in , , , ,

Het getto van Rome

Joodse wijk Rome: het begin van Via Portico D’Ottavia, met rechts de Joodse school (foto's: Aart Heering)

“Aangezien het uitermate bespottelijk en ongepast is dat de Joden, die door hun eigen schuld tot eeuwigdurende slavernij zijn veroordeeld, (…) het recht menen te hebben om te midden van christenen te wonen, zelfs vlak bij kerken en in de mooiste straten, hebben wij besloten om daar een eind aan te maken en dat (…) alle Joden in een van de christelijke woningen gescheiden stadsdeel moeten leven, met één enkele in- en uitgang.”

Zo begint de pauselijke bul Cum nimis absurdum, waarmee Paulus IV, een voormalige inquisiteur, in 1555 het joodse getto van Rome instelde. Dat was een paar jaar na de creatie van het eerste ghetto, dat van Venetië, dat ook zijn naam heeft gegeven aan de latere joodse wijken.

(Het woord is afkomstig van het Venetiaanse geto: gieterij, omdat de aangewezen wijk lag op het terrein waar voor die tijd de kanonnen van de stad werden gegoten. In het Italiaans schrijf je trouwens ghetto, omdat getto zou worden uitgesproken als dzjetto.)

De joden van Rome, die al sinds het begin van onze jaartelling een kleine maar levendige gemeenschap vormden, werden gedwongen samengebracht in 130 huizen in de wijk Sant’Angelo, waar al veel joden woonden, tussen de Tiber, het Piazza de’ Cenci (nu Piazza delle Cinque Scole) en de Via di Pescaria (nu Via del Portico d’Ottavia).

Aan het begin van de 19e eeuw kwam daar nog een stuk bij tot aan het Piazza Mattei, dat van de ‘Schildpaddenfontein’.

Kaart van het joodse getto van Rome, vroeger en nu

Opgesloten in het getto

Drie eeuwen lang, tot 1870, waren de joden van Rome letterlijk opgesloten in het getto, waarvan elke avond de poorten op slot gingen. Het was een plek van schrijnende armoede: omdat joden zich niet mochten aansluiten bij de gilden waren bijna alle beroepen voor hen verboden.

De handel in vodden was wel toegestaan en van daaruit ontwikkelden zij zich tot kleermakers en stoffenhandelaren. Een paar joodse families in Rome houden die traditie nog in ere.

Door zijn geringe oppervlak was de joodse wijk chronisch overbevolkt, ook door de komst van joodse ballingen uit Spanje, Portugal en Zuid-Italië. Overstromingen van de Tiber zetten de huizen regelmatig onder water, de pausen lieten de joden hoge belastingen betalen en predikers werden ingezet om hen tot het ware katholieke geloof te brengen. Overigens zonder veel succes.

Bevrijd

In 1870, toen Rome bij het jonge Koninkrijk Italië werd gevoegd en de Pauselijke Staat ophield te bestaan, was de opsluiting voorbij. De joden mochten zich vrij vestigen, aan het beroepsverbod kwam een eind en van 1907-13 kreeg Rome zelfs een joodse burgemeester in de persoon van Ernesto Nathan, die nog altijd geldt als een van de beste bestuurders die de stad ooit heeft gehad.

In 1882 werden de krotten van het voormalige getto met de grond gelijk gemaakt, om plaats te maken voor brede straten, ruime woningen, een grote joodse school en een indrukwekkende synagoge. Tegelijk werd de Tiber ingedijkt, waardoor de overstromingen tot het verleden behoorden en het (voormalige) getto zijn huidige aanzicht kreeg.

De kaalslag van het oude getto in 1882 (foto: Museo Ebraico)

Maar aan de Emancipatie, zoals deze periode door de Italiaanse joden wordt genoemd, kwam een bruusk einde toen in 1938 het regime van Mussolini een antisemitisch offensief inzette en de joden hun verworven rechten weer verloren. (Dat is ruim voor de Duitse bezetting, dus als Italianen je vertellen dat het antisemitisme in Italië niet voorkwam, geloof ze dan niet. Maar dit terzijde.)

De Corriere della Sera van 11-11-1938, met de aankondiging van de anti-joodse wetten (foto: Museo Ebraico)

Vervolgd

Het trieste dieptepunt kwam op 16 oktober 1943, met een Duitse razzia in het ex-getto, waar de meeste Romeinse joden toen nog woonden. In totaal 2.092 mannen, vrouwen en kinderen werden bijeengebracht op het pleintje voor het Portico d’Ottavia en vervolgens afgevoerd naar Auschwitz-Birkenau, vanwaar maar enkele tientallen terugkeerden.

Na de oorlog heeft het lang geduurd voor het getto zijn oude levendigheid weer terug had, maar sinds de jaren 80 is het er geleidelijk aan drukker geworden. Voordien was het een karakteristiek maar rustig stukje Rome, waar toeristen de Romeinse oudheden bewonderden en gourmets zich te goed deden aan de klassieke joods-Romeinse keuken.

Door de komst van steeds meer, aanvankelijk vooral Amerikaanse, joodse en niet-joodse toeristen zijn er tientallen koosjere eethuizen en winkeltjes met judaïca bijgekomen, waardoor het getto nu weer een springlevend centrum van joodse cultuur en een toeristische trekpleister van de eerste orde is.

Zo, dat was een lange inleiding, maar nu weet je bij de routebeschrijving tenminste waarover het gaat.

Portico d’Ottavia, het hart van de joodse wijk in Rome

Als je vanaf het Largo di Torre Argentina, met zijn Romeinse tempelresten en middeleeuwse wachttoren, de Via Arenula afloopt en dan afslaat naar de Via di Santa Maria del Pianto, genoemd naar een van de vele wenende Madonna’s die het Roomse pantheon rijk is, dan kom je uit op de voornaamste straat van het getto, de Via del Portico d’Ottavia.

Nummer 1 is een adres dat iedere zoetekauw in Rome kent, de pasticceria (banketbakkerij) Boccione Limentani, met lekkernijen als de nocchiata, balletjes van in honing gefrituurde noten, en de pizza dolce ebraica, de ‘zoete joodse pizza’: ongerezen koeken met pijnboompitten, amandelen en gekonfijte vruchten.

De Joodse banketbakkerij

Behoorlijk zwaar, maar heerlijk, en er staat meestal ook een rij wachtenden voor de deur. Boven de gevel van nummer 2 zie je een Latijnse inscriptie waarin koopman Lorenzo Manili vermeldt dat hij zijn huis hier heeft laten bouwen in het jaar 2221 ab urbe condita, ofwel na de stichting van Rome, dus in 1468.

Het opschrift van Lorenzo Manili

Aan de overkant ligt het gebouw van de joodse scholengemeenschap, niet de enige maar wel de grootste Israëlitische onderwijsinstelling van Rome. Aan de muur hangen de vlaggen van Italië, EU en Israël en bij het uitgaan van de school houden carabinieri en burgers de wacht.

De herinnering  aan de aanslag van 1982, toen een Palestijns commando schietend de Romeinse synagoge binnendrong en een tweejarig jongetje vermoordde, is in het getto nog springlevend.

Het plein voor de hoofdingang van de synagoge is genoemd naar het slachtoffertje van de terroristische aanslag van 1982

Verder naar rechts kom je uit op het Piazza delle Cinque Scole, genoemd naar de 5 synagogen (scola = sjoel) met hun verschillende (Italiaanse, Castiliaanse, Catalaanse) riten, die hier stonden vóór de kaalslag van het oude getto en de bouw van de huidige synagoge.

Piazza delle Cinque Scole

Naast de achtergevel van de kerk van de huilende Maria vind je hier Sora Margherita, een van de weinige overgebleven ouderwetse trattorie waar nog altijd goed Romeinse burgerkost wordt geserveerd voor een schappelijke prijs.

Trattoria Sora Margherita

De fontein aan de andere kant van het plein is een replica van het barokke kunstwerk, dat vóór 1882 op het Piazza Giudia (het voormalige Jodenplein) stond, de toenmalige toegang tot het getto. Vandaar heb je zicht op de ruime eind 19e-eeuwse Via Catalana op de plaats van de straat die voor de sloop naar de synagoge van de Spaanse immigranten voerde.

Boetieks, cafés en koosjere restaurants

De eerste zijweg links, de Via Reginella, in de jaren 90 nog een verwaarloosde achterafsteeg, is nu een gezellige winkelstraat met kleding boetieks (bijv. Marta Ray op nr. 4), kunstgaleries als Alefbet van beeldhouwer Gabriele Levy (op nr. 25) en de Erboristeria (kruidenwinkel) Officinaturale (nr. 3), waar je voor anderhalve euro een handzame overzichtskaart kunt kopen van het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ getto.

De weg komt uit op Piazza Mattei, met het gelijknamige Palazzo, waar ooit de familie huisde die de sleutels van de toegangspoorten tot het getto beheerde. Maar het plein is vooral bekend door de barokke Fontana delle Tartarughe, de vermaarde, bijna net zo vaak als de Trevifontein gefotografeerde, ‘Schildpaddenfontein’ met haar sierlijk drinkende reptieltjes.

Piazza Mattei: de Schildpaddenfontein met op de achtergrond eetcafé Le Tartarughe

Ertegenover ligt eetcafé Le Tartarughe, waar je na een stadswandeling even op adem kunt komen, ook omdat het hier meestal vrij rustig is. En als er bij de Tartarughe geen plaats is, dan kun je aan de overkant terecht bij een gezellige osteria, die zachte San Daniele ham serveert met bijpassende wijnen.

Van het plein ga je dan weer terug via de smalle, rustieke Via di Sant’Ambrogio, de weg van de H. Ambrosius: het getto was niet voor niets omsingeld door kerken en heiligen.

Via di S. Ambrogio

Terug op de hoofdstraat kom je terecht in een gastronomisch Jeruzalem. Nog niet zo lang geleden had je in Rome twee vermaarde joodse restaurants: het populaire Giggetto al Portico d’Ottavia en het meer luxe Piperno even verderop aan Via Monte de’ Cenci. Beide serveren nog altijd lokale joodse specialiteiten als carciofi alla giudia, dubbel gefrituurde artisjokken, en aliciotti all’indivia, een hartige taart gevuld met ansjovis en andijvie, maar daarnaast ook klassieke niet koosjere Romeinse gerechten.

In de afgelopen jaren is er een dozijn meer orthodoxe gelegenheden bij gekomen, die wél koosjer willen zijn en een interessante mix bieden van plaatselijke joodse gerechten en invloeden uit Noord-Afrika en het Midden Oosten.

Zo serveert Ba’ Ghetto couscous, falafel en burik, maar ook koosjere pizza en bucatini all’amatriciana met droog rundvlees in plaats van spek. Wie zich aan strikte spijswetten houdt, kan terecht bij Ba’ Ghetto Milky, dat geen vlees, schaal- en schelpdieren op de kaart heeft, maar wel vis, koosjere kaas en onder rabbinaal toezicht vervaardigde wijn.

Kortom, ruime keus in een klein straatje. En te midden van het culinair geweld zou je haast vergeten dat achter de uitspanningen aan de antieke kant van de straat ook nog renaissancegevels en een middeleeuwse toren schuilgaan in wat toen de woningen waren van de bemiddelde families Fabi (op nr. 13) en Grassi (nr. 25).

Limentani, een begrip in Rome

Voorbij de restaurants, waar de weg naar rechts buigt, kom je langs de etalage van een zaak die in Rome een begrip is: Leone Limentani, in huishoudelijke artikelen sinds 1820.

De spiegelende etalage van Limentani

Het bedrijf, inmiddels gerund door de zevende generatie, verzorgt al sinds mensenheugenis de bruiloftslijsten voor Romeinse jonggehuwden en is nu gespecialiseerd in porselein, zilver en luxe keukengerei. Een kijkje binnen is de moeite waard. Er tegenover staat de monumentale porticus, die de straat haar naam heeft gegeven.

Portico d’Ottavia

Deze werd tussen 27-23 v.Chr. opgericht door Augustus, de eerste keizer van Rome, ter ere van zijn zuster Octavia. Toen gaf hij toegang tot een tempel van oppergod Jupiter en nu tot de Chiesa di Sant’Angelo in Pescheria. Die kerk heet zo, omdat tot aan de sloop van het oude getto in het portico de stedelijk vismarkt (pescheria) werd gehouden.

Het verzamelplein van de razzia

Verderop links, aan het pleintje waar op 16 oktober 1943 de joden van het getto bijeen werden gedreven en dat daarom naar die lugubere datum is genoemd, ligt het Casina dei Vallati, een herenhuis uit de late Middeleeuwen. Er is nu een klein Museo della Shoah gevestigd, dat in 2015 werd geopend met een tentoonstelling over Anne Frank.

Casa dei Vallati

Naast het Casina heb je een prachtige doorkijk naar het antieke Theater van Marcellus.

Doorkijk naar het Theater van Marcellus

‘Abtransportiert durch SD’

Er tegenover ligt de – ook door carabinieri bewaakte – synagoge die aan het begin van de vorige eeuw in de plaats kwam van de 5 eerdere joodse godshuizen die bij de sanering van 1882 waren gesloopt.

Het is een opmerkelijk bouwwerk, waarin verschillende stijlen in elkaar zijn verweven. In de eerste plaats de Romeinse barok, met zijn indrukwekkende zuilen, gewelven, gebrandschilderde ramen en een 46 meter hoge koepel. (Een meter minder dan die van de Sint Pieter, want daar mocht natuurlijk niet overheen gegaan worden.)

Zo werd de synagoge ook een verzinnebeelding van de hervonden trots van de joodse gemeenschap. Andere elementen zijn duidelijk geïnspireerd door de herkomst van het joodse volk: Hebreeuwse opschriften, Babylonisch aandoende gevleugelde figuren, menorahs. Gestileerde bloemmotieven en sierlijke non-figuratieve decoraties laten zien dat de ontwerpers ook beïnvloed waren door de Jugendstil (in Italië bekend als stile liberty) die toen en vogue was.

In het gebouw is ook het Joods Museum ondergebracht, waar de historie van de joden van Rome is samengevat in 7 zalen met antieke joodse grafschriften, geborduurde mantels van torah-rollen, pauselijke oekazes en impressies van de kaalslag van het oude getto.

Een interessante zaal is gewijd aan de historie van de Libische joden die in 1968 door Kadaffi het land uit werden gegooid en van wie er veel totaal berooid in Rome terechtkwamen.

Natuurlijk komt ook de oorlogstragedie aan bod, en dan is het toch wel schokkend als je net om de hoek langs de etalage van Limentani bent gekomen en nu in een tijdsdocument genoteerd ziet hoe ene Mario Limentani op 10 april 1944 is abtransportiert durch SD, de geheime dienst van de nazi’s. (De ingang van het museum ligt aan de Lungotevere Cenci. Van daaruit worden rondleidingen verzorgd in de synagoge, waarvan de hoofdingang zich bevindt aan de Via del Tempio.)

Langs het ‘kleine Colosseum’

Een korte archeologische wandeling voert tenslotte het getto uit naar het Theater van Marcellus, ook wel bekend als het ‘kleine Colosseum’, hoewel het met een diameter van 130 meter nou ook weer niet zo klein was.

Dit werd in 13-11 v. Chr. aangelegd op last van Augustus en opgedragen aan zijn neef en schoonzoon Marcellus, die op 21-jarige leeftijd was gestorven. (Vermoedelijk vergiftigd, dat gebeurde in die tijd wel meer.)

Hoewel het theater eeuwenlang als marmergroeve, bastion en paleis is gebruikt, staat een flink deel van het origineel er nog. Dat zie je goed als je het voetpad neemt dat hier een paar jaar geleden tussen de opgravingen is aangelegd, met rechts de bogen van het antieke bouwwerk en links een voormalige herberg voor middeleeuwse handelsreizigers en de 3 overgebleven zuilen van een uit de 5e eeuw v. Chr. stammende Apollo-tempel.

Theater van Marcellus

Het pad komt uit op de drukke Via Petroselli en als je dan nog puf hebt, dan heb je meteen een reeks Romeinse topattracties vlakbij: Piazza Venezia, de Bocca della Verità en het Tibereiland.

Geschreven door Aart Heering

Aart Heering, historicus en journalist. Woont 30 jaar in Italië en werkt momenteel voor de Nederlandse ambassade in Rome.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ghetto Rome

Italië is weer open!

pizza-automaat

🍕 Pizza uit de automaat: aanwinst of ketterij?