in , , ,

La Strada Regia delle Calabrie: een reis langs de Koninklijke Weg van het Zuiden (deel 1)

De Vesuvius boven Herculaneum aan de Strada Regia (foto's: Aart Heering)

La Strada Regia delle Calabrie was rond het jaar 1800 – toen nog gesproken werd van Noord- en Zuid-Calabrië – de voornaamste doorgaande weg tussen Napels en Reggio di Calabria. Na de Italiaanse eenwording in 1860, die het eind betekende van het Zuid-Italiaanse koninkrijk, nam het belang af. Met de aanleg van de Autostrada A2, van Salerno naar Reggio di Calabria, in de jaren 60 van de vorige eeuw, raakte de oude weg in de vergetelheid.

Het traject van La Strada Regia delle Calabrie (bron: Archeoclub d’Italia)

Maar in de afgelopen 5 jaar heeft architect Luca Esposito het tracé weten te reconstrueren. Daarbij baseerde hij zich op antieke kaarten, historische verhandelingen, reisverslagen, archeologische vondsten en hulp van wetenschappers, gemeenten, gewesten en omwonenden.

La Strada Regia delle Calabrie, de studie van Luca Esposito

Al doende stuitte hij op allerlei overblijfselen waar tientallen jaren niemand meer naar omgekeken had: mijlpalen, antieke kerkjes, overlappingen met de Romeinse weg uit de 2e eeuw v. Chr., een antieke Romeinse brug, voormalige taveernen en sterke staaltjes van 18e-eeuwse ingenieurs.

De weg voert ook door de stad Salerno, langs de grotten van Pertosa en het vermaarde kartuizerklooster van Padula. Het is de bedoeling dat de voormalige Strada Regia een cammino wordt, een route voor wandelaars en fietsers. Ik heb onlangs een voorproefje genoten van het eerste deel, van Napels tot aan Casaletto Spartano in het uiterste zuiden van Campania.

De Gouden Mijl

De tocht begint met de Miglio d’Oro, in de Napolitaanse voorstad Portici tussen de vierde en de vijfde mijlpaal van de Strada Regia. De ‘gouden mijl’ ontleent zijn naam aan de luxueuze herenhuizen die de Napolitaanse adel hier liet bouwen in de jaren na 1738, toen Zuid-Italië een onafhankelijk koninkrijk werd. (Daarvoor werd het door Spaanse en Oostenrijkse onderkoningen bestuurd.) 

Mijlpaal nummer IV

Koning Carlo di Borbone liet hier een Reggia, een koninklijk paleis, bouwen waar de Strada Regia onderdoor liep. De nieuwbakken vorst wilde niet onderdoen voor zijn rijke collega’s in Wenen en Parijs en dat is te zien aan de overvloedige beschildering van muren en wanden. Daarbij werd grif gebruik gemaakt van het trompe l’oeil met gefingeerde balustrades om de zalen nog een verdieping hoger te laten lijken.

De Reggia di Portici verloor met de Italiaanse eenwording haar functie en is later een eeuw lang in gebruik geweest als Hogere Landbouwschool. Maar in de afgelopen jaren is ze opgeknapt en opengesteld voor het publiek, net als de bijbehorende prachtige botanische tuin.

Een praktisch puntje: de Reggia en het nabije Herculaneum zijn vanuit het centrum van Napels gemakkelijk te bereiken via het station Portici van de metro of de Circumvesuviano, de plaatselijke boemel die ook in Pompeï stopt.

Van de zogeheten Ville delle Delizie, de adellijke lustoorden, zijn er 122 bewaard gebleven. Veel zijn nu in gebruik als hotel, B&B of kantoor en 4 ervan zijn te bezichtigen.

De grootste daarvan is de Villa Campolieto, die op de gestolde lavastroom van 1649 werd gebouwd door architect Luigi Vanvitelli, de kleinzoon van de uit Amersfoort afkomstige en in Rome rijk geworden schilder Kasper van Wittel. 

Ook deze villa is rijk ingericht en biedt een fraai uitzicht op de Baai van Napels en op de toch altijd wat dreigend ogende Vesuvius. Binnen de villa is een klein museum ingericht met materiaal uit het vlakbije Herculaneum en een in de 18e eeuw ontwikkeld apparaat om verkoolde maar niet verbrande boekrollen te ontcijferen. (Nu gaat dat een stuk sneller met lasers en kunstmatige intelligentie.) 

De eerste dag wordt afgesloten in de Trattoria Tubba Catubba, een uitdrukking in dialect die je kunt vertalen als ‘dronken zwalken’. Een ober met een getatoeëerd portret van Maradona op zijn bovenarm zet ons de plaatselijke specialiteit voor: zitti allo scarpariello, een korte pasta ‘op de manier van de schoenmaker’, met basilicum, knoflook, Spaanse peper en gesmoorde piennoli, kleine puntige tomaten die alleen op de hellingen van de Vesuvius worden verbouwd. 

Herculaneum

Tegen Portici aan ligt Ercolano, een op zich weinig aantrekkelijke stad die is gebouwd op het antiek Romeinse Herculaneum, dat in het jaar 79 verdween onder golven as, puin en lava. Twee jaar geleden heb ik al een artikel gewijd aan deze ‘kleine broer van Pompeï’, dus ik dacht dat er voor mij weinig nieuws te melden viel.

De Strada Regia in Ercolano

Dat bleek niet het geval. In Herculaneum zijn organische resten beter geconserveerd dan in Pompeï zodat houten meubels, huisraad en voedsel goed bewaard zijn gebleven. In totaal gaat het daarbij om zo’n 5.000 objecten, waarvan een klein deel – met onder meer een tweepersoonsbed, een ladekast en een huisaltaar – sinds kort tentoongesteld is in het kleine museum naast de opgravingen.

Deze unieke overblijfselen brengen ons dicht bij het dagelijks leven van 2.000 jaar geleden. Om Herculaneum weer het karakter te geven van een levende stad worden momenteel kopieën gemaakt van de meubels – de originelen worden niet blootgesteld aan de buitenlucht en de bezoekers – om de nu nog lege woningen in te richten.

Kortom, Herculaneum is een stuk kleiner dan Pompeï en trok vorig jaar 600.000 bezoekers tegen de 4 miljoen van Pompeï, maar is misschien wel net zo veel de moeite waard van een bezoek.

Salerno

Verder zuidwaarts leidt de ‘koninklijke weg’ door Salerno, dat (na Napels) de op één na grootste stad is van het gewest Campania. Anders dan in dorpen die de Strada rechttoe rechtaan doorsnijdt, kronkelt zij zich in Salerno door eeuwenoude straatjes en stegen.

De Strada Regia komt Salerno binnen

Zoals de Via Giovanni da Procida, waar je kunt kiezen tussen een rijke verzameling visrestaurants, en de Via Mercanti, met leuke terrasjes. Op straat kun je koperen gedenkplaten aantreffen met de namen van vermaarde artsen uit de 10e tot de 12e eeuw, toen Salerno de bekendste medische school van Europa rijk was.

Herinneringsplaat voor een 12e-eeuwse arts

Restaurants en banketbakkers bieden Salernitaanse specialiteiten aan als milza alla salernitana (met kruiden gevulde milt) en scazzetta del cardinale(kardinaalsmuts), een met likeur verrijkte cake met aardbeienglazuur. Al met al maakt Salerno een levendige indruk, met dat beetje rustieke verwaarlozing dat de stad ook vooral moet houden.

De Kardinaalshoed: de cake van Salerno

Het hoogtepunt van elk bezoek aan Salerno is de kathedraal, die tussen 1080-85 werd gebouwd in opdracht van de Normandische hertog Robert Guiscard die kort daarvoor de stad had veroverd op de Longobarden.

Het is een indrukwekkend romaans bouwwerk met versieringen die wijzen op Arabische invloeden, onder meer op de kansel, wat niet verwonderlijk is voor een havenstad die in die tijd handel dreef met Noord-Afrika.

Op de façade heeft een Armeense pelgrim een smeekbede gebeiteld aan de evangelist Mattheüs, wiens stoffelijke resten nu rusten in de uitbundig beschilderde crypte onder de kerk. Zij zouden rond het jaar 950 langs ondoorgrondelijke wegen zijn terechtgekomen in Salerno. 

Cava de’ Tirreni

We blijven nog even in de Middeleeuwen, wanneer we langs de kust het tracé van de Strada Regia volgen over wat nu de Strada Statale 19 is. Als je afslaat bij Vietri kom je uit op de vermaarde Costa Amalfitana, maar wij gaan landinwaarts in de richting van de Monti Lepini, waar verscholen in groen loofwoud de Abbazia territoriale della Santissima Trinità di Cava de’ Terreni ligt.

De Abdij van Cava

Een hele mond vol voor een abdijcomplex dat eeuwenlang hier in de regio de dienst uitmaakte, ook in politiek en economisch opzicht. De monniken beschikten zelfs over een eigen handelsvloot. Het begon allemaal nederig en simpel met een vrome edelman, de H. Alferius, die zich hier in 1011 terugtrok in een grot voor gebed en overpeinzing.

14 jaar later gaf de toenmalige Longobardische heerser hem toestemming om een kerk te bouwen en een geloofsgemeenschap te stichten, die bekend zou worden als de Ordo Cavensis, de Orde van Grot, een congregatie in haar topjaren 170 abdijen, 300 kerken en duizenden monniken telde. In de Abbazia leven nu nog 7 monniken.

We betreden het complex via de abdijkerk, waar een klein orkest zich voorbereidt op een huwelijk. Daarachter bevindt zich een kloosterhof onder een overhangende rotswand. Het stamt uit de 13e eeuw en het leuke ervan is, dat bij de bouw uitgebreid gebruik is gemaakt van materiaal uit gesloopte antiek Romeinse gebouwen, zodat de verschillende zuilen en kapitelen totaal niet bij elkaar passen.

Waarschijnlijk voor de sier zijn in de ommegang ook een paar antieke sarcofagen geplaatst. Een verdieping lager kom je terecht in de ‘Longobardische begraafplaats’, een kale en daardoor suggestieve crypte met zuiltjes uit de 9e en 10e eeuw.

De abdij bezit verder een bibliotheek met een unieke verzameling boeken en oorkonden, waaronder een Visigothische bijbel uit de 9e eeuw en een notarieel document uit 792, waarin de hoogte wordt vastgesteld van de zogeheten morgengift, een bedrag dat volgens de Germaanse wet een echtgenoot moest uitkeren aan zijn vrouw als de eerste huwelijksnacht naar wens was verlopen.

Het document ui 792

Cava de’ Tirreni (genoemd naar de Tirreni, ofwel de Etrusken die hier ooit huisden) zelf ligt op kilometer van de abdij. De Strada Regia loopt hier weer recht door de stad, geflankeerd door portici, overdekte wandelgangen. Dat is uitzonderlijk voor Zuid-Italië, waar het minder vaak regent dan in het noorden en een droge doorgang dus ook minder nodig is. Maar Cava had als handelsstad contacten met steden als Genua en Venetië en nam hun voorbeeld over.

Het toeval wilde dat wij juist op de dag van het grootste feest van de stad in Cava de’ Tirreni waren. Dat is het Festa di Montecastello, op 11 juni, wanneer de hele stad, burgemeester en bisschop voorop, het heuglijk feit van vieren dat op die dag in 1657 het Allerheiligst Sacrament de stad verloste van de pest, waaraan toen al de helft van de bevolking was bezweken. Zodoende paraderen 1200 cavesi in historische kostuums voor nog eens zoveel toeschouwers, wat een opmerkelijk spektakel oplevert.

Wordt vervolgd

Written by Aart Heering

Historicus die al meer dan 30 jaar in Italië woont, waarvan 20 als journalist en 12 als medewerker pers en politiek van de Nederlandse ambassade in Rome. Is sinds mei 2022 weer werkzaam als journalist. Actief lid van de Gruppo del Gusto, de gourmetgroep van de buitenlandse persvereniging in Rome.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het strand van Positano met een bordje dat toeristen verwelkomt

Waarom de zomervakantie in Italië bijna 3 maanden duurt

Heet straatje in Florence

Op vakantie naar Italië? Let op: nieuwe hittegolf op komst