloze romanticus in Grottaglie, maar was er vooral een beetje weemoed te bekennen. Want: de laatste maand. Of toch niet…

De Italiaanse jukebox

In de vorige column had ik het ook al over haar, maar te kort. Want ik was even vergeten hoe bijzonder attent de Italianen zijn. En terwijl ik dit typ denk ik: ja, leuk Martien. Iedereen gaat nu denken: ach, wat een leuk naïef meiske dat echt álles in Italië beter vindt en vergeet dat Nederlanders ook gewoon een goed volkje zijn.

Nou lieve mensen. Ik haal jullie helaas toch uit de droom. Onze buurvrouw. Kun je het een buurvrouw noemen als je maar vanaf bepaalde posities vanaf het land, haar huisje kan zien? In dit geval wel.

Zoals je vást gelezen hebt, gaat het ons matig tot voldoende af met de kippen. Worden ze niet opgegeten door de honden, dan wel weggesleurd door vossen. Maar! We geven de kippen toch genoeg liefde, want ze leggen inmiddels zo’n 5 tot 8 eieren per dag. En dat is veel. Zelfs voor eierliefhebbers zoals wij.

Toch maakten we afgelopen maanden kennis met ‘de Italiaanse jukebox.’ Eens in de zoveel tijd wandelen wij naar het hek van de buurvrouw en hangen we daar een plastic tasje aan met zo’n 15 à 20 eieren. Zonder enige vorm van een verwachting van een tegenprestatie.

Maar onze buurvrouw zou onze buurvrouw niet zijn als ze niet de volgende dag, in haar blauwe autootje (de rode is kapot gegaan toen ze, met in de achterbak een kersencrostata, naar ons onderweg was) aan zou komen rijden.

Gronings? Nee, Italiaans dialect

Of we haar verstaan? Sommige woorden. Zij en haar man praten het platte ‘Cegliese’ dialect. Geen “pane per il cane” maar “pèn per le cèn”. Brood voor de hondjes. Wat in onze oren een vrij Gronings klonk. Dus met mijn aangeleerde Groningse accent, pratend in het Italiaans, ging het aardig.

Enfin: als buurman en buurvrouw aan kwamen rijden werd er een keertje getoeterd en ging iedereen uit z’n dak. Dan deed ze namelijk haar deur open en kwam ze uit de auto gestapt met niet 1, niet 2, maar vaak 3 (!) plastic tassen VOL creaties van de eieren. Geen ‘creatief met kurk’-idee, maar dolce. Koekjes, crostata, focaccia, nog meer koekjes. En, uiteraard: de pèn per le cèn.

Koekjes van de buurvrouw

Welkom in een witte wereld

Op een gegeven moment afgelopen maand kwam er een omslag in het weer. De eerste week van maart kregen we vanuit Nederland dagelijks foto’s met blauwe lucht. Zo kon iedereen de jaloezie weer eventjes temmen natuurlijk.

Maar in Puglia dacht het weer: het is 1 maart, je weet wat ze zeggen, ik ga eens even lekker mijn staart roeren. Vroeg pieken. En zo geschiedde. Begin maart werden wij wakker in, je kan het bijna niet geloven, een witte (!) wereld. Een sneeuwparadijs. Werkelijk prachtig.

Waar ik alle trulli vaak lacherig de Efteling noem, was het nu écht een sprookjesparadijs. En onverwacht! Want waar sommige mensen dagelijks minstens 2 keer de weer-apps checken op welk programmaatje het beste weer voorspeld, hebben wij dat achter ons gelaten.

Giorno per giorno. En dus word je dan geheel verrast met een prachtig natuurfenomeen: sneeuw. Hebben we toch nog een beetje winter gehad.

Alle crises leiden naar Puglia

En dan nog een D R A M A: de pastacrisis in Italië. Je hebt het vast gelezen in je favoriete krant, nieuws-app of gehoord van je schoonmoeder: er dreigt een heuse pastacrisis in Italië. Al was dat eerder bekend in Nederland dan op het platteland in Puglia. Maar dat kan ook liggen aan dat we ons 3 maanden als een stelletje wereldvreemden zonder enige vorm van nieuws hebben bewogen.

Dat de pastacrisis aan het licht kwam, kwam puur door de supermarktbezoekers. Dat de karretjes altijd al voller lagen met pasta ‘dan bij ons’ was ons uiteraard al opgevallen. De blauwe pakjes Barilla, de crèmekleurige Rummo of de gekleurde DeCecco.

De schappen werden niet opvallend leger, maar de karren werden wel nóg voller. Tot ik op een gegeven moment ook gelezen had over de crisis. Ja, en dan ga je erop letten. En als je er eenmaal op gaat letten, dan is het hek van de dam.

Wachtend in de rij bij de plaatselijke superbuur, stond er voor ons een mevrouw met een kar vol met blauwe Barilla. Ik overdrijf graag, maar nu niet. Oordeel zelf.

Amore tussen de kopjes en schoteltjes

Tijdens een van onze laatste bezoekjes aan mijn favoriete stadje Grottaglie, gebeurde het onverwachte. 3 maanden lang bezochten we, zo eens in de 2 à 3 weken, het keramiekstadje.

Signore Franco Fasano himself

Altijd gingen we naar meneer Fasano en kocht ik daar één kopje, schoteltje of ander pareltje voor in mijn keukenkastje (geloof me: tijdens het inpakken kwam ik erachter dat ik een volledige studentenuitzet bij elkaar heb gespaard, dus dat één niet zo letterlijk nemen).

Bij ons een na laatste bezoek kwam ik aan de praat met mister Fasano himself! Hij vertelde dat zijn eerste klant de V&D in Nederland was. Ja oké, leuk verkooppraatje, denk je dan. Maar hij bleef doorgaan: Vroom en Dreesmann, verschillende lijnen, de meneer van Villeroy & Boch in de leer, enzovoorts.

Op mijn vraag of álles dan in Grottaglie werd gemaakt viel zijn mond open. ‘Ben je nog nooit in onze fabriek geweest?’ En daar gingen we. Meneer Fasano ratste de 6 meter hoge schuifdeuren open en de engelen zongen nog net geen halleluja.

In het magazijn van de Fasano’s

Schappen van zo’n 5 meter hoog gevuld met keramieken pracht en praal. Bordjes nog in de klei. Kommetjes nog na de eerste bakbeurt. Kopjes al in het glazuur. Alles! Meneer Fasano bleek een hopeloze Zuid-Italiaanse romanticus.

En daar deden mijn blonde krullen het goed bij, al zeg ik het zelf. Dit resulteerde in tientallen complimenten, maar ook een portret. Of noem het een karikatuur. Op een bordje. Een échte Martina.

Mister Fasano aan het werk – hier wordt DE Martina gemaakt

Charmeren kun je leren

De dinsdag erna zouden we het bordje mogen komen ophalen. Wat mijn naam was? ‘Martina.’ Want ja, zeg een Italiaan dat je MartinE heet en er komt een creatie uit waar de Starbucks met hun expres fout gespelde namen nog iets van kan leren.

Sceptisch, maar ook vol verwachting, gingen we weg uit de werkplaats, wachtend op dinsdag. Naarmate de tijd vorderde dacht ik: ja, die Fasano is gewoon een oude charmeur, hij noemt iedereen zijn ‘muse’, maakt een bordje voor ze, maar heeft tijdens het ophaalmoment al geen idee meer wie er voor zijn neus staat.

Nou! Ook daar is mijn oer-Hollandse negativiteit weer platgewalst. Dé dinsdag was aangebroken en we waren klaar voor het ophaalmoment. Naar de winkel in Grottaglie. Bij binnenkomst zei de mevrouw direct: ‘Oh, je bent hier voor het bord? Loop maar naar de fabriek.’

Prima. Kind aan huis. En bij de fabriek werden we door mannen met het klei nog aan de handen direct naar achteren gebracht waar mister Fasano achter zijn draaitafel zat. ‘Ahhh, Martina!!!’, klonk het door de fabriek.

Het resultaat…

Hij viste als een olifant in een porseleinkast zijn creatie uit de stelling, presenteerde het als een aap met… je snapt het. En bij het weggaan waren de medewerkers stomverbaasd en bazelde Franco Fasano: ‘Ja, hoe kun je zo iemand nou vergeten?’ Of het een marketingtruc is of niet, een ding is zeker: charmeren kun je leren.

Hou het kort

Het was me het maandje wel! Van winter gingen we naar zomer (want half maart braken de twintiggradendagen – voor galgje – aan) en van bezoek gingen we naar… bezoek. Het was een drukke maand.

Korte bezoekjes maakten plaats voor lange en het flitsbezoek van het voetbalteam maakte na de uitgebreide pranzo della domenica in de achtertuin, plaats voor de 3 weken overkomende schoonfamilie met camper.

De B&B veranderde in een camping en tja… daar ging de maand maart. We werden verliefd op Bari, maakten nogmaals bezoekjes langs onze favoriete highlights en voor we het wisten stonden er nog maar 14 dagen op de teller.

14 dagen waarin we nog zoveel wilden doen. Maar waarin ook de rust ons overviel met het gevoel van: ‘het is goed zo.’ De kroketten en frikandellen gingen steeds harder roepen en met zo’n gerust gevoel zou je denken: alles in kannen en kruiken.

La dolce vita gaat door in Nederland en het vijfjarenplan wordt opnieuw uit de kast getrokken. Maar… Mogelijkheden doen zich vaak juist voor als je er niet meer aan denkt en zo ook dit keer. En dus gingen we in onze laatste week van bezichtiging naar evaluatie en van makelaar naar…

Dat lees je volgende keer.

Written by Martine van Groenigen

In 2016 woonde Martine van Groenigen een half jaar als au pair bij een Italiaans gezin. Ze leerde er alle kneepjes van de Italiaanse keuken en verloor er haar hart. Niet aan een man, maar aan het land zelf. Sinds haar terugkomst is er geen dag geweest dat ze zich niet afvraagt ‘wat voor weer het zou zijn in De Laars.’ Op Dit is Italië schrijft ze enthousiast over haar eigen ervaringen in Italië en haar ‘Italian Dream’ die steeds dichterbij komt.

Comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op huizenjacht in Italië via internet: niet zonder gevaren

Italiaanse toestanden: een vakantiehuis zoeken op internet – deel 1

Monopoli Apulië Italië tips bezienswaardigheden

14 x eten, drinken, doen en overnachten in Monopoli