in , ,

Basilicata en het Laatste Avondmaal

Matera in Basilicata (foto's: Aart Heering)

Een journalistenreis naar Basilicata midden in de pandemie, daar moest ik wel even over peinzen. Maar toen duidelijk was dat de coronavoorschriften – afstand, mondkapjes, reinheid en maar 8 deelnemers van de buitenlandse pers in Rome en Milaan – nauwkeurig zouden worden gerespecteerd, was de beslissing toch gauw genomen. Ook omdat deze zuidelijke regio tot voor kort nog bijna covid-vrij was en we zo de normaal druk bezochte attracties van een stad als Matera voor ons alleen zouden krijgen.

De ligging van Basilicata (bron: Wikimedia)

Dat is inmiddels een stuk moeilijker geworden: op de voorlaatste dag van ons verblijf werd in heel Italië voor cafés en restaurants een avondklok (dicht om 18 uur) ingevoerd, zodat wij vrijwel letterlijk het laatste avondmaal in Basilicata hebben genuttigd. Maar het bezoek was de moeite waard en dat is Basilicata zeker ook. 

Wilde rughetta (raket) in de straten van Matera

Basilicata of Lucania?

Het dun bevolkte Basilicata telt slechts 560.000 inwoners, die bekend staan als Lucani. Dat komt omdat er nogal wat verwarring bestaat rond de naam van de regio. De term Basilicata werd gebruikt sinds de 7e eeuw en is afgeleid van basilikos, de titel van de Byzantijnse gouverneurs uit die tijd.

Onder het fascisme werd men niet graag herinnerd aan deze vreemde overheersing taboe en werd het gewest herdoopt in Lucania, een nog veel oudere, van oorsprong Griekse naam die waarschijnlijk teruggaat op de inheemse stam van de Lucani. Na de val van het fascistisch regime werd dat besluit teruggedraaid en sindsdien is het gebruik van de term Lucania officieel verboden en spreken we weer van Basilicata.

Amaro Lucano

Het probleem daarbij is, dat het bijvoeglijk naamwoord daarvan, basilicatese, zo lelijk klinkt dat niemand het in de mond neemt. Zodoende noemen de bewoners zich nog steeds Lucani en is de kruidenlikeur Amaro Lucano een van de bekendste producten van de streek.

Matera, de stad van de grotten

De eerste stop was meteen het pronkjuweel van de regio, Matera, de stad van de duizend grotten. De oude stad, met haar steile en smalle straatjes, eeuwenoude egaal in calcare dorato (licht gulden kalksteen) gebouwde woningen en talloze grotten en rotsgangen, leent zich voor historische en sprookjesachtige vertellingen, maar dat is lang niet altijd zo geweest. Aan het begin van de vorige eeuw waren de Sassi (stenen) di Matera, de naam waaronder het antieke centrum bekend staat, een toonbeeld van verloedering, honger en malaria, die gold als een ‘nationale schandvlek’.

In de jaren 50 werden ze daarom ontruimd en de bewoners ondergebracht in nieuwbouw. Het oude Matera werd een spookstad, totdat in 1986 de regering een grootscheepse restauratie inzette, waarna de Unesco in 1993 de Sassi di Matera tot cultureel werelderfgoed verklaarde.

Huiselijk tafereel

Sindsdien is Matera bekend geworden als toeristisch centrum, culturele hoofdstad van Europa in 2019 en set van films als Mel Gibson’s bloederige Passion of Christ (2004), de remake van Ben Hur (2016) en de laatste James Bond, No Time to Die, die al lang uit had moeten komen, maar waarop we door toedoen van Covid-19 nog tot komend jaar moeten wachten.

De lange geschiedenis van Matera

Matera is al meer dan 5.000 jaar onafgebroken bewoond. Al in de bronstijd werden in de steile hellingen van de Gravina, de canyon van de gelijknamige rivier die diep beneden de stad stroomt, kunstmatige grotten gegraven en in de middeleeuwen hakten monniken en kluizenaars meer dan 50 kerken en kapellen uit in de rotsen.

Grotten aan de overkant van de Gravina

Een van de mooiste daarvan is het Convicinio Sant’Antonio, een complex van vier chiese rupestre (grotkerken), gewijd aan onder meer de heiligen Donatus en Sebastiaan, aan wie indrukwekkende wandschilderingen zijn gewijd. In latere jaren kregen de kerkjes de meer profane functie van wijnkelder en ook de pers- en opslagruimten zijn goed bewaard gebleven.

Vaak denkt men, dat de materani ook in de grotten woonden, maar de gids bestrijdt dat stelligste en betoogt dat zijn stadgenoten zeker geen trogloditi (holbewoners) waren, maar de antieke grotten vooral gebruikten als stal en opslagruimte.

Hoe het ook zij, op de steile helling zijn grotten geschapen op maar liefst 18 boven elkaar liggende niveaus, met ervoor bescheiden woningen, waarvan veel nu veranderd zijn in eethuizen, B&B’s en centra voor muziek, schilderkunst en andere culturele activiteiten. Op het plein voor de 13e-eeuwse Dom van Matera heb je een prachtig uitzicht over de oude stad, dat ’s avonds des te spectaculairder wordt, helemaal in deze wonderlijke tijden waarin de straten vrijwel uitgestorven zijn en de lucht frisser dan ooit.

B&B in Matera

Als je een idee wilt krijgen van het leven in de Sassi voor de sanering, bezoek dan ook het regionale museum in Palazzo Lanfranchi, met het enorme schilderwerk Lucania 1961 van schrijver-schilder Carlo Levi, die als antifascistische balling in de streek leefde.

Eten in Basilicata

Zoals overal in Italië kun je ook in Basilicata goed eten, uit een keuken die de geest van de regio ademt: een beetje boers, maar eerlijk en smakelijk. Zo ook het diner dat we nuttigden in een restaurant met de treffende naam L’Abbondanza Lucana (De Overvloed van Lucania).

Matera – antipasto in L’Abbondanza Lucana

Ik zal de beschrijving beperken tot alleen de 4 antipasti: 

  • Ricottina podolica con crema di cachi, ofwel een ongestremd kaasje van een inheems longhorn runderras, de podolica, dat weinig maar zeer volle melk geeft, met een likje kaki crème. 
  • Peperone crusco, een gefrituurde en gedroogde zoete puntparika, die hier ook versnipperd op de pasta wordt gebruikt. 
  • Purè di patata con salsiccia pezzente: aardappelpuree met stukjes ‘armoedzaaiersworst’, een met venkel verrijkte plaatselijke specialiteit.
  • En dan nog een pasteitje van rape e alici, raapstelen en ansjovis. Een goed begin dus, zeker wanneer de hele maaltijd wordt overspoeld met een voortreffelijke lokale rode Aglianico del Vulture.
Espresso voor 50 cent, waar vind je dat nog?

Stigliano en Aliano

De volgende etappe was Stigliano, een op zich weinig opzienbarend dorp, tot voor kort vooral bekend van de hoogwaardige, over brons getrokken en langzaam gedroogde, pasta di Stigliano. Sinds vier jaar is Stigliano ’s zomers het toneel van een Festival dell’Arte Pubblica waarbij straatschilders uit binnen- en buitenland worden uitgenodigd om een kale muur (en daar zijn er heel wat van in Stigliano) te bewerken.

Onder hen ook grote namen als Luis Gomez, bekend als de ‘Caravaggio van de Street Art’ en de Venezolaanse portrettist Leticia Mandragora. De burgers, die aanvankelijk nogal sceptisch waren, vinden het nu prachtig en bieden graag hun woningen aan. Het experiment moet in totaal 10 jaar duren, maar volgens initiatiefnemer Pietro Micucci komen er al steeds meer belangstellenden op af. Begrijpelijk, want het dorp is inderdaad hard op weg om één groot openluchtmuseum te worden. Dus als je in de buurt bent… (Facebookpagina).

Iets verder zuidelijk komen we in Aliano, een vriendelijk stadje dat onder Italianen bekend is door het museum gewijd aan Carlo Levi, in het huis waar hij zijn ballingschap doorbracht. Maar minstens zo interessant is het landschap hier, dat gekenmerkt wordt door de calanchi, zandstenen heuvels die geleidelijk aan weg eroderen waardoor grillige vormen, steile hellingen en fascinerende kleurencombinaties ontstaan. Het deed me denken aan de woeste natuur van In de ban van de ring (het boek, niet de film) en ik ben zeker van plan om hier nog eens terug te komen voor een fikse wandeling.

Trecchina

Wandelen kun je ook in Trecchina, waar we de volgende dag een stop maakten op weg naar Maratea, aan de Tyrreense kust helemaal aan de andere kant van Basilicata. Dit dorp, met een ruïne van een reeds lang gesloopt kasteel en een paar interessante Jugendstil-woningen, ligt op ruim 500 meter hoogte in een mooie bosrijke omgeving met vooral tamme kastanjes. Die vormden ooit het voornaamste voedsel van de lokale bevolking en nu nog maakt de plaatselijke broodfabriek (die tot in Rome elke dag vers brood levert) panettoni van kastanjemeel en kregen we bij de lunch gnocchi con salsicce e castagne. 

Vanuit Trecchina kun je uitstapjes maken naar de rivier Lao, in het aanpalende Calabrie, voor rafting en river trekking, en wandelen naar de boven het dorp uittorenende Monte Serra Pollino. Op de 1089 meter hoge top is sinds vorig jaar een evenementenpark met spectaculaire attracties aangelegd (www.parcodellestelletrecchina.it).

Vooral leuk voor de kinderen, maar ook als je er niet van gediend bent, is het de moeite waard om hier in de koelte te genieten van het schitterende uitzicht over de Golfo di Policastro en te lunchen in een houten berghut, die je een echt alpien gevoel geeft op hemelsbreed nog geen 10 kilometer van zee.

Een mooie wandeling voert van het centrum van Trecchina naar dat van Maratea aan de kust. Verwacht daarbij trouwens geen duidelijke richtingaanwijzingen. Die zijn er niet, dus je kunt beter een plaatselijke gids nemen, aldus de plaatselijke gids die doe-het-zelf-activiteiten kennelijk ziet als broodroof. Geen probleem, want je kunt de route ook vinden op de site www.wandelenbasilicata.nl.

Maratea, ‘de parel van de Tyrreense Zee’

In het uiterste westen van Basilicata, in een piepklein tussen Campanië en Calabrië ingeklemd strookje bergachtige kust van de Tyrreense Zee, ligt Maratea. De kleine badplaats, die bekend staat als la perla del Tirreno, is al jaren een bekend toevluchtsoord van vooral Italiaanse VIP’s, ook dankzij haar ruime jachthaven.

In de zomer is het hier bomvol en dat is ook te begrijpen, want de tegen de steile berghellingen aangeplakte kuststrook met haar vele baaien, grotten en inhammen is zonder meer spectaculair. Dat geldt ook voor de hoog kronkelende kustweg tussen Sapri (Campanië) en Praia di Mare (Calabrië) die ik jaren geleden met zwaar verzet en veel voldoening op de fiets heb gedaan.

In het laagseizoen is het hier, zoals overal in Zuid-Italië, veel beter te wezen. Dan zijn de stranden minder druk en wordt het centrum weer gezellig en zie je ook wat meer buitenlanders, van wie enkele deze plek uitkiezen voor een origineel Italiaans huwelijk. Sommige hotels, zoals het luxueuze Pianeta Maratea (www.grandhotelpianetamaratea.it) zijn daarin gespecialiseerd.

Weinig klandizie bij L’Angolo del Turista

Maratea is ook bekend om het gigantische betonnen Christusbeeld op de Monte San Biagio boven het stadje. Het is daar aan het begin van de jaren 60 neergezet op last van een plaatselijke textielbaron (die vervolgens failliet ging) als een variant op de bekende Christus van Rio de Janeiro.

De roze Christus van Maratea

Persoonlijk vind ik het een voorbeeld van lelijke reli-kitsch, die tijdens ons bezoek nog eens werd aangedikt doordat de Verlosser ’s avonds in een roze licht baadde. Maar zeg zo iets niet hardop in Maratea, want het risico op een spontane lynchpartij is dan groot. In Maratea, dat maar liefst 44 kerken rijk is – op slechts 5.000 inwoners! – is trouwens wel échte kunst te vinden.

Zoals in de 18e-eeuwse Chiesa dell’Immacolata (onbevlekte ontvangenis), met haar fraaie vloer van Amalfitaanse majolica. Deze kerk is gebouwd op de fundamenten van een oudere Chiesa di San Pietro, waarvan nu nog de apsis te zien is, met een prachtig fresco van de apostelen in de stijl van Giotto.

Van de apostelen gaan de gedachten automatisch over naar ons laatste avondmaal, dat wij hier nog net mochten nuttigen voor het ingaan van de avondklok. In de kustplaats Maratea was die natuurlijk gebaseerd op vis, en wel vis die er mocht wezen: 

Laatste avondmaal in Maratea ( met de burgemeester)
  • Antipasto met moscardini (kleine inktvisjes), garnalen en baccalà (kabeljauw).
  • Ravioli gevuld met pistache en cernia(zaagbaars, volgens Van Dale).
  • Saffraan risotto met rauwe garnalen en droppoeder (echt waar: in het nabije Calabrie wordt liquirizia: zoethout verbouwd).
  • Garnalentartaar; gemarineerde zeebaars met tamme kastanjes.
  • En een chocolademousse na.
  • De wijn was aglianico, zoals bijna altijd in Basilicata, met een verrassing die geen van de commensalen aanvankelijk wist te plaatsen: een aglianico decorticato, ofwel gegist zonder de blauwe schil, waardoor we een zeldzame witte wijn te drinken kregen. Een succesvolle variant, waarvan ik graag meer wil weten.

Lees ook: de 5 mooiste plekken van Basilicata.

Aart Heering

Geschreven door Aart Heering

Aart Heering, historicus en journalist. Woont 30 jaar in Italië en werkt momenteel voor de Nederlandse ambassade in Rome.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Loading…

Pasta koken: het kan ook anders!

Recept: tomaattortellini met gegrilde asperges