in , ,

De mooie Marken van Ascoli Piceno en Offida

Ascoli Piceno: een regenachtig Piazza del Popolo (foto's: Aart Heering)

De Marken (of op zijn Italiaans Le Marche) worden steeds populairder onder Noord-Europese toeristen. Ook Nederlanders en Vlamingen trekken graag naar deze regio in Midden-Italië met haar Adriatische stranden, lieflijke heuvellandschap en heerlijke eten en drinken.

En natuurlijk de vele steden en dorpen die hun middeleeuwse centra bijna ongeschonden hebben bewaard en waar het vooral in voor- en naseizoen een stuk rustiger is dan in de klassieke Italiaanse topbestemmingen. Zoals in Ascoli Piceno en Offida met hun mooie bezienswaardigheden.

Provinciehoofdstad Ascoli Piceno en het kleinere Offida op de kaart (bron: Wikimedia)

Ascoli Piceno: ouder dan Rome

Ascoli Piceno, een stadje van een kleine 50.000 inwoners op 25 kilometer van de kust, dankt zijn naam aan de Piceni, het volk dat hier de dienst uitmaakte voordat de Romeinen in de derde eeuw v.Chr. de boedel overnamen.

Plattegrond van Ascoli Piceno (bron: albergosantemidio.it)

Ascoli is daarmee ouder dan Rome zelf, zoals elke gids grif vermeldt, maar uit de klassieke periode is niet zo heel veel overgeleverd. Afgezien van de Porta Romana, een van de antieke toegangspoorten van de stad, en de Romeinse brug over de Tronto, de rivier die zich om het oude centrum kronkelt.

Een fonteintje in Ascoli Piceno

Het oude Ascoli is een goed bewaard gebleven juweeltje uit de middeleeuwse glorietijd van de stad die rijk werd als centrum van textielnijverheid. Die vergane glorie proef je nog goed als je kuiert door de smalle middeleeuwse straatjes – die hier, net als in Venetië, rue heten –, langs indrukwekkende patriciërswoningen, tientallen kerken en hoge verdedigingstorens die ooit het statussymbool waren van rijke families en die ook nu nog de skyline van Ascoli bepalen.

Olifant in travertijn

Wat vooral opvalt is het heldere wit van het travertijn waarin vrijwel het hele oude centrum is opgetrokken. Dat maakt Ascoli tot een van die Italiaanse ‘blanke steden onder azuren luchten’, waarmee Louis Couperus een eeuw geleden al dweepte. (Couperus’ vermoedelijke minnaar Giulio Lodomez, die in zijn werk figureert als Orlando, woonde trouwens in Ascoli, maar dit terzijde.)

Straat in Ascoli Piceno

Piazza Arringo en Piazza del Popolo

De voornaamste straten komen uit op twee pleinen die het toeristische visitekaartje van Ascoli vormen: Piazza Arringo en Piazza del Popolo. Aan het eerste, waar middeleeuwse volkstribunen hun redevoeringen (arringhe) hielden, ligt de Cattedrale di Sant’Emidio, een van oorsprong Romaans gebouw, waar in de Renaissance een rechthoekige façade voor is geplakt.

Dit is de Duomo van Ascoli Piceno

Het interieur van de dom oogt niet zo bijzonder, maar in een zijkapel bevindt zich een schitterend tiendelig, aan de beschermheilige gewijd, altaarstuk en een zeldzaam Byzantijns houten kruisbeeld uit circa het jaar 1000 met nu eens geen lijdende maar een triomferende Christus.

De Byzantijnse Christus

Fascinerend is ook de bijna duizend jaar oude crypte onder de bodem van de domkerk. Enkele booggewelven hier moeten nog gestut worden door houten staketsels als gevolg van de zware aardbeving die op 24 augustus 2016 Centraal-Italië teisterde.

Crypte in de dom van Ascoli Piceno

Het epicentrum lag niet ver van Ascoli, maar de stad is er zonder veel schade vanaf gekomen. Ongetwijfeld omdat de dom is gewijd aan de H. Emygidius, die geldt als beschermer tegen aardbevingen.

De Heilige Emygidius, beschermer tegen aardbevingen

Ernaast ligt het Battistero, het doopvont, een mooi achthoekig monumentje uit de 11e eeuw, dat gelukkig van barokke tierelantijnen vrij is gebleven en daarom ook meer authentiek middeleeuws overkomt dan de dom. 

Het Baptisterium in Ascoli

Aan het fraai rechthoekige Piazza del Popolo liggen het Palazzo dei Capitani del Popolo, de gekozen middeleeuwse stadsbestuurders, en de Chiesa di San Francesco: zo waren hier in de 14e eeuw wereldlijke en geestelijke macht zij aan zij geconcentreerd.

Kerk van Sint Franciscus

Caffè Meletti

Nu is het vooral Ascoli’s openluchtsalon, met cafés, restaurants en terrassen die een groot deel van het plein bestrijken. Het mooiste is het Caffè Meletti, dat in 1907 werd geopend in de toen populaire Jugendstil (of zoals de Italianen zeggen, stile liberty) en waar sindsdien niet veel is veranderd.

Een klassiek bruin café dus, waar een van de prodotti tipici van Ascoli wordt geschonken: de Anisetta Meletti. Deze mierzoete anijslikeur is fijner van smaak dan de veel bekendere Sambuca, zodat je er met een scheutje in de espresso een smakelijke caffè corretto mee maakt. Sommige ascolani doen dat al om 10 uur zondagochtend, zoals ik aan de toog van Caffè Meletti heb mogen constateren.

Olijven

Het andere streekproduct bij uitstek zijn de olive ascolane. Deze grote groene olijven worden ontpit, gevuld met een mengsel van gemalen vlees, ei, meel, groente en kruiden, en dan gepaneerd en gefrituurd. Overal in het stadscentrum zijn ze te koop, in het restaurant of op straat in de puntzak.

Ook elders in Italië kun je ze wel krijgen, maar – echt waar! – nergens smaken ze zo lekker als in Ascoli Piceno zelf. De echte olive ascolane moeten namelijk afkomstig zijn van de gelijknamige olijfsoort, die ongeveer zo groot is als een kwartelei, zacht van smaak en met stevig vruchtvlees en die alleen in de omgeving van Ascoli wordt verbouwd.

Voor industrieel vervaardigde gevulde olijven (die officieel niet ascolane mogen heten) worden meestal andere soorten gebruikt, die minder groot en sappig zijn. Als je de originele Ascolaanse specialiteit wil proeven, controleer dan of het inderdaad de Oliva Ascolana del Piceno is. Of kom zelf naar Ascoli.

Quintana

Twee dagen per jaar – in 2020 zijn dat 11 juli en 2 augustus – wordt Ascoli weer helemaal middeleeuws. Dat zijn de dagen van de Quintana, een kleurrijk stadsfeest met historische défilés, vendelzwaaiers en riddertoernooien. 

Oefenen voor de Quintana
Vaandeldragers voor de Quintana in Ascoli Piceno (foto: Victor Sokolowicz)

Wie nog meer van de traditie doordrongen wil worden, kan ook in middeleeuwse sfeer eten en slapen in de palazzi van wat ooit de twee machtigste families van de stad waren, in Ristorante Le Scuderie in Palazzo Malaspina en in Palazzo Guiderocchi, dat nu is getransformeerd in een gerieflijk hotel.

Meer weten over de bezienswaardigheden, winkels, restaurants en bezienswaardigheden in Ascoli Piceno? Download de plattegrond van de stad hieronder als pdf.

Vaandeldrager Ascoli Piceno

Offida

20 kilometer van Ascoli ligt Offida, een stadje van amper 5.000 inwoners waar ook de meeste Italianen nog nooit van hebben gehoord, maar dat als zo vaak in de Italiaanse provincie, onverwachte attracties herbergt.

Kantklossende vrouwen

Bij binnenkomst word je voor de stadsmuur verwelkomt door een sculptuur van drie generaties kantklossende vrouwen. Het antieke ambacht wordt in Offida nog altijd bedreven en is het laatste overblijfsel van de textielindustrie die ooit de rijkdom van de regio vormde. Het kleine stadsmuseum is dan ook grotendeels gewijd aan de historie van het kant.

Santa Maria della Rocca

Het voor dit stadje enorme gemeentehuis stamt uit de 13e tot 15e eeuw en is voorzien van sierlijke bogen en dito kantelen. Maar het mooiste dat Offida te bieden heeft, even buiten het centrum, is de kerk van Santa Maria della Rocca, die inderdaad op een stevige rots is gebouwd en daarom praktisch onneembaar was in de woelige tijden toen Offida partij moest kiezen in de voortdurende gevechten tussen Ascoli en het dichter bij de kust gelegen Fermo.

Het ongenaakbaar torenende Romaans-Gotische Godshuis wordt van binnen opgefleurd door heldere fresco’s waarvan een deel nog goed bewaard is gebleven. Onder de apsis ligt een knusse crypte en ook hier zijn houten versterkingen aangebracht na de aardbeving van 2016.

Wijnen uit Offida

Offida is verder bekend om zijn wijnen. De lokale witte Pecorino en Passerina en de Rosso Marche, die vooral van de Montepulciono-druif wordt gemaakt, van Offida zijn ook buiten Italië vermaard.

Terecht: provare per credere! 

Aart Heering

Geschreven door Aart Heering

Aart Heering, historicus en journalist. Woont 30 jaar in Italië en werkt momenteel voor de Nederlandse ambassade in Rome.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Winter Florence

Italië in januari

Giorgia Meloni

Column: ballen van staal