in , , ,

Een nieuw huis in Italië – deel 10

Het kán elke moment gebeuren, maar voorlopig staat we voor gesloten deuren (foto's: Stef Smulders)

Binnenkort kán het gebeuren! Dat belooft de Staatsloterij ons iedere avond in het tv-spotje op de Nederlandse zenders waar wij als expats ook na bijna 15 jaar in Italië nog steeds naar kijken. Het is een Ruttiaanse, loze belofte. Natuurlijk kán het gebeuren. Het gebeurt alleen niet. De kans om de hoofdprijs in de Staatsloterij te winnen is ruim driemaal kleiner dan de kans om bij WordFeud met de eerste zeven letters het woord ‘equinox’ te kunnen vormen. Daarmee lijkt het spotje van het nationale gokbedrijf wel gemaakt voor ons project: ook hier kán het binnenkort gebeuren. Maar hoe groot is de kans?

Binnenkort kan het gebeuren… (beeld: Staatsloterij)

We wachten nog steeds. Van de 10, 15 giorni die Armando nodig zei te hebben om de berekeningen voor het fundament te ontvangen van de bouwkundig ingenieur zijn de meeste verstreken, dus deze week zou het kúnnen gebeuren, maar ja…

En na de grandioze delibera (vrijgave, goedkeuring) van onze hypotheek door de bank is er een angstaanjagende stilte neergedaald die ook alweer een paar weken duurt. Een stilte die de afdeling Mutui (hypotheken) van het hoofdkantoor in Piacenza hopelijk gebruikt om onze pratica ongestoord en in uiterste concentratie zo efficiënt mogelijk gereed te maken voor de notaris.

Dat de lokale bankdirecteur ons vorige week opeens een paniekmail stuurde met een formulier dat we ook nog moesten ondertekenen en subito moesten terugsturen heeft ons vertrouwen in een gezwinde afloop echter niet vergroot.

Ook (of: zelfs) onze ‘Bob de Bouwer’ Roberto begint nu zenuwachtig te worden.
Che parto, wat een bevalling,’ zucht hij steeds als hij weer eens langskomt om over de “vorderingen” te spreken.
‘Het belangrijkste is dat het dak er voor oktober op zit,’ zegt Roberto telkens tegen ons. ‘Want dan begint het slechte weer en wordt het geknoei in de modder en de regen, of zelfs sneeuw als het tegenzit.’

Wij knikken begripvol maar kunnen er ook niets aan doen. Om hem op te beuren stel ik voor om dan maar met het dak te beginnen (indachtig de foto op een makelaarswebsite met een op de kop staand huis).

Huis op de kop (beeld: Facebook)

Een zuur lachje is mijn beloning.
‘Ik zal in augustus door moeten werken,’ stelt Roberto tenslotte, ‘maar dat geeft niet, dat ben ik gewend.’
‘Wij ook,’ antwoord ik lollig, ‘wij werken in augustus ook altijd door.’
Een sceptische frons is Roberto’s zwijgende commentaar.

Bob de Bouwer moet maar met het dak beginnen als dat er voor oktober op moet liggen

Een paar dagen geleden was Roberto’s geduld dan toch echt op. Hij belde Tagliaferri en vertelde hem nu nog duidelijker dan de vorige keren dat het zo niet langer kon.
‘Jullie hebben hier de ideale klanten voor jullie neus, kapitaalkrachtig, eerlijk(?), tot alles bereid, klanten die telkens direct leveren wat jullie vragen! En die behandelen jullie op deze manier? Vergeet niet dat we onderhand 7 maanden bezig zijn hè, niet een paar weken. Z-e-v-e-n maanden, Tagliaferri. Een kind is bijna sneller gemaakt en op aarde gezet!’

Tagliaferri moest hem gelijk geven en ging diep door het stof. Hij had de lokale bankdirecteur, die hij pas onlangs zelf benoemd had, te hoog ingeschat. De beste man had nog niet geleerd om te delegeren en kwam om in de dossiers. Hij ging nu persoonlijk ingrijpen. Met als resultaat dat de niets-delegerende bankdirecteur Roberto een dag later belde en beloofde dat hij de zaak bij de afdeling Mutui had losgetrokken en dat het dossier al limite lunedì naar de notaris zou gaan. Vandaag is het zondag en dus kan het morgen gebeuren! Maar wat is meer van toepassing: in bocca al lupo (succes) of coraggio (sterkte)?

De bank wil een gezondheidsverklaring voor de levensverzekering

Uit verveling probeer ik, als ideale klant, in de tussentijd de door de bank zo gewenste levensverzekering te regelen. Maar, sorpesa, dat valt niet mee. Drie keer heb ik hiervoor een bezoek aan mijn huisarts gebracht en de gewenste gezondheidsverklaring heb ik nog steeds niet in handen. Bij mijn eerste bezoek aan mijn fameuze medico di famiglia Dezza (lees over mijn avonturen met hem in mijn drie delen ‘Italiaanse Toestanden’) bleek dat hij mij pas kon onderzoeken als de gegevens van bloed- en urinetests beschikbaar waren.

Daarvoor kreeg ik gelukkig wel meteen een verwijsbriefje mee, vreemd genoeg niet het standaardformulier maar een gewoon dokterskrabbeltje. Ik vergat te vragen waarom en toen ik een afspraak wilde maken op de hypermoderne website van het ziekenhuis bleek het nummer van mijn verwijsbriefje nodig. Wat nu? Waarom had ik hem ook niet gevraagd naar een officieel formulier, verdorie!  Bellen naar het 800-nummer dan maar en hopen dat ze geen verwijsnummer hoefden te hebben, want anders…

Gelukkig schoot mij tijdens mijn tocht langs de vele keuzemenu’s (lange wachttijden hebben soms ook hun voordeel) te binnen waarom ik geen officieel verwijsbriefje had gekregen: dit onderzoek was voor privédoeleinden en viel niet onder de basisverzekering. Ik moest het allemaal zelf uit eigen zak betalen. Dus toen ik eindelijk een echt mens te spreken kreeg kon ik de vraag naar het verwijzingsnummer dapper pareren met de opmerking dat het hier een cosa privata betrof, voor een assicurazione. Game, set and match: ik kreeg datum en tijd voor het onderzoek.

Nadat ik geprikt was en mijn plas ingeleverd had, en de resultaten op het weerspannige online informatiesysteem van de gezondheidsdienst ASST veroverd had (een gevecht waarvoor het bezit van een zogenaamde SPID – de Italiaanse DigiD – nodig was, die ik pas na een moeizaam gevecht aan de BancoPosta wist te ontworstelen), kon ik weer naar dottore Dezza, voor het medisch onderzoek. Dacht ik. Voor de zekerheid stuurde ik hem vooraf een appje met de vraag wanneer hij het medisch onderzoek voor de verzekering zou kunnen doen, nu ik de uitslag van bloed- en urinetest binnen had.

Doman,’ was het (te) korte antwoord

De volgende dag stapte ik dus na het wachten op mijn beurt welgemutst zijn kantoor binnen en deponeerde de hem inmiddels bekende papieren op het bureau.
Ah, ma no, non lo possiamo fare adesso,’ was zijn verrassende en teleurstellende antwoord. ‘Ci vuole un’ora. Er is wel een uur voor nodig.’
Het kon niet tijdens het spreekuur. Ik moest een uur voor of aan het eind van het spreekuur komen. ’Morgen om halfelf, dan maar,’ zei hij.

Verbouwereerd en verslagen knikte ik ja, om pas onderweg naar huis te beseffen dat ik morgen jarig was. Op mijn verjaardag naar de dokter? Nou nee. Ik stuurde hem een appje met het voorstel om het op donderdag om 16 uur te doen, een uur voorafgaand aan het spreekuur.
Okay,’ was het antwoord.

Die donderdag ging ik dus voor de derde poging naar Dezza. Iets voor vieren stond ik op de stoep. Aangezien de dokter altijd speciaal voor het spreekuur naar het dorp kwam, verwachtte ik dat hij er nog niet zou zijn en inderdaad was de ingang nog potdicht. Om tien over vier zag ik hem aan komen schuifelen, in gesprek met wat dorpelingen.

Zonder op of om te kijken verdween hij in de binnenhof waar de privé-ingang was. Het hek en de deur naar de wachtruimte zouden nu wel spoedig opengaan, dacht ik, maar helaas. Niks. Heel vreemd. Ik begon me zorgen te maken want de voor het onderzoek beschikbare tijd slonk drastisch.

Opnieuw voor gesloten deuren

Ik besloot hem te bellen. Hij nam niet op. Hoe kon dat? Hij was toch gewoon binnen en was akkoord met mijn afspraak? Was hij het vergeten en lag hij nu gewoon een dutje te doen? Maar waarom was hij dan eerder dan normaal naar het dorp gekomen? Ik begreep er niets meer van en toen de eerste ‘gewone’ patiënten verschenen, vertrok ik. Het had nu toch geen zin meer en ik was het zat.

Drie keer had het kúnnen gebeuren, dat vermaledijde medisch onderzoek voor die overbodige verzekering. Maar ik bleek drie nieten te hebben gekocht en was er voorlopig wel even klaar mee. Eerst maar eens afwachten of de bankdirecteur en onze geometra eindelijk eens gaan waarmaken wat ze al weken beloven.

De komende dagen kán het gebeuren, maar hoe groot zijn onze kansen?

🇮🇹Leestip: Meer leuke verhalen over het leven in Italië lezen? Die vind je in de drie delen ‘Italiaanse Toestanden’ van Stef Smulders, o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

Stef Smulders

Geschreven door Stef Smulders

Stef Smulders is een Nederlander die in 2008 met echtgenoot Nico en hond Saar naar Italië emigreerde om daar een B&B te beginnen.
Hij verkocht zijn huis, liet familie en vrienden achter en deed een sprong in het onbekende. In 2014, bijna vijf jaar later, deed hij in het boek ‘Italiaanse Toestanden’ verslag van zijn belevenissen. Over de aankoop van een huis met een wispelturige makelaar, de verbouwing ervan met een eigenwijze aannemer, maar ook leuke en leerzame ontmoetingen met bijzondere Italianen. ‘Italiaanse Toestanden’ is inmiddels het hoogstgewaardeerde Italiëboek op bol.com en is in het Engels en het Spaans vertaald. In 2016 schreef hij het vervolg: Meer Italiaanse Toestanden en in 2017 verscheen deel 3, 'Nóg Meer Italiaanse Toestanden'. In 2019 zal zijn eerste bundel met zeer korte komische verhalen verschijnen, onder de titel ‘Bezoekuur en 100 Andere Zeer Korte Verhalen’.

Geef een reactie

Avatar

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Italiaan worden? Hier zijn mijn gouden tips

Nieuw: Vakantiecursus Italiaans