in , ,

Italiaan worden? Hier zijn mijn gouden tips

Wil je Italiaan worden? Dit zijn mijn gouden tips (beeld: Wikimedia)

Met het leren van een andere taal leer je ook een andere cultuur kennen. Dezelfde woorden kunnen in een andere taal iets anders betekenen. Een andere lading hebben. En daarmee ben jij met jouw Nederlandse of Belgische referentiekader dus ook iemand anders in Italië dan dat je in Nederland of België bent.

Er zijn niet voor niets culturele mediators die Nederlanders helpen bij het zakendoen in Italië. Je ziet het steeds opnieuw fout gaan in het nog altijd even populaire tv-programma Ik vertrek. Dikwijls komen dan de clichés bovendrijven: in Italië moet je ‘mannetjes’ kennen om iets gedaan te krijgen, de verschrikkelijke bureaucratie, de bemoeizuchtige schoonmoeders, het lekkere eten of het gevoel voor schoonheid.

Gênante fouten

Veel studenten van de Italiaanse taal moeten eraan wennen dat ze ook een Italiaanse versie van zichzelf kunnen hebben. Ze voelen zich nog onwennig als ze Italiaans spreken en zijn bang voor gênante fouten. Fouten die ik ook maakte en die denk ik ook niet te voorkomen zijn.

Zo verwisselde ik ‘fico’ voor ‘figo’ bij de groentenboer en vroeg ik hem om een lekkere vent in plaats van om een vijg. In een ander gesprek raakte ik gedesoriënteerd toen ik dacht dat mijn gespreksgenoten het over een blinde hadden (cieco) en dacht ik helemaal niet aan iemand met de Tsjechische nationaliteit (ceco).

Mensen snappen dit natuurlijk wel en hebben hier begrip voor. Het is erger voor jou dan dat het voor hen is. Lees ook eens: Ik leer Italiaans, maar ik durf het niet te spreken.

Culturele verschillen

Iedereen die een taal leert en ermee naar het buitenland gaat krijgt te maken met culturele verschillen. Soms gaat dat zelfs met een cultuurschok gepaard. Wrijving en onzekerheid over normen en waarden. Een andere cultuur roept nu eenmaal vragen op. Waarom doen mensen dit zo? Moet ik dit ook doen? Wat doen ze dit hier irritant! Of: Ik voel me hier als een vis in het water!

Ik reisde vroeger best veel. In Brazilië voelde ik me een Europese, in Amsterdam een Amsterdamse (en dat ben ik helemaal niet), in Italië een Nederlandse, in Maastricht een Italiaanse, in Utrecht een verloren ziel, in het dorp van mijn ouders ontheemd en in mijn eigen stadje Schoonhoven een nieuwkomer. Italiaan voel ik me tegenwoordig vooral thuis, ik reis niet vaak naar Italië. Hoe zit dat?

De mensen die zich tweetalig voelen of twee paspoorten hebben zijn vaak mensen die zich ontheemd voelen en in beide culturen niet echt thuis zijn.

Lingua franca

Toen ik geschiedenis studeerde volgde ik een vak ‘American Cultural Influence’, dat ook ging over de grote smeltkroes die Amerika is. Dat iedereen er een thuis kan vinden en dan men er niet kijkt naar je afkomst, je accent of het eten dat in je lunchbox zit.

Als je Engels spreekt heb je ook niet het gevoel dat mensen je beoordelen op je taalvaardigheid of je afkomst. Iedereen mag Engels spreken en doet dat dan ook schaamteloos incorrect. In het Engels maken mensen zich minder zorgen over fouten en je wordt minder gecorrigeerd en de ergernis bij natives over je taalfouten is een stuk minder groot.

Het Engels is een lingua franca. Italië is in ieder geval géén Amerika of Londen en het Italiaans is geen lingua franca. (Hoewel er ook in Milaan mensen rondlopen die hun latte bij Starbucks graag met sojamelk en hun koffie single origin willen.)

Wie de schoen past…

Voor mij was taal een lange tijd een instrument in plaats van een doel op zich. Ik wilde met andere mensen van gedachten wisselen en hun cultuur leren kennen. Langzamerhand ging ik pas begrijpen dat die andere cultuur voor een groot deel in de taal zit. Je kunt een andere taal spreken zoals je een andere jas aantrekt, maar soms kom je er achter dat die jas niet helemaal past. Dat hoeft niet per se aan jou te liggen.

Mensen verschillen in hun aanpassingsvermogen. Sommigen kunnen zich zo goed aanpassen dat hun karakter een beetje verandert als ze in een andere taal spreken of in een ander land zijn. Zelf ben ik gevoelig voor andermans normen en waarden, maar ook vaak niet bereid om me aan te passen. Integreren betekent namelijk ook deze over te nemen en dan blijk ik nogal conservatief. Ik heb dan ook grote bewondering voor mijn genaturaliseerde vrienden die een vaderland en moedertaal achter zich hebben gelaten en succesvol in Nederland zijn geworden.

Ik vond het erg vervelend als Italianen iets zeiden over de vorm, over mijn gebrekkige taalkennis. Het is fijner als mensen je grammaticaal verbeteren in een specifieke zin dan wanneer ze zeggen: ‘je bent echt onbegrijpelijk, ik snap niks van wat je zegt’. Daar kun je namelijk niks mee en het getuigt vooral van ongeduld en onwil van je gespreksgenoot. Spreek dus Nederlands met buitenlanders die hier zijn en stap niet over naar het Engels. Daar help je ze echt mee.

Oost, west

Ik heb dus best veel gereisd, maar tegenwoordig ben ik het liefste thuis en houd ik van een eenvoudig en rustig leven. Als ik wil nadenken lees ik graag een boek of houd ik me tegen wil en dank bezig met mijn onzekerheden. Ik zie de hele tijd dezelfde gezichten in mijn stadje, heel rustgevend. Ik kan in gesprek gaan met Syrische stadsgenoten die Nederlands leren als ik in aanraking wil komen met een andere cultuur. Als ik een andere mening wil zien hoef ik maar mijn laptop te openen. Ik bespaar veel op mijn ecologische voetafdruk.

Italiaan worden doe je misschien vooral door anders te zijn dan een andere Italiaan en door niet hetzelfde te zijn als een andere buitenlander. Mijn advies? Wees jezelf en neem de tijd voor andere mensen. Hanteer het motto: ‘leven en laten leven’. Oordeel niet te veel. Dat zijn mijn persoonlijke gouden tips om een échte Italiaan te worden.

Meer leren over cultuur?

Bij het vak ‘interculturele communicatie’ dat ik volgde aan de Hogeschool voor Vertalen in Utrecht schreef ik een paper over hoe het feminisme in Italië verschilt van dat in Nederland.

Ik hield er het interview aan over met Giulia Blasi en een tolkmiddag met Anna Utopia Giordano. Voor Dit is Italië schreef ik een blog over waarom Italianen altijd lijken te ruziën.

In de Cursus Italiaans voor Beginners die ik voor Dit is Italië ontwikkelde, besteed ik ook uitgebreid aandacht aan de Italiaanse cultuur. Want je kunt de Italiaanse taal niet leren zonder dat je meer leert over de cultuur.

Geschreven door Lotje Lomme

Lotje Lomme studeerde Italiaans in Utrecht en Geschiedenis in Bologna. Ze haalde in 2017 haar C2-certificaat bij de Universiteit van Siena en heeft 8 jaar Italiaanse les aan Nederlanders gegeven. Ze is gecertificeerd DITALS docente, wat betekent dat ze ook in Italie les mag geven aan buitenlanders.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Collage van Italiaanse taarten

Mijn top 10 Italiaanse taarten

Een nieuw huis in Italië – deel 10