in ,

Dromen, durven, doen: op weg naar Italië – deel 4

‘Denk je echt dat het leven leuker is in Italië?’

Martine overdenkt het 5-jarenplan voor haar emigratie naar Italië aan de thuisbar (foto's: Martine van Groenigen)

‘Denk je echt dat het leven leuker is in Italië?

Je leest het goed: ik ben weer kritisch ondervraagd door de medemens. Nadat ik vorige maand mijn Italiaanse toelatingstest behaalde, kon ik renenen op veel ge-‘oh maar dat zegt nog niks over leven in Italië, hoor’.

Mijn tanden zijn erg kritisch bevoeld, maar één ding is nu zeker: Italië voor en Italië na. Als er zich op dit moment nog een beer op onze weg bevindt, vraag ik hem bij dezen het pad vrij te maken voor onze Italiaanse droom.

Comunque andare

De omstandigheden tijdens het schrijven van deze column zijn anders dan anders: het is half 10 op een zaterdagochtend en mijn vakantie is net begonnen. Normaliter waan ik me tijdens het schrijfproces altijd eventjes in de Laars, maar om half 10 ’s ochtends een wijntje inschenken gaat zelfs mij de pet te boven.

Een espresso aan eigen bar dan maar. Even voelt het weer alsof ik in Italië woon. Daar dronk ik iedere ochtend, voor mijn Papíto naar het werk vertrok, een espresso met hem in de plaatselijke bar. We namen de dag door, ik kreeg een opdracht om die dag uit te voeren en daar gingen we.

Hij vertrok naar zijn werk waar hij bij thuiskomst steen aan been over klaagde. Ik vertrok naar de Italiaanse les of liep te flierefluiten tot de kinders uit school kwamen waarna ik me vaak als een heuse voetbalmoeder naast het voetbalveld bevond.

Enfin: terug naar de realiteit. Het was even zoeken naar het muziekthema van vandaag. Ik zocht naar dé stem van Italië. Voor de een zal dat Pavarotti zijn, voor de ander misschien toch Laura Pausini.

Leuk weetje: Laura (ik mag Laura zeggen) leerde me mijn eerste Italiaanse zinnen. Door de eerste maand La Solitudine tot op het bot te vertalen en dag in dag uit met elkaar in de les te zingen, wakkerde bij mijn klasgenoten en mij de liefde voor de Italiaanse taal écht aan.

Maar: vandaag gaan we voor dé stem. Alessandra Amoroso. Als ik die muziek, en vooral de kraker Comunque andare hoor, waan ik me direct terug in de auto van mijn Mamíta waar de cd’s bijna letterlijk grijs waren gedraaid.

De ach-ja-dat-komt-wel-mentaliteit

Goed; zoals de titel al verklapt ben ik weer aardig aan de tand gevoeld afgelopen maand. De vakantieperiode is aangebroken en opmerkingen als: ‘Je wilt toch in Italië wonen, hoezo ga je er dan nu niet op vakantie?’ zijn eerder de regel dan de uitzondering.

Ik heb het tot nu toe volgens mij in bijna elke column gezegd, maar het lijkt wel alsof ik, sinds ik mijn droom heb uitgesproken, ook álles met mijn neus richting Italië moet doen. Het verbaast me eigenlijk dat ik mijn haar nog niet bruin heb geverfd en mijn alter-ego Martina boven water heb getoverd.

Je wordt cynisch van kritiek en als je je ‘oh zo grote dromen’ dagelijks moet verantwoorden, worden ze op een gegeven moment ook best normaal en bijna lacherig. Afgelopen week betrapte ik mijzelf op de gedachte: ‘5 jaar is veel te lang.’

En dat merk ik aan mijzelf. Een voorbereidingstijd van 5 jaar is in de regel vrij normaal, daar ben ik al achter, maar 5 jaar is op een mensenleven ook echt best wel heel erg lang. Het maakt dat ik nu dagelijks denk: ‘ach ja, dat komt wel.’

Me verdiepen in locaties? ‘Ach ja dat komt wel.’ En die hele ach-ja-dat-komt-wel-mentaliteit komt mij m’n neus uit. 

Denken in een andere taal

Met mijn uitstelmentaliteit behaal ik al jaren grote successen: eindexamens op de middelbare school bijvoorbeeld. Maar überhaupt: alles gaat beter met een beetje tijdsdruk en ik kan je zeggen dat ik die druk met een vijfjarenplan nou nog niet echt voel.

Italië roept mij en ik schreeuw om Italië. Ik hoor mijzelf erover praten alsof ik er al woon. Als ik ’s ochtends mijn kopje koffie drink, denk ik terug aan de bar op de hoek van de straat en geef ik mezelf weer een opdracht.

Vaak is dat: lees iets Italiaans of verdiep je in een nieuwe streek van het land. Wat me het meest heeft verbaasd: ik denk soms in het Italiaans. Afgelopen maand was mijn grote zus na 2 jaar (we weten allemaal waarom) eindelijk weer in Nederland.

Al sinds ik me kan herinneren, woont ze in verre oorden. Ze is een echte blonde latina met een heerlijk accent. Ik vroeg haar of ze nou in het Spaans of in het Nederlands denkt. Het hing er vanaf met wie ze sprak, maar meestal in het Spaans.

Behalve, en dat vond ik heel bijzonder, wanneer ze moet tellen. Dat doet ze nog steevast in het Nederlands en het blijkt dat dat het laatste is wat je overneemt in je nieuwe taal. Nou is tellen sowieso niet mijn sterke punt dus ik verwacht dat dat voor altijd een mengelmoes blijft.

Maar, tegenwoordig hoor ik mij, wanneer iemand me verkeerd inhaalt op de fiets, temperamentvolle scheldwoorden denken. Ook wanneer ik aan het koken ben of een recept ontwikkel noteer ik alles in het Italiaans.

Ik denk dat dat een heel goed teken is; mijn alter-ego Martina is in mijn hoofd al terug. Al moet ik met dat temperamentvolle gescheld zorgen dat het bij gedachten blijft.

De Italiaanse cappuccino’s aan de bar waren ook niet vervelend…

Meer, meer, meer hoeft niet… meer

Of ik echt denk dat het leven in Italië leuker is? Ik verbaas me over deze vraag die ik vaak krijg. Tuurlijk is het leven (voor mij) leuker in Italië, anders kan ik net zo goed hier blijven.

Het is misschien niet beter dan in Nederland of allemaal net zo goed geregeld, maar het hoeft ook niet altijd meer, meer, meer. Italië is heerlijk chaotisch, het gaat er allemaal net even iets minder serieus en gehaast dan hier en dan ben ik nog niet eens begonnen over het fantastische temperament.

Zelfs gister vroeg iemand me nog of ik denk dat het leven daar echt leuker is. En ja: dag in dag uit lijkt het leven me er leuker dan in Nederland. Lijkt het leven me er uitdagender dan hier in Nederland en lijkt het me vooral zo heerlijk om er te wonen en van vooraf aan te beginnen.

Je ziet het niet, je hoort het ook niet, maar sinds een paar weken schijn ik een tinteling in mijn ogen te hebben als ik over ‘mijn’ Italië praat. En dat geloof ik zeker. Ik weet zekerder dan ooit dat ik naar Italië moet en zal.

En zoals Alessandra zegt: comunque andare. Ga hoe dan ook. En zo is dat. Ook mijn opstandigheid brengt me al jaren op heel fijne plekken.

Nederlanders en Vlamingen in Italië; is het leven echt leuker in Italië? Ik praat er graag met jullie over. Stuur me een mail via martinevangroenigen@gmail.com of reageer op deze column en we spreken elkaar snel.

Geschreven door Martine van Groenigen

In 2016 woonde Martine van Groenigen een half jaar als au pair bij een Italiaans gezin. Ze leerde er alle kneepjes van de Italiaanse keuken en verloor er haar hart. Niet aan een man, maar aan het land zelf. Sinds haar terugkomst is er geen dag geweest dat ze zich niet afvraagt ‘wat voor weer het zou zijn in De Laars.’ Op Dit is Italië schrijft ze enthousiast over haar eigen ervaringen in Italië en haar ‘Italian Dream’ die steeds dichterbij komt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het nieuwe horlogemerk Titanio Watches: draag Italië om je pols

Groeten uit de Laars deel 3: Benjamin en zijn Vespatours