in ,

Dromen, durven, doen: op weg naar Italië – deel 3

Dé Italiaanse toelatingstest

Voorlopig blijft het bij 'la dolce vita' in de achtertuin (foto's: Martine van Groenigen)

De afgelopen weken voelde ik me Nederlandser dan Nederlands. Dag in dag uit hoorde ik mijzelf jammeren over het weer. Dé specialiteit van de Lage landen. Dat de lente in de lucht hangt, zie je aan alles. De bomen staan weer keurig in het blad, familie Koolmees heeft zich gesetteld in het vogelhuisje in onze tuin, maar het weer? La dolce vita in de achtertuin laat nog even op zich wachten.

Apérol schrijft geen boeken of columns

Elke keer verlang ik weer naar het schrijven van een nieuwe column. In de eerste plaats omdat ik zo ontzettend geniet van het schrijven over Italië. Daarnaast, en misschien nog wel sterker, omdat ik Italië altijd een klein beetje naboots tijdens het schrijven. Over mijn bureau ligt op dit moment een tafelkleed met knalgele citroenen en rechts van mij staat een vers ingeschonken Apérol Spritz. Dat het pas twee uur in de middag is, daar hebben we het niet over.

Hoe doen alle auteurs van de honderden mediterrane doktersromans dat toch? In the mood komen om goed te kunnen schrijven over daar waar de zon altijd schijnt, gaat op deze manier toch makkelijker dan met een warm bord stamppot en een beker karnemelk nietwaar? Heerst er onder schrijvers van mediterrane romans een stille ramp als het gaat om alcoholgebruik? Of zullen zij er na twee boeken achter zijn gekomen dat Apérol geen boeken schrijft en het anders een te dure hobby is?

Volgende keer probeer ik het op een espresso. Mocht mijn column dan als een cafeïnebom van hot naar her vliegen, dan weten jullie alvast hoe dat komt.

Waarom?

Enfin, over tot de orde van de dag en door naar het grote E-woord. Een aantal weken geleden verjaarde mijn Italiaanse zusje. Ineens werd ze 14 en was de tijd dat we samen tussen de barbies en het rekenhuiswerk zaten inderdaad héél ver weg.

Nog elke week heb ik contact met het gastgezin waar ik 5 jaar geleden woonde. Hier ontstond mijn liefde voor Italië en eigenlijk zijn zij de ‘boosdoeners’ van mijn Italian dream. Want daarvoor? Toen gruwelde ik van pasta’s en pizza’s en was het waarschijnlijk nooit in me opgekomen om voorgoed te willen vertrekken naar de Laars.

Ik heb daardoor, zoals je in de vorige column kon lezen, geen diepgaande why. Ik ben geen wereldverbeteraar, ik wil gewoon leven met de zon en er lijkt me geen geschiktere plek om dat te doen dan Italië.

En ja, ik weet dat in Italië ook niet altijd de zon schijnt. Toen ik van de week mijn Italiaanse mamíta sprak, was het eerste dat ze zei: ‘Ai Martina, ma perchè?‘ Maar waarom?! Tsja, waarom eigenlijk?

Waarom niet?

Van al die vragen gaat een mens toch twijfelen. Waarom wil ik dit eigenlijk? Ik heb het inderdaad toch ook goed in Nederland? En zoals André van Duin sprak op 4 mei is hij er trots op om Nederlander te zijn. Ik ook, maar kun je geen trotse Nederlander zijn in het buitenland?

Het lijkt erop dat je, wanneer je Nederland ‘verlaat,’ je ook jouw stukje Nederlanderschap moet achterlaten. Alsof je van de ether verdwijnt en ergens ver weg de hele dag op blote voeten in de druiven staat te stampen en loopt te flierefluiten in je niksie.

Alsof je vrienden straks alleen nog vrienden noemt omdat je elkaar met kerst een kaart stuurt. Alsof je je land echt in de steek laat. En ja, ik zie in dat dat misschien voor de thuisblijvers zo voelt.

Ik hoorde van de week zelfs al: ‘Ja maar over 5 jaar leef jij daar gewoon van de zon en zitten wij hier maar.’ Wat egoïstisch eigenlijk hè, dat emigreren en dat dromen van een leven elders!

Ik steek de gek nu aan, maar het lijkt wel alsof een emigratie pas echt wordt goedgekeurd als je ook daadwerkelijk bent vertrokken. Pas dan lijkt de vlag uit te gaan en zetten familie, vrienden en vage kennissen kruisjes in de agenda wanneer ze langs kunnen komen. Je moet je ontzettend bewijzen om ‘goedkeuring’ te krijgen. Ik ga me bijna schuldig voelen, is dat wel zo normaal?

Zelf la dolce vita creëeren

Onze achtertuin hebben we de afgelopen maand veranderd in een paradijs. Het overwoekerende onkruid dat er sinds de bouw van de jaren 30-woning groeide, maakte plaats voor een prachtige bloemen en planten. De Hortus van Haren, zoals mijn vader zegt.

De kwaliteit van leven is sterk vooruit gegaan en als ik ’s ochtends de gordijnen opendoe voel ik me trots. Niet alleen vanwege het bloed, zweet en tranen dat ervoor nodig was om de tegels te leggen, maar ook omdat ik op zo’n fijne plek woon. Waarom wil ik toch weg? De drang om te emigreren is er nog steeds, maar de haast is er iets minder. Althans, dat zeg ik nu wel, maar als ik morgen kan vertrekken dan zou ik gaan.

Toch staat ons avontuur voor nu nog even op de lange baan en houden we ons keurig aan het vijfjarenplan. Ik moet ten slotte eerst nog wat critici overtuigen en goedkeuring krijgen. Ook 5 jaar is al snel, hoor en merk ik om mij heen. Het is immers al mei en we moeten nog zo veel uitzoeken. We moeten zelfs nog uitzoeken wat er uit te zoeken valt.

Hoe beslis je bijvoorbeeld op welke regio je focust als je nog lang niet alle delen van het land hebt gezien en die deze zomer waarschijnlijk ook nog niet zult kunnen zien?

Ik ben op dit moment er geïntrigeerd door Perugia en omstreken, maar je moet niet denken dat ik er ooit ben geweest. Ga je dan af op verhalen uit tijdschriften en boeken? Hoe doet een mens dat?

‘Als je dit kunt maken, ben je een echte Italiaanse’

Het verhaal gaat verder

En dus dompelde ik mezelf na onrustige weken van twijfel weer onder in het Nederlands-Italiaanse leventje. Ik heb ‘Maandag Italië Dag’ in het leven geroepen, dé dag in de week dat ik me volledig in Italië waan. En zo stond ik vorige week op maandagochtend om half 10, 600 tortellini te vouwen om ’s middags tortellini in brodo te eten; mijn meest geliefde recept dat ik 5 jaar geleden mee terugnam naar Nederland.

Ik at het het liefst elke dag in Italië, maar na terugkomst had ik het nog nooit zelf gemaakt. De ‘angst’ om mijn Italiaanse leven en familie té erg te gaan missen was namelijk enorm. Toch was de drang en het gemis naar Italië en de famiglia nu te groot geworden.

Toen de bouillon eenmaal goed getrokken was, de tortellini boven kwamen drijven en de borden waren opgediend, appte ik mijn Mamíta een foto. ‘Bravissima Marty,’ zei ze en ze sprak de legendarische woorden: ‘Als je dit kunt maken, ben je een echte Italiaanse.

Alsof er een kilozak 00-bloem van mijn schouders viel, zo voelden deze woorden. Onze emigratie is goedgekeurd door een échte Italiaanse, de toelatingstest is gehaald. Nu kunnen we pas echt beginnen met plannen maken.

Ben jij geëmigreerd? Zo ja: hoe deed jíj dat?

Geschreven door Martine van Groenigen

In 2016 woonde Martine van Groenigen een half jaar als au pair bij een Italiaans gezin. Ze leerde er alle kneepjes van de Italiaanse keuken en verloor er haar hart. Niet aan een man, maar aan het land zelf. Sinds haar terugkomst is er geen dag geweest dat ze zich niet afvraagt ‘wat voor weer het zou zijn in De Laars.’ Op Dit is Italië schrijft ze enthousiast over haar eigen ervaringen in Italië en haar ‘Italian Dream’ die steeds dichterbij komt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Column: dingen die je vergeet als je een tijdje niet in Italië bent geweest (deel 4)

Etaleer je liefde voor Italië!